20251021 RULOV 000006
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht door om zekerheid vooraf of er sprake is van een afgeleide uitgesloten entiteit voor de toepassing van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024). Men wenst zekerheid vooraf voor de verslagjaren 2024 tot en met 2028.
Feiten
Y is opgericht naar buitenlands recht en feitelijk gevestigd in een land met wie Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). Y is de tophoudster van een internationaal opererend concern actief in de vastgoedsector. De aandelen in Y worden gehouden door een omvangrijk aantal niet verbonden partijen. De Y-groep heeft diverse naar Nederlands recht opgerichte en feitelijk in Nederland gevestigde groepsvennootschappen. De in Nederland gevestigde groepsvennootschappen verrichten bedrijfseconomische operationele activiteiten in Nederland. De activiteiten worden uitgeoefend door [10 – 25] werknemers in Nederland. Een aantal in Nederland gevestigde groepsvennootschappen van de Y- groep die investeren in vastgoed hebben gezamenlijk het verzoek tot zekerheid vooraf ingediend (X). De aandelen in X worden indirect door Y gehouden via naar het recht van verdragsland A opgerichte vennootschappen (Z). Y geniet in verdragsland A als Real Estate Investment Trust (REIT) een bijzonder winstbelastingregime; onder voorwaarden mag zij haar dividenduitkeringen ten laste brengen van haar belaste winst aldaar. De REIT is in verdragsland A wettelijk verplicht om ten minste 90% van haar belastbare inkomen uit te keren aan haar aandeelhouders. De vrijstelling die Y geniet in verdragsland A is ontworpen om het kwalificerend inkomen van Y te belasten op het niveau van de aandeelhouders van Y. De Y-groep heeft al een geruime tijd een jaarlijkse geconsolideerde omzet van meer dan € 750 miljoen. Y is de uiteindelijkemoederentiteit voor toepassing van de Wmb 2024. X, Y en en Z stellen ieder afzonderlijk financiële verslagen op. In verdragsland A zijn geen met de Wmb 2024 vergelijkbare regels geïmplementeerd.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid over de kwalificatie als een afgeleide uitgesloten entiteit zoals bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b van de Wmb 2024 omdat Y naar de mening van X kwalificeert als een uitgesloten vastgoedbeleggingsvehikel zoals bedoeld in artikel 1.2, eerste lid van de Wmb 2024 en zij ook aan de andere van toepassing zijnde voorwaarden voldoet. Relevant in dit kader is het OESO-commentaar bij de Pijler 2-modelregels. Ook is relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal 20251021 RULOV 000006karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. De Y-groep oefent bedrijfseconomische operationele activiteiten uit in Nederland (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van X binnen de groep.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen als niet-coöperatieve rechtsgebieden in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Allereerst is geverifieerd of de Y-groep onder de reikwijdte van de Wmb 2024 valt. De Wmb 2024 is van toepassing in een verslagjaar als de jaarlijkse omzet volgens de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit in ten minste twee van de vier verslagjaren die direct vooraf zijn gegaan aan het betreffende verslagjaar ten minste € 750 miljoen bedraagt. Er is vastgesteld dat de Y-groep onder de reikwijdte van de Wmb 2024 valt sinds de inwerkingtreding van die wetgeving. X kwalificeert als een entiteit voor de toepassing van de Wmb 2024 nu zij afzonderlijke financiële verslagen opstelt. Om te kunnen kwalificeren als een afgeleide uitgesloten entiteit zoals bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b van de Wmb 2024, dient als startpunt geverifieerd te worden dat de uiteindelijkemoederentiteit van X, Y, kwalificeert als een uitgesloten entiteit in de zin van 2.2, eerste lid, onderdeel a van de Wmb
2024. Meer specifiek, gezien het verzoek van X, dient getoetst te worden of er sprake is van een uitgesloten vastgoedbeleggingsvehikel zoals bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de Wmb
2024. Hiervoor gelden, in het kort, vier cumulatieve voorwaarden: i) wijdverbreid gehouden entiteit, ii) die overwegend vastgoed houdt, iii) waarvan het inkomen op een niveau, van de entiteit of van haar belanghouders, wordt belast iv) met hooguit een jaar uitgestelde belastingheffing.
4. X heeft aannemelijk gemaakt aan de hand van aangeleverde stukken dat Y voldoet aan deze vier cumulatieve voorwaarden. Y is een entiteit die wijdverbreid gehouden wordt gezien haar aandeelhoudersbestand. Er is inzichtelijk gemaakt dat Y overwegend vastgoed houdt dat ook naar de maatstaven van de Wmb 2024 kwalificeert als vastgoed en niet slechts naar de maatstaven van Verdragsland A. Ten slotte is aangetoond dat Y in verdragsland A een vrijstelling onder voorwaarden van winstbelasting geniet waarmee voldaan wordt aan criteria iii en iv. De vrijstelling die Y geniet in verdragsland A is ontworpen om het kwalificerend inkomen van Y te belasten op het niveau van de aandeelhouders van Y. Y kwalificeert als uitgesloten entiteit in de zin van 2.2, eerste lid, onderdeel a van de Wmb
2024.
5. X kan gezien deze kwalificatie van Y, vervolgens kwalificeren als een afgeleide uitgesloten entiteit indien zij voor 95% van haar waarde direct of indirect via een keten van uitgesloten entiteiten wordt gehouden (“eigendomstoets”) en voor zover de entiteit opereert uitsluitend of nagenoeg uitsluitend activa aanhoudt of middelen belegt ten behoeve van Y of uitsluitend activiteiten verricht die ondergeschikt zijn aan de activiteiten van Y (“activiteitentoets”). Niet alleen X zelf maar ook de entiteiten die Z vormen dienen te voldoen aan de eigendoms en activiteitentoets om voor X te kunnen kwalificeren als een afgeleide uitgesloten entiteit zoals bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b van de Wmb
2024. 20251021 RULOV
0000066. X en Z worden voor tenminste 95% van hun waarde gehouden worden door Y. Per entiteit is vervolgens getoetst op basis van feiten en omstandigheden en aan de hand van aangeleverde stukken of er voldaan wordt aan de activiteitentoets waarbij het OESO- commentaar bij de Pijler 2-modelregels heeft gediend als interpretatieve bron. X heeft aannemelijk gemaakt, per afzonderlijke entiteit, dat Z hieraan voldoet. Deze entiteiten opereren uitsluitend of nagenoeg uitsluitend activa aanhoudt of middelen belegt ten behoeve van Y. Ook heeft X ten aanzien van haar eigen activiteiten, per afzonderlijke entiteit, aannemelijk gemaakt dat zij op basis van feiten en omstandigheden voldoet, aan de activiteitentoets.
Conclusie
X kwalificeert als een afgeleide uitgesloten entiteit voor de toepassing van de Wmb 2024. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.