rul-20251021-atr-000001

20251021 ATR 000001

Samenvatting

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of de inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting van toepassing is. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. X drijft een onderneming in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers. Y, een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in een regeling voor dividenden (verdragsland A), houdt meer dan 5% van de aandelen in X. Y is voor 100% in handen van een natuurlijk persoon (DGA), woonachtig in verdragsland A. Het verzoek is ingetrokken.

Rechtskader

Het concern verzoekt zekerheid vooraf over toepassing van de inhoudingsvrijstelling als bedoeld in artikel 4, tweede lid en verder van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Deze zekerheid vraagt men voor uitkeringen van X aan Y. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Op basis van de aangeleverde feiten lijkt het verzoek op voorhand aan de voorwaarden voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zoals genoemd in het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter te voldoen. Om die reden is het verzoek in eerste instantie in behandeling genomen.
2. Om het verzoek inhoudelijk te kunnen behandelen zijn vragen gesteld. Vervolgens is door verzoeker besloten om het verzoek in te trekken. 20251021 ATR
0000013. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is ingetrokken. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. De eventuele toepassing van de inhoudingsvrijstelling zal in beginsel worden beoordeeld in het kader van het reguliere toezicht.