rul-20251014-ibox-000001

20251014 IBOX 000001

Samenvatting

Aanleiding

De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor aanpassing van de gemaakte afspraken voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2024 tot en met 2025. De eerder gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst over de periode 2019 tot en met 2025.

Feiten

De fiscale eenheid X dient het verzoek in voor de activiteiten van de gevoegde dochtermaatschappij Y, waar ontwikkelwerkzaamheden plaatsvinden. Y is een dienstverlenende onderneming met [11 – 25] personeelsleden in Nederland, met een jaarlijkse omzet van [€ 1 miljoen – € 5 miljoen]. X maakt onderdeel uit van een internationaal concern. De fiscale eenheid X heeft transacties met buitenlandse groepsvennootschappen (met een (in-)directe verbondenheid groter dan 25%). De aandelen in X worden voor meer dan 25% gehouden door een buitenlandse moedermaatschappij. X is eigenaar van de door haar voortgebrachte immateriële activa. Y heeft een entrepreneursrol met als bijbehorende functies Corporate Excellence, (strategische) Marketing & Sales, Professional Services & Support en Research & Development. In dat kader beschikt Y over een R&D-afdeling en brengt jaarlijks immateriële activa voort waarvoor S&O-verklaringen worden verkregen met gemiddeld [< 5.000] toegekende en gerealiseerde S&O-uren per jaar. Bij de S&O-activiteiten zijn gemiddeld [5 – 10] R&D-medewerkers betrokken. Daarnaast heeft Y gemiddeld jaarlijks [€ 0,5 miljoen - € 1 miljoen] uitgegeven aan R&D-werkzaamheden. Als gevolg van een significante daling van het aantal gerealiseerde S&O-uren in 2024 en (naar verwachting van Y) ook in 2025, zijn partijen in overleg getreden om te bezien op welke wijze het veranderde feitencomplex voor beide jaren invloed heeft op de eerder gemaakte afspraken over de toepassing van de afpelmethode zoals vastgelegd in een eerder tot stand gekomen overeenkomst om te komen tot een adequate aanpassing gedurende de resterende looptijd van de vaststellingsovereenkomst.

Rechtskader

Het verzoek van X om toepassing van de innovatiebox ziet op de artikelen 12b tot en met 12bg van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Voorts zijn het Innovatieboxbesluit 2021 en het Innovatieboxbesluit 2025 inzake de toepassing van de innovatiebox, hierna (gezamenlijk) te noemen “besluit innovatiebox”, het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, paragraaf 3 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) aan de orde. 20251014 IBOX 000001

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
2. De door X gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Bij de bepaling van de voordelen is in de eerdere vaststellingsovereenkomst het verzoek van X gevolgd om in lijn met paragraaf 4.6 van het besluit innovatiebox de afpelmethode te hanteren en de fiscale kwalificerende operationele winst (de EBIT) van Y als startpunt te nemen waarbij rekening wordt gehouden met voortbrengingskosten.
4. Op basis van een analyse naar het belang van R&D en rekening houdend met de geconstateerde daling van het aantal gerealiseerde S&O-uren is geconcludeerd dat, in afwijking van de eerder overeengekomen staffel, in 2024 en 2025 [5% – 15%] van de operationele winst van Y wordt toegerekend aan artikel 12b van de Wet Vpb.
5. Voor het overige zijn de eerder tussen de Belastingdienst en X tot stand gekomen afspraken onverminderd van toepassing.

Conclusie

Er is overeenstemming bereikt over de aanpassing van de eerder tot stand gekomen afspraken met betrekking tot de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een addendum op de bestaande vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025.