rul-20251007-apa-000008

20251007 APA 000008

Samenvatting

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2024.

Feiten

X is een in Nederland gevestigde vennootschap en maakt onderdeel uit van de B-groep. De B- groep is een internationaal concern actief in de industriële sector. B is een vennootschap gevestigd buiten de Europese Unie (EU) en functioneert als het hoofdkantoor van de B-groep. B verricht de belangrijkste kernfuncties van de groep zoals onderzoek en ontwikkeling en verkoop en marketing. B is de eigenaar van alle immateriële activa van de groep en draagt alle gerelateerde kosten. Voorts draagt B de belangrijkste ondernemersrisico’s. De B-groep promoot en verhandelt haar producten wereldwijd via lokale verkoopentiteiten die producten verkopen aan derde partijen in de lokale markten. In markten waar B geen commerciële verkoopentiteit heeft, functioneert X als de exportonderneming om haar producten te verkopen. X koopt de producten in bij zustermaatschappij Y, gevestigd binnen de EU, en verkoopt deze direct door aan lokale groothandelaren. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [76 – 150] werknemers. Als onderdeel van de verkoop- en distributieactiviteiten verricht X onder andere lokale marketingactiviteiten, in sommige gevallen door middel van lokale vaste inrichtingen. De marketingactiviteiten van de vaste inrichtingen worden gekwalificeerd als promotionele diensten ten behoeve van B. X is geen eigenaar van waardevolle activa. X draagt slechts beperkt marktrisico en beperkt debiteurenrisico. Aan de vaste inrichtingen kunnen geen substantiële activa en risico’s worden gealloceerd. Met betrekking tot haar verkoop- en distributieactiviteiten wordt X gekarakteriseerd als een distributeur met beperkte risico’s (limited risk distributor). Met betrekking tot de promotionele diensten worden de vaste inrichtingen van X gekarakteriseerd als routinematige dienstverleners met beperkte risico’s.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning) van X en over de vaststelling van een zakelijke winstallocatie aan de vaste inrichtingen van X. Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland 20251007 APA 000008gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). De winstallocatie aan vaste inrichtingen vindt plaats in lijn met artikel 7 van het OESO- modelverdrag. In juli 2008 is het OESO-rapport ‘Report on the Attribution of Profits to Permanent Establishments’ (PE-Report) gepubliceerd, dat in 2010 is aangepast aan een eveneens in 2010 gepubliceerd nieuw artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In dit rapport wordt beschreven hoe winsten aan vaste inrichtingen toegerekend dienen te worden onder toepassing van artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022, geeft de Staatssecretaris inzicht in zijn standpunten met betrekking tot de winstallocatie aan vaste inrichtingen en wordt bevestigd dat het Nederlandse beleid aansluit bij de conclusies van het PE- Report.

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de (fictieve) gelieerde transacties zijn de functies van X en haar vaste inrichtingen in vergelijking met die van B als uitvoerend te beschouwen. X en haar vaste inrichtingen kunnen daarom worden beschouwd als de minst complexe partijen in de (fictieve) gelieerde transacties en zijn derhalve aangemerkt als tested party.
3. Het uitgangspunt bij de winstallocatie in het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022 is de Authorised OECD Approach (AOA). Deze benadering houdt in dat aan een vaste inrichting de winst toegerekend dient te worden die door de vaste inrichting zou zijn behaald indien zij een afzonderlijk ongelieerd lichaam zou zijn geweest met vergelijkbare functies, risico’s en activa, handelend onder dezelfde of overeenkomstige omstandigheden. Er is geconstateerd dat de activa en risico’s alsmede het vermogen zijn gealloceerd aan de vaste inrichtingen in lijn met de uitkomst van de functionele analyse.
4. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de verkoop- en distributieactiviteiten en promotionele diensten van X en de vaste inrichtingen een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van 20251007 APA 000008kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. Met betrekking tot de verkoop- en distributieactiviteiten is in dit geval omzet gekozen als maatstaf omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende verkoopfuncties, gebruikte activa en gedragen risico’s door X. Met betrekking tot de promotionele diensten zijn in dit geval de operationele kosten gekozen als maatstaf omdat de operationele kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende marketing functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door de vaste inrichtingen van X.
5. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van X en de vaste inrichtingen.

Conclusie

Partijen hebben vastgesteld dat voor de verkoop- en distributieactiviteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen ten behoeve van de verkoop- en distributieactiviteiten valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 0,73% bedraagt en de upper quartile 5,08%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage boven de mediaan in de vaststellingsovereenkomst gehanteerd. Partijen hebben vastgesteld dat voor de promotionele activiteiten die de vaste inrichtingen van X uitoefenen een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,11% bedraagt en de upper quartile 9,59%. In de vaststellingsovereenkomst is een punt nabij de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.