rul-20250923-apa-000001

20250923 APA 000001

Samenvatting

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.

Feiten

X is een vennootschap gevestigd in Nederland en is het hoofdkantoor van de groep. X is actief in de industriële sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [11 – 25] werknemers. X heeft een vaste inrichting in land A buiten de Europese Unie. X (hoofdhuis) bepaalt de ondernemingsstrategie en heeft een waardevol product ontwikkeld. Dit product wordt door X (hoofdhuis) doorontwikkeld. De vaste inrichting commercialiseert dit product in regio A. De vaste inrichting is zelfstandig verantwoordelijk voor het identificeren van nieuwe potentiële klanten, het onderhandelen van contracten en het sluiten van verkoopcontracten met klanten in regio A. De vaste inrichting is daarnaast verantwoordelijk voor het managen van klantprojecten en het implementeren van specifieke oplossingen voor klanten. Het productontwikkelingsteam van X (hoofdhuis) levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van specifieke oplossingen voor klanten. De vaste inrichting koopt de materialen die nodig zijn voor de productie van de industriële producten in van derde partijen. De vervaardiging van de industriële producten wordt vervolgens door de vaste inrichting uitbesteed aan een derde partij. De functies van de vaste inrichting en X (hoofdhuis) met betrekking tot regio A zijn in hoge mate onderling geïntegreerd. De gevraagde zekerheid vooraf ziet op de vaststelling van een zakelijke winstallocatie aan de vaste inrichting ten aanzien van de resultaten behaald uit regio A.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke winstallocatie aan de vaste inrichting van X. Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). 20250923 APA 000001 De winstallocatie aan vaste inrichtingen vindt plaats in lijn met artikel 7 van het OESO- modelverdrag. In juli 2008 is het OESO-rapport ‘Report on the Attribution of Profits to Permanent Establishments’ (PE-Report) gepubliceerd, dat in 2010 is aangepast aan een eveneens in 2010 gepubliceerd nieuw artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In dit rapport wordt beschreven hoe winsten aan vaste inrichtingen toegerekend dienen te worden onder toepassing van artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022, geeft de Staatssecretaris inzicht in zijn standpunten met betrekking tot de winstallocatie aan vaste inrichtingen en wordt bevestigd dat het Nederlandse beleid aansluit bij de conclusies van het PE- Report.

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. Het uitgangspunt bij de winstallocatie in het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022 is de Authorised OECD Approach (AOA). Deze benadering houdt in dat aan een vaste inrichting de winst toegerekend dient te worden die door de vaste inrichting zou zijn behaald indien zij een afzonderlijk ongelieerd lichaam zou zijn geweest met vergelijkbare functies, risico’s en activa, handelend onder dezelfde of overeenkomstige omstandigheden. Er is geconstateerd dat de activa en risico’s alsmede het vermogen zijn gealloceerd aan de vaste inrichting in lijn met de uitkomst van de functionele analyse.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de activiteiten van X (hoofdhuis) of van de vaste inrichting een CUP aanwezig is. De OESO-richtlijnen beschrijven dat de transactional profit split methode passend is wanneer beide partijen unieke en waardevolle contributies leveren of betrokken zijn bij geïntegreerde ondernemingsactiviteiten.
4. Uit de feiten en omstandigheden blijkt dat X (hoofdhuis) en de vaste inrichting binnen de bedrijfsprocessen beide waardevolle en unieke activiteiten verrichten en dat deze activiteiten in hoge mate onderling geïntegreerd zijn. De transactional profit split methode is daarom een passende methode om de winstallocatie tussen X (hoofdhuis) en de vaste inrichting vast te stellen.
5. Er is een contributieanalyse uitgevoerd om de verdeling van de winst (of verlies) tussen X (hoofdhuis) en de vaste inrichting te bepalen. Op basis van een weging van de relatieve waarde van de geleverde bijdragen door X (hoofdhuis) en de vaste inrichting is een profit split percentage bepaald. De bij het verzoek gevoegde contributieanalyse is passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van X (hoofdhuis) en de vaste inrichting.

Conclusie

20250923 APA 000001 Partijen hebben vastgesteld dat voor de winstallocatie tussen X (hoofdhuis) en de vaste inrichting de toepassing van de transactional profit split methode at arm’s-length is. Partijen hebben vastgesteld dat de winst (of verlies) tussen X (hoofdhuis) en de vaste inrichting wordt verdeeld overeenkomstig de uitkomst van de contributieanalyse. Dit resulteert in een profit split percentage van [> 50%] voor X (hoofdhuis) en [40% – 50%] voor de vaste inrichting. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.