20250916 ATR 000003
Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie naar Nederlandse fiscale maatstaven van een trust en de afwezigheid van buitenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2029.
Feiten
X is een commanditaire vennootschap die is aangegaan naar het recht van Nederland. De enige commanditaire vennoot (Y) is in het buitenland gevestigd. De beherend vennoot van X is een besloten vennootschap die is opgericht naar het recht van Nederland en ook feitelijk in Nederland is gevestigd. Voor doeleinden van dit verzoek wordt ervan uitgegaan dat X naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant is. X is onderdeel van een concern dat actief is in de dienstverlenende sector. Het concern oefent bedrijfseconomische operationele activiteiten uit in Nederland. Deze activiteiten worden uitgeoefend door [> 1.000] werknemers. In het kader van de activiteiten van het concern houdt het concern meerdere investeringen aan, waaronder toekomstige investeringen via X. De investeringen die X zal gaan houden, zal zij gaan houden via een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een land buiten de EU waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten. X oefent geen activiteiten uit in Nederland die het beleggingscriterium ontstijgen. Y, de commanditaire vennoot in X, is een trust. De trust is tot stand gekomen naar het recht van een staat waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). Verdragsland A is niet een staat die is opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. De trustee, opgericht naar het recht van verdragsland A en aldaar feitelijk gevestigd, zal de belangrijkste handelingen namens Y verrichten in verdragsland A. De trustee heeft geen economisch belang in Y. Y zal geen andere bezittingen in Nederland hebben dan haar commanditaire belang in X. De enige participant van Y (Z) is gevestigd in verdragsland A. Z heeft het volledige economische belang in Y. Z houdt zich bezig met het uitvoeren van een pensioenregeling. Y is een rechtsvorm die niet voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339). In de toelichting is opgenomen dat trusts als omschreven in artikel 2 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op trusts en inzake de erkenning van trusts voorbeelden zijn van buitenlandse rechtsvormen die met geen van de Nederlandse rechtsvormen vergelijkbaar zijn. Y is vanwege haar aard en inrichting op één lijn te stellen met een trust als hiervoor bedoeld en als gevolg daarvan is de rechtsvorm van Y een niet-vergelijkbare rechtsvorm. Aangezien het een niet- vergelijkbaar buitenlands lichaam betreft dat niet in Nederlands is gevestigd, wordt het buitenlandse lichaam voor Nederlandse fiscale doeleinden als niet-transparant aangemerkt indien dat buitenlandse lichaam volgens de fiscale regelgeving van een staat die dat lichaam als inwoner behandelt zelfstandig belastingplichtig is (symmetrische methode). Buitenlandse lichamen zonder vergelijkbare Nederlandse rechtsvorm die niet als zelfstandig belastingplichtig worden beschouwd 20250916 ATR 000003op grond van de hiervoor beschreven symmetrische methode, worden voor Nederlandse fiscale doeleinden als transparant beschouwd. Y is in verdragsland A niet onderworpen aan belastingheffing en is daar ook niet subjectief van vrijgesteld.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van Y naar Nederlandse fiscale maatstaven. Buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd aan de hand van het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339). Het hiervoor aangehaalde besluit geeft uitvoering aan de (onder andere) in artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode. Voor de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening of transparant fonds als bedoeld in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB) is het Fondsenbesluit (Besluit van 27 november 2024, nr. 2024-9447) relevant. Tenslotte verzoekt men ook om te bevestigen dat Z niet buitenlands belastingplichtig is als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel a en artikel 17a van de Wet Vpb. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. Het concern oefent, middels haar Nederlandse vennootschappen, in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus). Voorts zullen de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten (mede) voor rekening en risico van X worden uitgeoefend. Deze activiteiten zullen passen bij de functies van X binnen het concern.
2. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en de daarbij als bijlage opgenomen rechtsvormenlijst zijn in het kader van de kwalificatie van Y relevant. De rechtsvorm van Y is niet opgenomen op de rechtsvormenlijst. In de toelichting is opgenomen dat trusts als omschreven in artikel 2 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op trusts en inzake de erkenning van trusts voorbeelden zijn van buitenlandse rechtsvormen die met geen van de Nederlandse rechtsvormen vergelijkbaar zijn. Y is vanwege haar aard en inrichting op één lijn te stellen met een trust als hiervoor bedoeld en als gevolg daarvan is de rechtsvorm van Y een niet-vergelijkbare rechtsvorm. Aangezien het een niet- vergelijkbaar buitenlands lichaam betreft dat niet in Nederlands is gevestigd, wordt in dit 20250916 ATR 000003geval de symmetrische methode toegepast. Aangezien Y niet is onderworpen aan belastingheffing in verdragsland A en daar ook niet subjectief van is vrijgesteld, wordt Y op basis van het voorgaande voor Nederlandse fiscale maatstaven aangemerkt als transparant.
4. Van de kwalificatie in overeenstemming met de rechtsvormvergelijkingsmethode wordt afgeweken indien het buitenlandse samenwerkingsverband voldoet aan de definitie van het fonds voor gemene rekening of transparant fonds zoals opgenomen in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet IB. Daarbij is relevant dat slechts sprake kan zijn van een fonds voor gemene rekening of een transparant fonds indien het fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden voor gemene rekening belegt of anderszins gelden aanwendt.
5. Zoals in de feiten opgemerkt heeft Y slechts één participant. Om die reden zal Y niet kunnen worden aangemerkt als een fonds voor gemene rekening of transparant fonds zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet IB.
6. Z zal (via Y) het belang in X houden en kan mogelijk op grond van artikel 3, vierde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of 17a van de Wet Vpb buitenlands belastingplichtig worden. Op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a van de Wet Vpb kan sprake zijn van buitenlandse belastingplicht indien een onderneming, of een gedeelte daarvan, in Nederland wordt gedreven door middel van een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger. Z heeft geen aanwezigheid of een vaste vertegenwoordiger in Nederland en om deze reden kan bevestigd worden dat Z geen vaste inrichting of vaste vertegenwoordiging zal hebben in Nederland.
7. Eveneens is gekeken naar de uitbreiding van het Nederlandse ondernemingsbegrip in artikel 17a van de Wet Vpb. In dat artikel wordt het Nederlandse ondernemingsbegrip uitgebreid met een zevental categorieën. In dit geval wordt niet voldaan aan de bedoelde uitbreidingen van de Nederlandse onderneming.
Conclusie
1. Y zal voor Nederlandse fiscale doeleinden als transparant kwalificeren. 2. Z, als deelnemer in X, zal geen vaste inrichting in Nederland hebben op grond van artikel 17, derde lid, onderdeel a in combinatie met artikel 17a Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.