20250909 ATR 000005
Samenvatting
Aanleiding
Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van de kwalificatie van een commanditaire vennootschap en de buitenlandse belastingplicht in de vennootschapsbelasting. Men vraagt zekerheid voor de jaren 2025 tot en met 2029.
Feiten
X is een commanditaire vennootschap aangegaan naar het recht van Nederland. X behoort tot een Nederlands concern met een hoofdkantoor in Nederland, dat actief is in de dienstverlenende sector. De groep waartoe X behoort, bestaande uit diverse entiteiten, houdt zich mede bezig met het investeren in verschillende portfoliovennootschappen met kapitaal ingebracht door de verschillende investeerders. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers. Uit de voorwaarden van X blijkt dat de participatiebewijzen in X slechts kunnen worden overgedragen aan X. Het doel van X is om beleggers samen te brengen (poolen) en zodoende het door hen ingelegde kapitaal te beleggen. De beleggers in X zijn woonachtig of gevestigd in zowel Nederland als het buitenland. X oefent geen activiteiten uit die het beleggingscriterium overstijgen.
Rechtskader
Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van X naar Nederlandse fiscale maatstaven. Voor de kwalificatie van een commanditaire vennootschap zijn de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen en het begrip fonds voor gemene rekening als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en het Fondsenbesluit (Besluit van 27 november 2024, nr. 2024-9447) relevant. Tevens ziet het verzoek op het verkrijgen van zekerheid vooraf dat, gelet op artikel 17, derde lid, onderdeel a, juncto artikel 17a, onderdeel b Wet Vpb, voor de niet in Nederland gevestigde commanditaire vennoten van X geen vaste inrichting in Nederland wordt onderkend. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. Het concern oefent, middels haar Nederlandse vennootschappen, in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus). 20250909 ATR 000005Voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functies van X binnen het concern.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Op grond van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen is X, zijnde een commanditaire vennootschap, (in beginsel) transparant. Mogelijk kan X toch niet- transparant zijn naar Nederlandse fiscale maatstaven als zij vergelijkbaar is met een fonds voor gemene rekening. X is vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening als zij voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb, waarbij het Fondsenbesluit relevant is. Daarbij kan er slechts sprake zijn van een fonds voor gemene rekening indien het fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden voor gemene rekening belegt of anderszins gelden aanwendt en zij is aan te merken als beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ook geldt als eis dat sprake moet zijn van verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid. Dit betekent dat alleen sprake kan zijn van een fonds voor gemene rekening als de bewijzen van deelgerechtigdheid (ook) aan derden kunnen worden vervreemd. Ook de verkoop aan een groepsmaatschappij en de verkoop aan bloed- en aanverwanten vormen in dit verband een vervreemding aan een derde. De bewijzen van deelgerechtigdheid worden niet als verhandelbaar aangemerkt indien vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds zelf.
4. Op basis van de fondsovereenkomst is het slechts mogelijk om participatiebewijzen over te dragen aan het fonds zelf. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat X voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet niet vergelijkbaar is met een fonds voor gemene rekening zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb.
5. Dit betekent dat X op grond van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen transparant is naar Nederlandse fiscale maatstaven.
6. Op grond van artikel 17a, onderdeel b, van de Wet Vpb kan een buitenlandse vennootschap als buitenlands belastingplichtige worden aangemerkt indien zij deelneemt in een in Nederland gedreven onderneming. Dit betekent dat de buitenlandse commanditaire vennoten in een commanditaire vennootschap buitenlands belastingplichtig kunnen zijn, indien de commanditaire vennootschap een onderneming drijft naar Nederlandse fiscale maatstaven.
7. Uit de feiten volgt dat de activiteiten van X het beleggingscriterium niet overstijgen. Derhalve drijft X geen materiële onderneming in Nederland voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet.
8. Dit betekent dat de buitenlandse commanditaire vennoten van X (voor wat betreft hun belang in X) niet worden geacht in Nederland inkomen te genieten op grond van artikel 17, 20250909 ATR 000005derde lid, onderdeel a in combinatie met de fictie van artikel 17a, onderdeel b van de Wet Vpb.
Conclusie
X wordt voor toepassing van de Nederlandse belastingwet niet aangemerkt als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening en wordt derhalve voor Nederlandse fiscale doeleinden als transparant beschouwd. De buitenlandse investeerders in X worden niet geacht een onderneming te drijven via een vaste inrichting in Nederland (voor wat betreft hun belang in X). Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 30 juni 2025 tot en met 31 december 2029.