20250909 APA 000006
Samenvatting
Aanleiding
X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2022 tot en met 2026.
Feiten
X is een vennootschap gevestigd in Nederland en maakt onderdeel uit van een multinationale groep (Y-groep) die zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en distributie van goederen. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [75 – 150] werknemers. Y is een gelieerde vennootschap gevestigd buiten Europa en is het wereldwijde hoofdkantoor van de Y-groep. Y is de eigenaar van bepaalde immateriële activa en verricht kernfuncties zoals het strategisch management en onderzoek en ontwikkeling. X is als Europees hoofdkantoor verantwoordelijk voor de productie, verkoop en distributie van goederen in Europa en bepaalt in dit kader het Europese marketing- en prijsbeleid. Y heeft een licentie verleend aan X voor het gebruik van de patenten en de merknaam voor de productie en verkoop en distributie van bepaalde goederen in Europa. De verkoop en distributie vindt plaats via Europese verkoopmaatschappijen dan wel rechtstreeks door X aan ongelieerde distributeurs in landen waar geen gelieerde verkoopmaatschappij actief is. Z is een vennootschap gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie (EU) en maakt ook onderdeel uit van de Y-groep. Z is verantwoordelijk voor de verkoop en distributie van goederen aan lokale afnemers. Deze goederen worden door X geproduceerd en met behulp van derden getransporteerd naar Z. Z onderhandelt en sluit verkoopovereenkomsten met lokale afnemers. Z is geen eigenaar van waardevolle activa en draagt beperkte risico’s. De zekerheid vooraf heeft betrekking op de arm’s-lengthbeloning van de verkoop- en de distributieactiviteiten van Z ten behoeve van X.
Rechtskader
Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO-commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO- richtlijnen) wordt het arm’s-lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant 20250909 APA 000006in dit kader is het besluit van 22 april 2018, nr. 2018-6865 en/of het Verrekenprijsbesluit 2022, hierna (gezamenlijk) te noemen “verrekenprijsbesluit”. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).
Overwegingen
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transactie zijn de functies van Z in vergelijking met die van X als uitvoerend te beschouwen. Z kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transactie en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de verkoop- en distributieactiviteiten van Z een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van de kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval is de omzet gekozen als maatstaf omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door Z.
4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studie is beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van Z.
Conclusie
De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de vergoeding voor de verkoop- en distributieactiviteiten van Z ten behoeve van X. De vergoeding voor de 20250909 APA 000006verkoop- en distributieactiviteiten van Z is een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm’s-length. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 1,37% bedraagt en de upper quartile 2,81%. De bevoegde autoriteiten zijn een percentage boven de mediaan overeengekomen. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de aangiften vennootschapsbelasting reeds zijn ingediend tot en met het boekjaar 2023.