rul-20250902-atr-000001

20250902 ATR 000001

Samenvatting

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de toepassing van de liquidatieverliesregeling in de deelnemingsvrijstelling. Men vraagt geen zekerheid vooraf over de hoogte van het liquidatieverlies. Men wenst zekerheid voor het boekjaar 2025.

Feiten

X is een vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd. X is onderdeel van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. X is onderdeel van een concern actief in de dienstverlenende sector. Het concern oefent bedrijfseconomische operationele activiteiten uit in Nederland. De activiteiten worden uitgeoefend door werknemers in Nederland. X houdt alle aandelen in een deelneming, Y, die is opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie (EU). De activiteiten van Y zijn, meer dan drie jaar geleden, verkocht aan derde partijen. Als gevolg van de verkoop zijn de activiteiten van Y gestaakt en is besloten over te gaan tot de liquidatie van Y. De fiscale eenheid waar X onderdeel van uitmaakt wenst ten aanzien van deze liquidatie in 2025 een liquidatieverlies in aftrek te brengen. Er is geen sprake van een recht op enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven voor X, of een met hem verbonden lichaam. Y houdt vorderingen op derde partijen. Deze vorderingen zijn ontstaan als gevolg van de beslechting van een geschil met een buitenlandse autoriteit. Een groot gedeelte van deze vorderingen is reeds voldaan door de derde partijen. Om de liquidatie van Y te bespoedigen is een (relatief beperkt) restantbedrag aan vorderingen op derde partijen overgedragen van Y aan X. Y is een rechtsvorm die voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339). De rechtsvorm van Y is opgenomen op de rechtsvormenlijst als buitenlandse rechtsvorm waarvan het rechtsvermoeden luidt dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse kapitaalvennootschap (naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid). Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvormen worden beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. Van een wezenlijke wijziging van het buitenlandse recht is geen sprake.

Rechtskader

20250902 ATR 000001Het verzoek om zekerheid vooraf dat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is ziet op artikel 13d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Het concern oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus). Voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functies van X binnen het concern.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Op grond van artikel 13d, eerste lid van de Wet Vpb vindt de deelnemingsvrijstelling geen toepassing ten aanzien van een verlies op een deelneming dat tot uitdrukking komt nadat het lichaam waarin X deelneemt is ontbonden.
4. X houdt alle aandelen in Y waarbij Y is gevestigd in de EU en haar onderneming heeft overgedragen aan derde partijen en als gevolg daarvan haar activiteiten heeft gestaakt. Y is momenteel in liquidatie. Er is geen sprake van een recht op enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven.
5. Er kan een liquidatieverlies in aanmerking worden genomen, mits aan de overige voorwaarden van artikel 13d van de Wet Vpb wordt voldaan.
6. Het liquidatieverlies is gesteld op het bedrag waarmee het voor de deelneming opgeofferde bedrag het totaal van de liquidatie-uitkeringen overtreft. Over de hoogte van het liquidatieverlies wordt geen zekerheid vooraf gevraagd.
7. Op grond van artikel 13d, veertiende lid, aanhef en onderdeel b, sub 1 en sub 2 van de Wet Vpb wordt het liquidatieverlies eerst op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid in aanmerking genomen, mits de onderneming van het ontbonden lichaam geheel is gestaakt, dan wel geheel of gedeeltelijk is voortgezet uitsluitend door een ander dan de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam. 20250902 ATR 000001
8. De activiteiten van Y zijn verkocht aan derde partijen en als gevolg daarvan gestaakt. In het kader van de liquidatie is een restantbedrag aan vorderingen overgedragen van Y aan X. Het bezit van deze vorderingen kwalificeren niet als een (deel van een) onderneming. Er is geen sprake van een (gedeeltelijke) voortzetting van de onderneming van Y door X.
9. Op grond van artikel 13d, veertiende lid, onderdeel c van de Wet Vpb moet de vereffening van het vermogen van het ontbonden lichaam zijn voltooid in uiterlijk het derde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de onderneming van het ontbonden lichaam geheel of nagenoeg geheel is gestaakt dan wel indien dat eerder is, daartoe is besloten, tenzij de belastingplichtige doet blijken dat het op een later tijdstip voltooien van de vereffening niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting. Als gevolg van lange onderhandelingen en procedures met een buitenlandse autoriteit is de vereffening niet binnen de daartoe gestelde termijn voltooid. X is er in geslaagd om te doen blijken dat de langere duur van de vereffening niet is gericht op het ontgaan of uitstellen van de heffing van vennootschapsbelasting.
10. Y is momenteel in liquidatie. Bij voltooiing van de vereffening van Y in 2025 kan X het liquidatieverlies ten aanzien van haar belang in Y in het boekjaar 2025 in aanmerking nemen.

Conclusie

Als de vereffening van Y in 2025 wordt voltooid, kan X ten aanzien van de liquidatie van Y in boekjaar 2025 een liquidatieverlies in aanmerking nemen. Bovenstaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, met een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.