Samenvatting
Aanleiding
Er is verzocht om zekerheid vooraf over de kwalificatie van een buitenlands samenwerkingsverband naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de boekjaren 2025 tot en met 2026, aansluitend en in aanvulling op een eerdere afspraak.
Feiten
Een vijftal vennootschappen is opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland (hierna tevens: “de relevante X-vennootschappen”). Zij behoren tot een internationaal opererend concern in de industriële sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [501 – 1.000] werknemers. De relevante X- vennootschappen treden onder andere op als houdstervennootschappen en zijn actief betrokken bij het aansturen van hun (indirecte) deelnemingen. Z1, de beursgenoteerde tophoudster van het concern, is een operationele vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in een lidstaat van de EU (EU-lidstaat A). Z1 is actief in de aansturing van het concern als geheel en drijft een materiële onderneming. Z1 houdt de aandelen in Z2, een vennootschap die eveneens is opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd is in EU-lidstaat A. Z1 houdt middellijk het volledige belang in de relevante X-vennootschappen. Dit doet zij onder andere via Y, een samenwerkingsverband dat wordt beheerst door het recht van EU-lidstaat A en dat is aangegaan door Z1 en Z2 in een hoedanigheid vergelijkbaar met respectievelijk een commanditair en beherend vennoot. Van een relevante wetswijziging ten aanzien van het buitenlandse recht waardoor Y wordt beheerst is geen sprake ten opzichte van het kwalificatiejaar van de zogenoemde rechtsvormenlijst. Y wordt niet aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en evenmin is sprake van voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden. De kwalificatie van Y naar Nederlandse fiscale maatstaven is, tezamen met de inhoudingsplicht voor de dividendbelasting en de buitenlandse belastingplicht en de deelnemingsvrijstelling voor de vennootschapsbelasting, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026. Deze vaststellingsovereenkomst is, met betrekking tot de kwalificatie van Y, met ingang van 1 januari 2025 geëindigd vanwege een relevante wetswijziging.
Rechtskader
20250722 ATR 000001Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van Y naar Nederlandse fiscale maatstaven. Buitenlandse rechtsvormen worden gekwalificeerd aan de hand van het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339). Het hiervoor aangehaalde besluit geeft uitvoering aan de (onder andere) in artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode. Voor de kwalificatie van een buitenlandse rechtsvorm als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening of transparant fonds als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 8, derde lid van de Wet Vpb juncto artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB) is het Fondsenbesluit (Besluit van 27 november 2024, nr. 2024-9447) relevant. Relevant is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.
Overwegingen
1. Het concern oefent, middels haar Nederlandse vennootschappen, in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus). Voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van de relevante vennootschappen uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functies van de relevante vennootschappen binnen het concern.
2. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en de daarbij als bijlage opgenomen rechtsvormenlijst zijn in het kader van de kwalificatie van Y relevant. De rechtsvorm van Y is opgenomen op de rechtsvormenlijst als buitenlandse rechtsvorm waarvan wordt vermoed dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse commanditaire vennootschap (cv). Zoals in de toelichting opgenomen geeft de indicatie op de lijst in verreweg de meeste gevallen duidelijkheid en zekerheid. In het kader van vooroverleg wordt uitgegaan van het rechtsvermoeden. Er geldt een voorbehoud voor een wezenlijke wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. In de feiten is opgemerkt dat van een wezenlijke wetswijziging geen sprake is.
4. Van de kwalificatie in overeenstemming met de rechtsvormenlijst wordt afgeweken indien het buitenlandse samenwerkingsverband voldoet aan de definitie van het fonds voor gemene rekening of transparant fonds zoals opgenomen in artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb respectievelijk artikel 2.14bis, zevende lid van de Wet IB.
5. Om te kwalificeren als fonds voor gemene rekening dient Y (materieel) te worden aangemerkt als beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Relevant daarbij is het Fondsenbesluit en de daarin opgenomen voorwaarden. Ten eerste dient de beleggingsinstelling of instelling voor collectieve belegging in effecten in de EU-lidstaat van herkomst van de instelling conform Richtlijn 2011/61/EU respectievelijk Richtlijn 2009/65/EG niet te worden aangemerkt als 20250722 ATR 000001beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten. Ten tweede mag Y niet een rechtsvorm bezitten die vergelijkbaar is met een nv of bv. Als voldaan is aan deze twee voorwaarden, dan is deze beleggingsinstelling voor de toepassing van artikel 2, vierde lid van de Wet Vpb aan te merken als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft. Aangezien Y in EU- lidstaat A niet wordt aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en evenmin is sprake van voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden kan worden geconcludeerd dat Y niet kwalificeert als een beleggingsfonds in de zin van 1:1 van de Wft.
6. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat Y voor de toepassing van de Nederlandse belastingwet wordt aangemerkt als transparant.
Conclusie
Y is voor Nederlandse fiscale doeleinden transparant. Voorgaande is vastgelegd in een addendum op de bestaande vaststellingsovereenkomst (met een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026), voor de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026.