rul-20250708-atr-000006

20250708 ATR 000006

Samenvatting

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf ten aanzien van nieuw op te starten activiteiten. Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, de kwalificatie van een commanditaire vennootschap naar Nederlandse fiscale maatstaven en zekerheid vooraf over de afwezigheid van een vaste inrichting in Nederland.

Feiten

X is een coöperatie opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk in Nederland gevestigd. X behoort tot een Nederlands concern met een hoofdkantoor in Nederland, dat actief is in de dienstverlenende sector. In Nederland worden door de tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [1 – 10] werknemers. Het doel van X is om te investeren in verschillende portfoliovennootschappen. Het personeel in Nederland werkt voor rekening en risico van X, heeft professionele kennis en ervaring, is verantwoordelijk voor de selectie en aansturing van de investeringen en zal in dat kader verantwoordelijk zijn voor strategische beslissingen. X heeft eigen kantoorruimte ter beschikking. X zal geen stukken uitgeven die in fiscale zin kwalificeren als schriftelijke aandeelbewijzen of daarmee vergelijkbare stukken. Daarnaast is een lidmaatschapsrecht in X slechts overdraagbaar na voorafgaande schriftelijke toestemming daartoe door alle leden van X. X zal de samenstelling van het ledenbestand bijhouden in een ledenregister. Y is een commanditaire vennootschap opgericht naar het recht van Nederland. De beherend vennoot van Y is een besloten vennootschap opgericht naar het recht van Nederland en feitelijk gevestigd in Nederland. Het doel van Y is om investeerders samen te brengen (poolen) om vermogen te verstrekken aan X. Y oefent geen activiteiten uit in Nederland die het beleggingscriterium ontstijgen.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf dat er geen sprake is van inhoudingsplicht voor de dividendbelasting, omdat X niet kwalificeert als houdstercoöperatie zoals gedefinieerd in artikel 1, achtste lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB). Het verzoek ziet tevens op zekerheid vooraf op de kwalificatie van X naar Nederlandse fiscale maatstaven. Voor de kwalificatie van de commanditaire vennootschap is de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen en het begrip fonds voor gemene rekening als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en het Fondsenbesluit (Besluit van 27 november 2024, nr. 2024-9447) relevant. 20250708 ATR 000006Tevens vraagt de beherend vennoot van Y, ten behoeve van de commanditaire vennoten, zekerheid vooraf dat geen sprake is van een vaste inrichting in Nederland op grond van artikel 3, vierde lid, vijfde lid en het achtste lid in combinatie met artikel 17, derde lid, onderdeel a of artikel 17a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Relevant is hierbij het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) van belang.

Overwegingen

1. Gedurende de behandeling van het verzoek is duidelijk geworden dat er geen in het buitenland gevestigde commanditaire vennoten participeren in Y.
2. De gevraagde zekerheid valt daardoor niet onder het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Het verzoek om zekerheid vooraf is vervolgens buiten behandeling gesteld.
3. Een inhoudelijke analyse is daardoor achterwege gebleven.

Conclusie

Het verzoek om zekerheid vooraf is buiten behandeling gesteld. Derhalve is er geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen.