rul-20250610-ibox-000008

20250610 IBOX 000008

Samenvatting

Aanleiding

De fiscale eenheid X heeft een verzoek om vooroverleg ingediend voor aanpassing van de gemaakte afspraken voor toepassing van de innovatiebox over de periode 2017 tot en met 2025. De aangiften vennootschapsbelasting zijn ingediend tot en met 2022.

Feiten

X is een industriële onderneming met [151 – 300] personeelsleden in Nederland, met een jaarlijkse omzet van [€ 51 miljoen – € 150 miljoen]. Deze omzet wordt behaald met eigen producten waarin technologie is verwerkt die is ontwikkeld door haar dochtermaatschappij Y. De fiscale eenheid X dient het verzoek in voor haar gevoegde dochtermaatschappij Y, waar de ontwikkelactiviteiten plaatsvinden. X maakt onderdeel uit van een internationaal concern. De fiscale eenheid X heeft transacties met buitenlandse groepsvennootschappen (met een (in-)directe verbondenheid groter dan 25%) die de producten van X verkopen. De aandelen in X worden voor meer dan 25% gehouden door een buitenlandse moedermaatschappij. X is eigenaar van de door haar voortgebrachte immateriële activa. X heeft een entrepreneursrol met als bijbehorende functies Corporate Excellence, Kwaliteitsbeheersing, Productie en Research & Development. In dat kader beschikt X over een R&D-afdeling en brengt jaarlijks immateriële activa voort waarvoor S&O-verklaringen worden verkregen met over de periode 2022 tot en met 2024 gemiddeld [5.000 – 10.000] toegekende en gerealiseerde S&O-uren per jaar. Bij de S&O- activiteiten zijn over die periode gemiddeld [11– 20] R&D-medewerkers betrokken. Daarnaast heeft X over diezelfde periode gemiddeld jaarlijks [€ 1 miljoen – € 5 miljoen] uitgegeven aan R&D- werkzaamheden. Enkele van de succesvol afgeronde S&O-projecten hebben geleid tot immateriële activa waarvoor octrooien zijn aangevraagd en verleend. Daarnaast zijn aan X, al dan niet via dochtermaatschappijen, vergunningen verleend voor het in de handel brengen van haar producten. Het succes van X laat zich afmeten aan een structureel hoge winstgevendheid van de onderneming. Als gevolg van een heroriëntatie in de R&D/ontwikkelactiviteiten is X met ingang van 2022 gestopt met de doorontwikkeling van enkele producten, waarop tot op dat moment de innovatiebox van toepassing was, en worden daarvoor ook geen S&O-uren meer aangevraagd of verkregen. Partijen zijn in overleg getreden om te bezien op welke wijze dit veranderde feitencomplex invloed heeft op de eerder gemaakte afspraken over de toepassing van de afpelmethode zoals vastgelegd in een eerder tot stand gekomen overeenkomst om te komen tot een adequate aanpassing gedurende de resterende looptijd van de vaststellingsovereenkomst.

Rechtskader

20250610 IBOX 000008 Het verzoek van X om toepassing van de innovatiebox ziet op de artikelen 12b tot en met 12bg van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb). Voorts zijn het Innovatieboxbesluit 2021, het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, paragraaf 3 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen) aan de orde.

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
2. De door X gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Bij de bepaling van de voordelen is in de eerdere vaststellingsovereenkomst het verzoek van X gevolgd om in lijn met paragraaf 4.6 van het Innovatieboxbesluit 2021 de afpelmethode te hanteren en de fiscale kwalificerende operationele winst (de EBIT) van de fiscale eenheid als startpunt te nemen waarbij rekening wordt gehouden met voortbrengingskosten. Vervolgens worden op basis van omzetverhoudingen de voordelen aan de kwalificerende immateriële activa toegerekend.
4. Aangezien met ingang van 2022 geen verdere doorontwikkeling heeft plaatsgevonden van enkele producten, vindt ten aanzien van deze producten een uitgroei plaats met ingang van
2022. Deze uitgroei is in lijn met de ingroei zoals die in een eerdere afspraak overeen is gekomen, conform paragraaf 10.2 van het Innovatieboxbesluit
2021. Dat betekent dat voor deze producten een uitgroeitermijn van [3,1 – 5] jaar wordt gehanteerd.
5. Voor het overige zijn de eerder tussen de Belastingdienst en X tot stand gekomen afspraken onverminderd van toepassing.

Conclusie

Er is overeenstemming bereikt over de aanpassing van de eerder tot stand gekomen afspraken met betrekking tot de innovatiebox. Dit is vastgelegd in een addendum op de bestaande vaststellingsovereenkomst. De bestaande vaststellingsovereenkomst heeft een looptijd van 2021 tot en met 2025 en is van overeenkomstige toepassing in de boekjaren 2017 tot en met 2020. Het addendum heeft betrekking op de boekjaren 2023 tot en met 2025 en is van overeenkomstige toepassing op het boekjaar 2022, waarvoor de aangifte vennootschapsbelasting reeds is ingediend. 20250610 IBOX 000008