rul-20250610-apa-000005

20250610 APA 000005

Samenvatting

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2025/2026 tot en met 2029/2030.

Feiten

X is het buiten de Europese Unie gevestigde regionale hoofdkantoor van de Z-groep. De Z-groep is een internationaal opererende groep die zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en distributie van producten in de industriële sector. X heeft een vaste inrichting in Nederland. In Nederland worden door de vaste inrichting en door de overige tot het concern behorende vennootschappen activiteiten uitgeoefend door [76 – 150] werknemers. Het hoofdhuis van X verricht belangrijke kernfuncties van de groep zoals het strategisch management, productontwikkeling, productie, marketing en distributie voor een bepaalde regio. Het hoofdhuis van X is de eigenaar van belangrijke immateriële activa van de groep en draagt belangrijke ondernemersrisico’s. De vaste inrichting verricht activiteiten gerelateerd aan de naleving van regelgeving met betrekking tot de distributie van producten in Europa. De activiteiten van de vaste inrichting bestaan uit het voeren van een goederenadministratie, zorg dragen voor juridische documentatie en het optreden als aanspreekpunt voor bepaalde overheidsautoriteiten. De vaste inrichting voert deze activiteiten uit onder aansturing en regie van het hoofdhuis van X. De vaste inrichting draagt daarbij beperkte risico’s en bezit geen waardevolle immateriële activa. Naast de vaste inrichting heeft de Z-groep ook een vennootschap die operationele activiteiten uitoefent in Nederland. Dit was onder andere de reden om de vaste inrichting van X in Nederland te registreren. X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van de arm’s-lengthbeloning voor dienstverlenende activiteiten verricht door de Nederlandse vaste inrichting ten behoeve van het hoofdhuis van X.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke winstallocatie aan de vaste inrichting van X. Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. 20250610 APA 000005Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). De winstallocatie aan vaste inrichtingen vindt plaats in lijn met artikel 7 van het OESO- modelverdrag. In juli 2008 is het OESO-rapport ‘Report on the Attribution of Profits to Permanent Establishments’ (PE-Report) gepubliceerd, dat in 2010 is aangepast aan een eveneens in 2010 gepubliceerd nieuw artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In dit rapport wordt beschreven hoe winsten aan vaste inrichtingen toegerekend dienen te worden onder toepassing van artikel 7 van het OESO-modelverdrag. In het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022, geeft de Staatssecretaris inzicht in zijn standpunten met betrekking tot de winstallocatie aan vaste inrichtingen en wordt bevestigd dat het Nederlandse beleid aansluit bij de conclusies van het PE- Report.

Overwegingen

1. De vaste inrichting van X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van de vaste inrichting van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van de vaste inrichting binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling (en) of transacties, en evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. Het uitgangspunt bij de winstallocatie in het Besluit winstallocatie vaste inrichtingen 2022 is de Authorised OECD Approach (AOA). Deze benadering houdt in dat aan een vaste inrichting de winst toegerekend dient te worden die door de vaste inrichting zou zijn behaald indien zij een afzonderlijk ongelieerd lichaam zou zijn geweest met vergelijkbare functies, risico’s en activa, handelend onder dezelfde of overeenkomstige omstandigheden. Er is geconstateerd dat de activa en risico’s alsmede het vermogen zijn gealloceerd aan de vaste inrichting in lijn met de uitkomst van de functionele analyse.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de dienstverlenende activiteiten verricht door de vaste inrichting een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval zijn de operationele kosten gekozen als maatstaf omdat de operationele kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende dienstverlenende functies, de gebruikte activa en gedragen risico’s door de vaste inrichting. 20250610 APA
0000054. De bij het verzoek gevoegde benchmarkstudie is beoordeeld en partijen zijn uiteindelijk overeengekomen om de beloning vast te stellen op basis van een aangepaste set van vergelijkbare cijfers van onafhankelijke marktpartijen.

Conclusie

Partijen hebben vastgesteld dat voor de dienstverlenende activiteiten verricht door de Nederlandse vaste inrichting ten behoeve van het hoofdhuis van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm’s-length is. Het gehanteerde percentage valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde partijen waarvan de lower quartile 4,40% bedraagt en de upper quartile 10,30%. In de vaststellingsovereenkomst is de mediaan gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 juli 2025 tot en met 30 juni 2030.