rul-20250603-rulov-000007

20250603 RULOV 000007

Samenvatting

Aanleiding

Er is verzocht om zekerheid vooraf over de vraag of een grensoverschrijdende juridische afsplitsing met fiscale terugwerkende kracht naar 1 januari 2025 kan plaatsvinden en zonder heffing van vennootschapsbelasting.

Feiten

X is opgericht naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie en aldaar feitelijk gevestigd. X beschikt over een vaste inrichting in Nederland. X behoort tot een concern dat actief is in de zakelijke dienstverlening. X beschikt over [11 – 25] werknemers in Nederland. X is voornemens om grensoverschrijdend af te splitsen waarbij X alle activiteiten, activa en passiva toerekenbaar aan haar vaste inrichting in Nederland juridisch afsplitst naar een nieuw op te richten vennootschap naar Nederlands recht die alhier gevestigd zal zijn. De verantwoording van de financiële gegevens van de afsplitsende rechtspersoon vindt op grond van het buitenlandse recht plaats vanaf de aanvang van het boekjaar van X. X is in haar land van vestiging onderworpen aan winstbelasting en de juridische afsplitsing zal voor winstbelastingdoeleinden aldaar ook plaatsvinden vanaf de aanvang van het boekjaar. X beschikt niet over verliezen of andersoortige aanspraken zoals bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna Wet Vpb). De inspecteur heeft op verzoek van X bij voor bezwaar vatbare beschikking bevestigd dat de grensoverschrijdende juridische afsplitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. X heeft ook gevraagd om zekerheid vooraf ten aanzien van de grensoverschrijdende juridische afsplitsing die valt onder de reikwijdte van het Besluit rulings met een internationaal karakter, namelijk het vaststellen van het afsplitsingstijdstip en bevestiging dat winstneming niet hoeft plaats te vinden.

Rechtskader

X verzoekt ten eerste om zekerheid vooraf dat de voorgenomen grensoverschrijdende juridische afsplitsing zonder de heffing van vennootschapsbelasting kan geschieden op grond van artikel 14a, tweede lid, van de Wet Vpb. X verzoekt ook om zekerheid vooraf dat het afsplitsingstijdstip met terugwerkende kracht voor de Wet Vpb gesteld kan worden op 1 januari 2025 op grond van de goedkeuring in onderdeel 4.1 van 20250603 RULOV 000007het Besluit juridische afsplitsing van 12 augustus 2022, nr. 2022-188692, Staatscourant 2022, 22290 (Besluit juridische afsplitsing). Relevant is verder het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de relevante bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend.
2. De gevraagde zekerheid vooraf heeft geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties.
3. Artikel 14a, tweede lid, van de Wet Vpb regelt dat een (grensoverschrijdende) juridische afsplitsing kan plaatsvinden zonder winstneming indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. X heeft aangetoond dat zij aan deze voorwaarden voldoet. X beschikt niet over verliezen of andersoortige aanspraken zoals bedoeld in artikel 14a, tweede lid, van de Wet Vpb. Dat X niet gevestigd is in Nederland doet hier niet aan af gezien het elfde lid van artikel 14a van de Wet Vpb.
4. Het Besluit juridische afsplitsing biedt in paragraaf 4.1 een goedkeuring op grond waarvan het afsplitsingstijdstip voor de Wet Vpb gesteld wordt op de aanvang van het boekjaar van de afsplitsende rechtspersoon, indien de winst van de afsplitsing niet in aanmerking wordt genomen als gevolg van het tweede of derde lid van artikel 14a van de Wet Vpb. Aan deze goedkeuring zijn voorwaarden verbonden. Ten eerste dient de verantwoording van de financiële gegevens van de afsplitsende rechtspersoon in de jaarrekening van de verkrijgende rechtspersoon eveneens plaats te vinden vanaf de aanvang van het boekjaar van de afsplitsende rechtspersoon. Ten tweede dient de datum waarop de juridische afsplitsing van kracht wordt binnen twaalf maanden te liggen na de aanvang van het boekjaar van de afsplitsende rechtspersoon. Ten derde mag met de terugwerking geen (incidenteel) fiscaal voordeel worden beoogd of worden behaald. X heeft aannemelijk gemaakt dat aan deze voorwaarden voldaan zal worden. Bij overeenkomstige implementatie zal de juridische afsplitsing voor de Wet Vpb terugwerken tot 1 januari 2025.

Conclusie

Het afsplitsingstijdstip van de voorgenomen grensoverschrijdende juridische afsplitsing kan bij overeenkomstige implementatie gesteld worden op 1 januari 2025 voor de Wet Vpb. 20250603 RULOV 000007De grensoverschrijdende juridische afsplitsing resulteert niet in winstneming op grond van artikel 14a van de Wet Vpb. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.

Belang: