rul-20250527-apa-000003

20250527 APA 000003

Samenvatting

Aanleiding

X heeft een bilateraal verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2023/2024 tot en met 2027/2028.

Feiten

X is een in Nederland gevestigde vennootschap met [1 – 10] personeelsleden in Nederland. X maakt onderdeel uit van een multinationale groep die zich bezighoudt met de handel en distributie van producten. Y is een gelieerde vennootschap gevestigd buiten de Europese Unie (EU). Y verricht de belangrijkste functies met betrekking tot de verkopen van producten aan klanten in Europa. Dit omvat inkoop, het afdekken van risico’s, kwaliteitscontroles, transport, logistiek, marketing en sales. X verricht activiteiten gerelateerd aan de naleving van regelgeving met betrekking tot de distributie van producten in de EU. De omzet gerelateerd aan de distributie van de producten wordt verantwoord in de boeken van X, maar X oefent geen verkoopfuncties uit. X is verantwoordelijk voor de douaneafhandeling, goederenadministratie en overige administratieve taken met betrekking tot de verkoop van de producten aan klanten in de EU. X maakt geen gebruik van waardevolle activa en draagt beperkte risico’s. De gevraagde zekerheid vooraf heeft betrekking op de arm’s-lengthbeloning voor de ondersteunende activiteiten verricht door X voor Y.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESO- commentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’s- lengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

20250527 APA 000003
1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transactie zijn de functies van X in vergelijking met die van Y als uitvoerend te beschouwen. X kan daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transactie en is derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de ondersteunende activiteiten van X een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval zijn de operationele kosten gekozen als maatstaf omdat de operationele kosten de relevante indicator zijn voor de waarde van de uitgeoefende ondersteunende functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door X. Met betrekking tot de omzetstroom verricht X geen relevante verkoopactiviteiten en draagt geen risico’s, maar verricht feitelijk vooral een administratieve functie. In overeenstemming met paragraaf 3.2.3 van het Verrekenprijsbesluit 2022 wordt X daarom beloond met een winstopslag over de eigen relevante operationele kosten, en niet middels een omzetgerelateerde beloning.
4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studie is beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van X.

Conclusie

De bevoegde autoriteiten hebben overeenstemming bereikt over de arm’s-lengthbeloning voor de ondersteunende activiteiten van X. Deze overeenstemming is vervolgens uitgewerkt en geformaliseerd in een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en X. Partijen hebben vastgesteld dat voor de ondersteunende activiteiten van X een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de operationele kosten at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 4,23% bedraagt en de upper quartile 18,28%. In de vaststellingsovereenkomst is door de bevoegde autoriteiten een percentage beneden de mediaan overeengekomen. 20250527 APA 000003Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 april 2023 tot en met 31 maart 2028.