rul-20250429-atr-000002

20250429 ATR 000002

Samenvatting

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend voor het verkrijgen van zekerheid vooraf over de kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen naar Nederlandse fiscale maatstaven. Men wenst zekerheid voor de periode 4 augustus 2023 tot en met 31 december 2027.

Feiten

X1 en X2 zijn rechtsvormen die worden beheerst door het recht van een staat buiten de Europese Unie (EU), waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (verdragsland A). Y is een vennootschap opgericht naar het recht van en feitelijk gevestigd in Nederland. Y houdt een middellijk belang in X1 en X2. De groep behoort tot een internationaal opererend concern, actief in de industriële sector. In Nederland worden bedrijfseconomische operationele activiteiten uitgeoefend door Y. Deze activiteiten worden uitgeoefend door [151 – 300] werknemers. De toetreding, vervanging en wijziging van de onderlinge gerechtigheid van de commanditaire vennoten van X1 en X2 is onderworpen aan de unanieme toestemming van alle vennoten. X1 en X2 hebben een rechtsvorm die voorkomt op de rechtsvormenlijst bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 waarvan het rechtsvermoeden luidt dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse commanditaire vennootschap (cv). Van een relevante wetswijziging ten aanzien van het buitenlandse recht waardoor X1 en X2 worden beheerst is geen sprake ten opzichte van het kwalificatiejaar op de rechtsvormenlijst. X1 en X2 worden (materieel) niet aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft).

Rechtskader

Het verzoek om zekerheid vooraf ziet op de kwalificatie van X1 en X2 naar Nederlandse fiscale maatstaven. Tot 1 januari 2025 vindt de kwalificatie van buitenlandse samenwerkingsverbanden naar Nederlandse fiscale maatstaven plaats aan de hand een toetsingskader zoals neergelegd in het (inmiddels ingetrokken) besluit van 11 december 2009, nr. CPP2009/519M (Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden). Artikel 2, derde lid, onderdeel c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) (reeds vervallen) in combinatie met het (inmiddels ingetrokken) besluit inzake commanditaire vennootschappen en het toestemmingsvereiste van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1209M spelen hierbij ook een rol. Ook relevant hierbij is het standpunt KG:211:2024:15 van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen. Vanaf 1 januari 2025 worden buitenlandse samenwerkingsverbanden naar Nederlandse fiscale maatstaven gekwalificeerd aan de hand van het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen 20250429 ATR 000002van 9 november 2024 (Staatsblad 2024, 339) dat uitvoering geeft aan de in (onder andere) artikel 1a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) opgenomen rechtsvormvergelijkingsmethode. Voorts is relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter. Tevens is van belang de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen).

Overwegingen

1. In paragraaf 3, onderdeel a, van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter is aangegeven dat toegang tot het vooroverleg ter verkrijging van zekerheid vooraf in de vorm van een ruling met een internationaal karakter is voorbehouden voor situaties waarin sprake is van voldoende economische nexus in Nederland. Deze bepaling inzake de economische nexus is in dit geval niet van toepassing, omdat het gaat om de kwalificatie van buitenlandse rechtsvormen. De kwalificatie van X1 en X2 is wel van belang voor de Nederlandse belastingheffing. Ten overvloede kan worden opgemerkt dat het concern in dit geval in Nederland over economische nexus beschikt.
2. Het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting is niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties. Evenmin heeft de gevraagde zekerheid vooraf betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
3. Voor de kwalificatie van X1 en X2 naar Nederlandse fiscale maatstaven in de periode 4 augustus 2023 tot 1 januari 2025 is het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden van belang. Aan de hand van de feiten en omstandigheden en van de vier vragen (het toetsingskader) is beoordeeld of X1 en X2 overeenkomen met een kapitaalvennootschap of met een personenvennootschap.
4. Toetsingskader (A) Kan het samenwerkingsverband de juridische eigendom hebben van de vermogensbestanddelen waarmee het de activiteiten uitoefent? (B) Zijn alle participanten beperkt aansprakelijk voor de schulden en de andere verplichtingen van het samenwerkingsverband? (C) Heeft het samenwerkingsverband een in aandelen verdeeld kapitaal in civielrechtelijke zin, dan wel kan het kapitaal in maatschappelijke zin gelijkgesteld worden met een in aandelen verdeeld kapitaal? (D) Kan er, buiten het geval van vererving of legaat, toetreding of vervanging van participanten plaatsvinden zonder dat toestemming nodig is van alle participanten?
5. Voor X1 en X2 geldt dat vraag (A) met “ja” beantwoord terwijl de vragen (B), (C) en (D) met “nee” worden beantwoord. Dit betekent dat er in beginsel sprake is van een personenvennootschap. Dit is bevestigd in het kennisgroepstandpunt KG:211:2024:
15.
6. Op grond van het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden wordt vervolgens beoordeeld of er sprake is van een personenvennootschap die vergelijkbaar is met een Nederlandse cv en, zo ja, of de cv vergelijkbaar is met een Nederlandse open cv die kwalificeert als niet-transparant naar Nederlandse fiscale maatstaven. 20250429 ATR
0000027. Een samenwerkingsverband is vergelijkbaar met een Nederlandse cv indien het samenwerkingsverband de volgende kenmerken bezit. a. Op naam van het samenwerkingsverband wordt een onderneming gedreven. b. Er is ten minste één “beherend vennoot” en één “commanditaire vennoot”. c. De beherend vennoot is onbeperkt of voor een gelijk deel aansprakelijk tegenover derden. d. De commanditaire vennoot is slechts intern draagplichtig tot maximaal het door hem ingelegde vermogen. e. De commanditaire vennoot verricht geen externe daden van beheer en bestuur. f. De vennootschap heeft geen in aandelen verdeeld kapitaal. Uit de antwoorden op de vragen A tot en met D volgt dat X1 en X2 de kenmerken a tot en met f bezitten. X1 en X2 zijn dus vergelijkbaar met een Nederlandse cv. Dit is tevens bevestigd in het kennisgroepstandpunt KG:211:2024:
15.
8. Vervolgens dient op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel c van de AWR (oud) in combinatie met het Besluit kwalificatie buitenlandse samenwerkingsverbanden beoordeeld te worden of sprake is van een open of besloten cv(-achtige). Er is sprake van een besloten cv(-achtige) indien unanieme toestemming is vereist voor toetreding, vervanging en wijziging van de onderlinge gerechtigheid van de commanditaire vennoten.
9. Uit de samenwerkingsovereenkomst van zowel X1 als X2 volgt dat aan het hierboven vermelde unanieme toestemmingsvereiste is voldaan. Derhalve kwalificeren X1 en X2 als besloten cv(-achtige) en worden ze naar Nederlandse maatstaven als fiscaal transparant aangemerkt.
10. Voor de kwalificatie van X1 en X2 vanaf 1 januari 2025 is het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen en de daarbij als bijlage opgenomen rechtsvormenlijst relevant. De rechtsvormen van X1 en X2 zijn opgenomen op de rechtsvormenlijst als buitenlandse rechtsvormen waarvan wordt vermoed dat de rechtsvorm vergelijkbaar is met een Nederlandse cv. Zoals in de toelichting bij het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen opgenomen geeft de indicatie op de lijst in verreweg de meeste gevallen duidelijkheid en zekerheid. Er geldt een voorbehoud voor een relevante wijziging in het buitenlandse recht van de staat waardoor de rechtsvorm wordt beheerst ten opzichte van het moment van kwalificatie. Zoals in de feiten is opgemerkt, is van een relevante wetswijziging geen sprake.
11. Van de kwalificatie in overeenstemming met de rechtsvormenlijst wordt ook afgeweken indien het buitenlandse samenwerkingsverband voldoet aan de definitie van het fonds voor gemene rekening of transparant fonds zoals opgenomen in artikel 2, vierde lid, van de Wet Vpb respectievelijk artikel 8, derde lid van de Wet Vpb juncto artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting
2001. Voor de kwalificatie als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening is het van belang dat het buitenlandse samenwerkingsverband (materieel) wordt aangemerkt als een beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 van de Wft.
12. Omdat X1 en X2 materieel niet kwalificeren als beleggingsfonds in de zin van artikel 1:1 van de Wft, worden X1 en X2 niet als vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening aangemerkt. X1 en X2 zijn derhalve voor het jaar 2025 en verder naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant.

Conclusie

X1 en X2 zijn naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant voor de periode van 4 augustus 2023 tot 1 januari 2025. 20250429 ATR 000002 X1 en X2 zijn naar Nederlandse fiscale maatstaven transparant voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027. Voorgaande is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 4 augustus 2023 tot en met 31 december 2027.