rul-20250422-apa-000017

20250422 APA 000017

Samenvatting

Aanleiding

X heeft een verzoek ingediend om zekerheid vooraf te krijgen over verrekenprijzen voor de boekjaren 2024 tot en met 2028, aansluitend op een eerdere afspraak tot en met 2023.

Feiten

X is een in Nederland gevestigde vennootschap en het hoofdkantoor van de Z-groep met [151 – 300] personeelsleden in Nederland. De Z-groep is een internationaal opererende groep in de dienstverlenende sector. X houdt zich bezig met de uitoefening van kernfuncties binnen de groep. Deze functies bestaan onder andere uit het strategische management, ontwikkelingsactiviteiten, project management en het bepalen van de (commerciële) voorwaarden van diensten die worden aangeboden aan ongelieerde partijen. X is eigenaar van waardevolle immateriële activa en draagt de belangrijkste ondernemersrisico’s. X heeft buitenlandse groepsmaatschappijen gevestigd binnen en buiten Europa. De buitenlandse groepsmaatschappijen leveren diensten aan ongelieerde partijen en houden zich bezig met commerciële activiteiten zoals customer service. Deze functies worden door de buitenlandse groepsmaatschappijen uitgeoefend onder regie en aansturing van X. De buitenlandse groepsmaatschappijen zijn geen eigenaar van waardevolle activa en dragen geen wezenlijke risico’s. X verzoekt om zekerheid vooraf ten aanzien van de arm’s-length beloning van de commerciële activiteiten van de buitenlandse groepsmaatschappijen.

Rechtskader

Het verzoek van X ziet op het verkrijgen van zekerheid vooraf over de vaststelling van een zakelijke beloning (een arm’s-lengthbeloning). Het arm’s-lengthbeginsel is in Nederland gecodificeerd in artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) en in het OESO-modelverdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing in artikel 9. In het OESOcommentaar op artikel 9 van het OESO-modelverdrag en de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations (OESO-richtlijnen) wordt het arm’slengthbeginsel van een nadere invulling voorzien. Relevant in dit kader is het Verrekenprijsbesluit 2022. Voorts zijn relevant het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter, waarin de kaders voor het verkrijgen van zekerheid vooraf zijn gegeven met betrekking tot rulings met een internationaal karakter, en de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (met inachtneming van de jaarlijkse wijzigingen). 20250422 APA 000017

Overwegingen

1. X oefent in Nederland bedrijfseconomische operationele activiteiten uit (de zogenoemde economische nexus) en voorts worden de bedrijfseconomische operationele activiteiten voor rekening en risico van X uitgeoefend. Deze activiteiten passen bij de functie van het lichaam binnen het concern. Aanvullend is het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting niet de enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties, en heeft de gevraagde zekerheid vooraf geen betrekking op de fiscale gevolgen van directe transacties met gelieerde entiteiten die zijn gevestigd in staten die zijn opgenomen in de Regeling laagbelastende staten en niet- coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
2. De OESO-richtlijnen beschrijven dat een arm’s-lengthbeloning wordt bepaald door middel van een vergelijkbaarheidsanalyse met onafhankelijke partijen. Daarbij dienen de functies, activa en gelopen risico’s van partijen te worden meegewogen. Binnen de gelieerde transacties zijn de functies van de buitenlandse groepsmaatschappijen in vergelijking met die van X als uitvoerend te beschouwen. De buitenlandse groepsmaatschappijen kunnen daarom worden beschouwd als de minst complexe partij in de gelieerde transacties en zijn derhalve aangemerkt als tested party.
3. De OESO-richtlijnen beschrijven een beperkt aantal methoden voor het bepalen van de arm’s-lengthresultaten. Als deze aanwezig is, geeft de comparable uncontrolled price (CUP) methode de best mogelijke indicatie van de zakelijkheid van de gehanteerde prijzen. Niet is gebleken dat voor de commerciële activiteiten van de buitenlandse groepsmaatschappijen een CUP aanwezig is. Andere traditionele methoden gaan uit van de vergelijking van de bruto marges van vergelijkbare ongelieerde partijen met de tested party. De bepaling van de bruto marge is mede afhankelijk van kostenrubricering en van de vergelijkbare partijen is die onbekend. Daardoor geeft een vergelijking op het niveau van de netto operationele marges (Transactional Net Margin Method) een betrouwbaardere uitkomst. In dit geval is de omzet gekozen als maatstaf omdat de omzet de relevante indicator is voor de waarde van de uitgeoefende commerciële functies, gebruikte activa en gedragen risico’s door de buitenlandse groepsmaatschappijen.
4. De bij het verzoek gevoegde benchmark studies zijn beoordeeld en passend bevonden bij de functies, activa en risico’s van de buitenlandse groepsmaatschappijen.

Conclusie

Partijen hebben vastgesteld dat voor de commerciële activiteiten van de buitenlandse groepsmaatschappijen een transactional net margin uitgedrukt in een percentage van de omzet at arm’s-length is. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen ten behoeve van de Europese groepsmaatschappijen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,94% bedraagt en de upper quartile 10,56%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage beneden de mediaan in de vaststellingovereenkomst gehanteerd. Het percentage dat in de overeenkomst is opgenomen ten behoeve van niet-Europese groepsmaatschappijen valt binnen een interquartile range van resultaten van ongelieerde 20250422 APA 000017vergelijkbare partijen waarvan de lower quartile 2,33% bedraagt en de upper quartile 11,56%. Vanwege de specifieke feiten en omstandigheden is een percentage beneden de mediaan in de vaststellingovereenkomst gehanteerd. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.