Categorie: Resultaat uit overige werkzaamheden
-
2015612
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een feitencomplex leidt tot medegerechtigdheid volgens artikel 3 Wet IB 2001. De ruling concludeert dat er sprake is van medegerechtigdheid en biedt richtlijnen voor de onderbouwing van het subsidiaire standpunt van de belastingplichtige.
-
2016757
In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat er sprake is van een lucratief belang, zelfs als de aandelen anderhalf jaar na uitdiensttreding zijn toegekend. De heffing dient te plaatsvinden in het jaar van de onherroepelijke verkoop in 2011.
-
2016763
Deze uitspraak behandelt de aftrekbaarheid van een afwaarderingsverlies op een onzakelijke lening aan een BV van een verbonden persoon. De Hoge Raad concludeert dat dergelijke verliezen niet aftrekbaar zijn, omdat er sprake is van persoonlijke motieven en een gebrek aan zakelijke afweging van het debiteurenrisico.
-
2016766
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of een vader moet afrekenen over de schenking van een onroerende zaak aan zijn zoon, waarbij hij het vruchtgebruik behoudt. De conclusie is dat de vader moet afrekenen over het ter beschikking stellen van 40% van het pand, conform artikel 392 Wet IB.
-
2016449
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de management shareholders loan van de managers van ETopco BV als een lucratief belang kan worden gekwalificeerd in het kader van de stripinvestering pakkettheorie. De kennisgroep concludeert dat er geen voldoende samenhang is tussen de aandelen en de lening om deze als een pakket te beschouwen.
-
2016455
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van de aanvang van de terbeschikkingstelling (TBS) in de betreffende casus. De Hoge Raad’s voorwaarden voor TBS zijn niet voldaan, waardoor de gemaakte kosten niet aftrekbaar zijn.
-
2015885
Deze belastinguitspraak behandelt de behandeling van bijgeschreven en niet betaalde rente bij onzakelijke leningen. De Hoge Raad oordeelt dat deze rente moet worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer en dat kwijtschelding als een informele kapitaalstorting moet worden aangemerkt.
-
2015696
Belastingdienst Naam dienstondardeel Kenrisgroep resultaat overige werkzaamhedenAan Van Kennisgroep ROW512e] Contactpersoon 512e 512e 512e p belastinadienst nl memo6april 201S Referent ienummer Beliandeld door I 512eBitcoins Kopieaan Kgrow Bijiagen 2 Inleiding Op12maart 2018 ontving dekennisgroep row via haar voorzitter|512e | 5i2e|het verzoek om tebeoordeien ofhet row standpunt uit2014 nog actueel isHet bijdevraag gevoegde memo ging inopdefiscale…
-
2015615
Belastingdienst Naam dienstondardeel Kenrisgroep resultaat overige werkzaamhedenAan Belastingdienst] Van Kennisgroep ROW512e Contactpersoon Mr 512e M 512e I 512e ^ belastingdienst nl memoDatum 16april2019 Referent ienummer Betiandeld door 512e Kosten predikant Vraag 19059 009 Feiten XIspredikant Xmaakt geen gebrulk van demogelijkheid van opting InXIs resultaatgenieterinde zin van art 390Wet IB2001 Xontvangteen onkostenvergoeding van €1000 specifiek voor…
-
2015617
Deze memo behandelt de vraag of de vrijstelling van artikel 396 lid 1 letter a Wet IB2001 van toepassing is op de resultaten van belastingplichtigen die voordeel behalen uit weddenschappen via een algoritme. De conclusie is dat, indien deze resultaten reeds belast zijn met kansspelbelasting, zij niet onder het resultaat uit overige werkzaamheden vallen.
-
2015618
Belastingdienst Naam dienstonderdeel Kennisgroep resultaat overige werkzaamhedenAan Belastingdienst Van Kennisgroep ROW5l2e Contactpersoon Mr 512e 512eIM I 512e belastlngdlenst nl memoDatum 8juni 2020 Referentienummer 19059 012 Behandeld door I512e 1 Lucratieve schuld bij limited recourse financiering van een werknemersparticipatie Vraag 19059 012 Feiten Pre partidpatie Belastingpiichtige isalswerknemer verbonden aan hethogere management van een onderneming BV dieuiteindelijk…
-
1769279
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de verstrekte zekerheidsstellingen kwalificeren als ongebruikelijke terbeschikkingstelling (OTBS) volgens de Wet IB 2001. De ruling concludeert dat dit afhankelijk is van de specifieke feiten en omstandigheden van de casus.
-
1769304
KsnnisgroqD ROW vraag 21050 0I5 MomEnt waarop voordElen uit aan ■commissaris toegekend aandalenoptierecht indahaffing moat wordan betrokkan 5120 V^aagataller Vraagisvia mail aFgedaan 13saptember 2021 5120 flfgelopan vrijdag hebben we davraagvar Hat gaat om davraag naar bet momant waarop netKUW voorPeel van aan aan aan commissaris toegekend aandalenoptierecht tot hat resultaat moet vrorden gerekend^asprokanindakennisgroap Damail van…
-
1769286
Deze belastinguitspraak behandelt de belastbaarheid van de S7A scholarship. De conclusie is dat de beurs niet belastbaar is volgens artikel 3101 lid 1 sub c van de Wet IB 2001.
-
1769274
In deze belastinguitspraak heeft het Hof geoordeeld dat het aandeel van belanghebbende in het ondernemingsgedeelte van een pand volledig tot zijn privévermogen behoort. Er is geen sprake van een terbeschikkingstelling aan de echtgenote, aangezien beide echtgenoten bestuursbevoegd zijn en het pand gezamenlijk gebruiken.
-
1769294
In deze belastinguitspraak wordt besproken of er sprake is van een bron van inkomen bij ontvangen royalties uit auteursrechten. De ruling concludeert dat dit inderdaad het geval is, maar dat de belastingplichtige zelf verantwoordelijk is voor de fiscale behandeling van deze opbrengsten.
-
1769297
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de bestemmingswijziging van landbouwgrond naar woningbouwgrond valt onder box 3. Het oordeel is dat er geen sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer, waardoor de wijziging in box 3 kan worden behandeld.
-
2015700
De belastingplichtige is als executeur benoemd in het testament van haar broer en ontvangt een beloning voor haar werkzaamheden. De ruling concludeert dat deze beloning belast is als inkomsten uit arbeid, omdat aan de bronvoorwaarden is voldaan.
-
2016453
Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel M lid 4 van de Invoeringswet Wet IB2001 in een casus over landerijen. De ruling concludeert dat dit artikel niet van toepassing is, ongeacht het economisch eigendom. Dit leidt tot een boekwinst na aftrek van kosten van €317.704.
-
2016454
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de adviseur van belastingplichtige A gelijk heeft in zijn stelling over de doorschuiving van de waarde van een pand na de scheiding. De uitspraak concludeert dat A de volledige waarde van het pand moet aangeven, omdat hij de civielrechtelijke bestuursbevoegdheid heeft.
-
2016756
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat een afwaarderingsverlies op een onzakelijke lening aan een BV van een verbonden persoon niet aftrekbaar is. Dit is gebaseerd op relevante jurisprudentie en de specifieke omstandigheden van de lening, waarbij persoonlijke motieven en de afwezigheid van een aandeelhoudersrelatie een belangrijke rol spelen.
-
2016760
In dit vooroverleg wordt de vraag behandeld hoe de hoogte van de borgstellingsvergoeding moet worden vastgesteld wanneer een aandeelhouder borg staat. De conclusie is dat de vergoeding op een zakelijke basis moet worden bepaald en niet afhankelijk mag zijn van de winst van de vennootschap.
-
2016758
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale behandeling van borgstellingen, zowel zakelijk als onzakelijk. Het besluit verduidelijkt dat bij onzakelijke borgstellingen geen vergoeding wordt berekend, terwijl bij zakelijke borgstellingen een vergoeding belast is volgens de relevante artikelen van de Wet IB 2001.
-
2016762
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de faciliteit van artikel 395 Wet IB kan worden benut in een specifieke casus. De kennisgroep concludeert dat de situatie onder de doorschuiffaciliteit valt.
-
2016761
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de leningen van het stimuleringsfonds en de gemeente aan de belastingplichtige onzakelijk zijn. Hierdoor kunnen deze leningen niet worden afgewaardeerd voor de toepassing van de tbs-regeling.
-
2016765
In deze belastinguitspraak wordt behandeld of een betaling door S leidt tot een regresvordering op CBV en of dit kan worden aangemerkt als TBS verlies. De conclusie is dat er geen regresvordering ontstaat en dat S blijft zitten met een niet aftrekbaar vermogensverlies.
-
2016764
Deze belastinguitspraak behandelt de mogelijkheid om onroerende zaken die onder de TBS vallen, af te waarderen naar een lagere bedrijfswaarde. De ruling bevestigt dat dit mogelijk is op basis van eerder jurisprudentie.
-
2016768
Dit document behandelt de fiscale behandeling van doorbetaalde giften in het kader van zendingswerken. De ruling concludeert dat deze giften als resultaat uit overige werkzaamheden worden aangemerkt, waarbij de aftrekbaarheid van kosten afhankelijk is van de specifieke situatie van de belastingplichtigen.
-
2016759
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale afwikkeling van een zakelijke borgstelling in verschillende situaties, waaronder faillissement en liquidatie van de borgsteller. De ruling benadrukt dat bij een zakelijke borgstelling de regresvordering op de balans moet worden opgenomen en verliezen in box 1 kunnen worden afgewikkeld.
-
2016769
Deze belastinguitspraak behandelt de gevolgen van het prijsgeven van een TBS vordering door een vader aan zijn zoon, voorafgaand aan een splitsing en schenking van aandelen. De conclusie is dat de TBS positie van de vader op normale wijze wordt afgehandeld en er geen reden is om de handeling te bestrijden.
-
2016767
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of leningen binnen een familie als ongebruikelijk kunnen worden beschouwd en of er mogelijkheden zijn voor afwaardering. De ruling concludeert dat de leningen niet ongebruikelijk zijn en dat de borgstelling met het erfdeel nietig is, waardoor afwaardering niet aan de orde is.
-
2016448
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling (OTBS). De rechtbank concludeert dat dit niet het geval is, waardoor de lening uit 2002 als een zakelijke lening wordt beschouwd.
-
2016770
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of een overgang van meer dan normaal vermogensbeheer naar terbeschikkingstelling leidt tot een verplichte afrekening. De conclusie is dat de werkzaamheden van het minderjarige kind vanaf het begin onder de terbeschikkingstellingsregeling vallen, wat betekent dat er afgerekend moet worden bij twee verschillende belastingplichtigen.
-
2016451_1
In deze belastinguitspraak wordt beoordeeld of de aandelen E van dhr E kwalificeren als een lucratief belang. De conclusie is dat er geen sprake is van een lucratief belang volgens de relevante wetgeving, omdat de aandelen niet voldoen aan de voorwaarden van achterstelling en beloning.
-
2016451
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake is van een lucratief belang in het kader van bedrijfsopvolging. De conclusie is dat er geen lucratief belang is, omdat alle aandelen gelijkgerechtigd zijn in winst en stemrecht.
-
2016452
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of er sprake is van een zakelijke borgstelling. De kennisgroep concludeert dat er sterke aanwijzingen zijn voor een onzakelijke borgstelling, waarbij verdere onderbouwing noodzakelijk is. Dit advies kan gevolgen hebben voor de belastingpositie van de betrokken partijen.
-
2016450
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling in een familierelatie. De conclusie is dat deze terbeschikkingstelling als ongebruikelijk kan worden aangemerkt, wat fiscale gevolgen heeft voor de betrokken partijen.
-
2015889
In deze belastinguitspraak wordt geoordeeld dat de vergoeding voor de werkzaamheden van de vereffenaar, die tevens erfgenaam is, niet belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden. De werkzaamheden zijn vergelijkbaar met die van een executeur, maar de vereffenaar verricht deze niet beroepsmatig.
-
2015890
Deze belastinguitspraak behandelt de belastbaarheid van aanwezigheidvergoedingen voor aardbevingsschade in Groningen. De conclusie is dat voor niet-winstgenieters en niet-resultaatgenieters deze vergoedingen niet belastbaar zijn.
-
2015887
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de doorschuiffaciliteit van artikel 399 Wet IB2001 van toepassing is bij de overgang van een terbeschikkingstelling naar een onderneming. De conclusie is dat een geruisloze overgang van de TBS naar de IB-winstsfeer niet mogelijk is onder artikel 399 Wet IB2001.
-
2015888
In deze belastinguitspraak wordt de aftrekbaarheid van de negatieve waarde van een IRS swap in het kader van de tbs regeling behandeld. Het resultaat wordt toegerekend aan box 1, omdat de swap verhuist naar box 3 en er geen sprake is van een papieren resultaat.
-
2015891
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de TBS regeling van toepassing is op de erfpachtcanon en de activa van de opstal. De conclusie is dat de TBS regeling niet van toepassing is op de opstal, wat belangrijke implicaties heeft voor de belastingbehandeling van de betrokken partijen.
-
2015702
In deze belastinguitspraak wordt de fiscale behandeling van een lijfrente-uitkering bij een eigen BV besproken. De uitkeringen worden als periodieke uitkeringen aangemerkt, waardoor er geen heffing plaatsvindt op basis van artikel 392 lid 2 van de Wet IB 2001.
-
2015695
Dit document behandelt de toerekening van voordelen uit een lucratief belang aan minderjarige kinderen. Het besluit is dat deze voordelen aan het minderjarige kind zelf worden toegerekend, zonder dat er een wettelijke basis is om dit aan de ouders toe te rekenen.
-
2015693
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of bijgeschreven rente of dividend op aandeelhoudersleningen of cumulatief preferente aandelen kan leiden tot een lucratief belang. De ruling concludeert dat bijgeschreven bedragen meetellen voor de financieringstoets, mits aan de beloningstoets is voldaan.
-
2015692
In deze belastinguitspraak is vastgesteld dat er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling (OTBS) voor de direct ingaande saldolijfrenten die vader en moeder bij de vennootschap van hun zoon hebben afgesloten. De waardering van deze lijfrente dient te gebeuren op basis van de kostprijs, en niet op basis van de gebruikelijke rekenrente.
-
2015699
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of zorgondernemers die via een BV opereren en participeren in een CV, TBS toepassen op het deel van de onroerende zaak dat zij ter beschikking stellen. De conclusie is dat er voor dat deel inderdaad sprake is van TBS.
-
2015701
In deze belastinguitspraak wordt de toepassing van artikel 399 Wet IB2001 besproken in het kader van de overgang van een ter beschikking gesteld pand naar een eenmanszaak. De ruling concludeert dat de doorschuifbepaling van toepassing is, mits er geen sprake is van een gekunstelde constructie.
-
2015610_1
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag naar het opgeofferde bedrag bij de verkrijging van een middellijk gehouden lucratief belang. De ruling concludeert dat het gaat om een subjectief opgeofferd bedrag, waarbij de waarde in het economische verkeer van het lucratieve belang bepalend is.
-
2015698
In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de participatie van 85 aandelen door CBV in EBV niet kwalificeert als een lucratief belang. De beoordeling is gebaseerd op het ontbreken van een beloningsoogmerk en de specifieke omstandigheden van de lening en aandelenstructuur.