Belastingdruk op inkomens en vermogens (Claude Sonnet 4.6)

Kerncijfers uit de antwoorden van de staatssecretaris van Financiën op Kamervragen over het CPB-rapport ‘De hoogste bomen vangen minder wind’ (6 mei 2026).

Dashboard op basis van de schriftelijke antwoorden van de staatssecretaris van Financiën (13 mei 2026, kenmerk 2026Z09771) op Kamervragen van het lid Inge van Dijk (CDA) over het CPB-rapport ‘De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens’ (CPB, 6 mei 2026).

Wie betaalt, wie ontvangt

Drie inkomensgroepen in 2016: aandeel in totaal inkomen, gemiddeld bruto jaarinkomen, en belastingdruk versus ontvangen overheidsuitgaven (% van inkomen). Cijfers oorspronkelijk gepubliceerd door het CPB in de Policy Brief ‘Inkomens en herverdeling’ (2022) en hier herhaald als antwoord op vraag 8.

50% laagste inkomens

€17.524

19% van totaal inkomen

Middengroep (40%)

€54.865

49% van totaal inkomen

Top 10%

€142.584

32% van totaal inkomen

Betaalde belasting (% inkomen) Ontvangen overheidsuitgaven (% inkomen)
Laagste 50%: 55% belasting / 129% ontvangen. Middengroep 40%: 40% belasting / 24% ontvangen. Top 10%: 36% belasting / 8% ontvangen.
“de overheid nauwelijks herverdeelt via belastingen maar vooral door middel van collectieve uitgaven”
— Antwoord 8, p. 3–4

Bron: Bijlage bij Kamervragen 2026Z09771, antwoord 8 (p. 3–4), met verwijzing naar CPB Policy Brief ‘Inkomens en herverdeling’ (2022). Zie tab Bronnen voor volledige verwijzing.

Theoretisch versus werkelijk betaalde belastingdruk

Het CPB onderscheidt de theoretische belastingdruk (volgens de wettelijke tarieven, als alle bv-winst zou worden uitgekeerd) van de werkelijk geobserveerde belastingdruk. Bij de hoogste inkomens loopt dit verschil sterk op — vooral doordat box 2-belasting kan worden uitgesteld. Cijfers betreffen de periode 2011–2019 (figuur 3.4 uit het CPB-rapport, aangehaald in antwoord 9).

Geobserveerde belastingdruk Belastingdruk bij volledige winstuitkering
Belastingdruk loopt bij de top juist terug bij geobserveerde cijfers, maar zou bij volledige winstuitkering juist stijgen: top 0,01% 28% geobserveerd vs. 44% bij volledige uitkering.
“de top 1% een lagere belastingdruk kennen doordat zij een groot deel van hun vermogen in een bv aanhouden”
— Antwoord 9, p. 5
“als alle winsten van een bv zouden worden uitgekeerd… het belastingstelsel… ook progressief uitpakt voor de top 1%”
— Antwoord 9, p. 6

Bron: CPB-rapport ‘De hoogste bomen vangen minder wind’, figuur 3.4, gebaseerd op Van Essen e.a. (2024), ‘Inkomens en belastingen aan de top’. Weergegeven in antwoord 9, p. 5–6 van de bijlage.

Vermogensongelijkheid: met en zonder pensioen

Vermogensongelijkheid verandert sterk als collectief pensioenvermogen wordt meegeteld. Het CBS berekende dit voor de jaren 2006–2021; de cijfers voor 2021 zijn als antwoord op vraag 4 opgenomen.

Gini-coëfficiënt excl. pensioen (2021)

0,74

Gini-coëfficiënt incl. pensioen

≈0,64

−0,10 punt

Excl. pensioenvermogen Incl. pensioenvermogen
Top 10% aandeel in totaal vermogen: 59% zonder pensioen, 48% met pensioen meegeteld (2021).
“mensen hun collectief opgebouwde pensioenvermogen niet direct in handen hebben”
— Antwoord 3, p. 2

2e pijler pensioen (werknemers)

≈ €1.800 mrd, telt voor 35% van het totale huishoudvermogen mee als het wel zou worden meegerekend (begin 2024)

PEB / ODV in eigen bv (DGA’s)

Betreft een pensioentoezegging, geen eigen vermogen van de bv

Bron: antwoorden 3 en 4 van de bijlage (p. 2–3); CBS, ‘Vermogensverschil tussen huishoudens kleiner bij meetellen pensioenopbouw’; Kamerbrief ‘Het pensioenvermogen van ondernemers in de statistieken’ (29 september 2023, Kamerstukken II 2022/2023, 36200 IX / 32043, nr. 44).

Ontwikkeling aanmerkelijk belang

Ontwikkeling van de totale waarde van aanmerkelijk belang (box 2-vermogen) van huishoudens, CBS-vermogensstatistiek (antwoord 5). 2024 is een voorlopig cijfer. Tussen 2019 en 2024 zijn meerdere maatregelen genomen die de belastingdruk op box 2-vermogen zouden moeten verhogen.

Groei 2011–2019

+80%

7,6% per jaar

Groei 2019–2024

+44%

7,6% per jaar

Aanmerkelijk belang in miljard euro: 2019: 390, 2020: 431, 2021: 400, 2022: 492, 2023: 580, 2024: 563 (voorlopig).
“In beide perioden was de gemiddelde groei per jaar vrijwel gelijk: 7,6% per jaar”
— Antwoord 5, p. 3
“Pas na verloop van tijd kunnen uitspraken worden gedaan over de structurele effecten”
— Antwoord 5, p. 3

Bron: antwoord 5 van de bijlage (p. 3), CBS Statline-vermogensstatistiek. Genoemde maatregelen: verhoging laag Vpb-tarief naar 19% en verlaging schijfgrens (2023), Wet excessief lenen (2023), tweede schijf box 2 (2024).

Erf- en schenkbelasting: theorie versus praktijk

Effectieve belastingdruk op erfenissen en schenkingen ligt ver onder de statutaire tarieven — vooral door vrijstellingen en de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Effectieve percentages zijn berekend door het CPB over het jaar 2015 (antwoord 15).

Eff. belastingdruk erfenis (2015)

12%

Statutair tot 40%

Eff. belastingdruk schenking (2015)

6%

Statutair tot 40%

Effectief tarief onder BOR
BOR-erfenis/schenking gemiddeld 1,3 mln euro ondernemingsvermogen: schenking 2%, erfenis 5%.
“ging het bij de BOR… gemiddeld genomen om een erfenis of schenking van € 1,3 miljoen”
— Antwoord 15, p. 9
“papieren schenkingen kunnen de effectieve belastingdruk verlagen”
— Antwoord 15, p. 9, geparafraseerd
Tarief partner/kind (tot €158.669)10%
Tarief partner/kind (boven)20%
Vrijstelling partner (erf)€828.035
Vrijstelling kind (erf)€26.230
Vrijstelling kind (schenking, jaarlijks)€6.908

Bron: antwoord 15 van de bijlage (p. 8–9); CPB, ‘Effect van erfenissen en schenkingen op vermogensongelijkheid en de rol van belastingen’ (2019); evaluatie BOR (CPB, 2022); tarieventabel schenk- en erfbelasting 2026.

Genomen en voorgenomen maatregelen

Het kabinet wijst op een reeks maatregelen die na de onderzoeksperiode van het CPB (2011–2019) zijn of worden genomen om inkomen uit vermogen evenwichtiger te belasten (antwoorden 1, 13, 14, 17).

2023: laag Vpb-tarief

Verhoogd van 15% naar 19%, schijfgrens verlaagd van €395.000 naar €200.000

2023: Wet excessief lenen

Beperkt lenen bij eigen vennootschap; evaluatie dit jaar

2024: tweede schijf box 2

Evaluatie volgend jaar

Box 3 op werkelijk rendement

Wetsvoorstel ligt in de Eerste Kamer; later door naar vermogenswinstbelasting

“deze boodschap van CPB zijn helder en relevant om ter harte te nemen”
— Antwoord 1, p. 1
“Tegelijkertijd is deze boodschap niet nieuw”
— Antwoord 1, p. 1
“kansrijker is om in te zetten op het tegengaan van fiscaal gedreven gedrag”
— Antwoord 13, p. 7
“Het kabinet komt dit jaar met een hervormingsagenda voor het belasting- en toeslagenstelsel”
— Antwoord 1 en 17, p. 1 en p. 10

Volgens de World Inequality Database scoort Nederland qua vermogensverdeling beter dan Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden en Finland. Qua inkomensongelijkheid behoort Nederland al decennia tot de meest gelijk verdelende landen binnen de EU.

Vermogensverdeling: beter dan DE, FR, DK, SE, FI Inkomensongelijkheid: laag, net als SE, DK, BE

Bron: World Inequality Database (Piketty); antwoord 11, p. 6–7.

“geen reden aan te nemen dat de inkomens- en vermogensverdeling in Nederland op dit moment te scheef is”
— Antwoord 11, p. 6–7

Bron: antwoorden 1, 11, 13, 14 en 17 van de bijlage (p. 1, 6–7, 7–8, 8 en 10). Zie tab Bronnen voor de volledige documentreferentie en alle in het document genoemde Kamerstukken.

Bronvermelding

Alle cijfers, citaten en tabellen in dit dashboard zijn afkomstig uit één Kamerstuk. Hieronder het hoofddocument, gevolgd door de bronnen die in de voetnoten van dat document worden genoemd.

  1. Tweede Kamer der Staten-Generaal, Bijlage 1: Antwoorden op vragen over rapport ‘De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens’, vraagnummer 2026Z09771, ingezonden 13 mei 2026, vragen van het lid Inge van Dijk (CDA) aan de staatssecretaris van Financiën. 17 antwoorden, p. 1–10. Dit is de primaire bron voor alle inhoud in dit dashboard.
  1. CPB, ‘De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens’, 6 mei 2026. cpb.nl/publicatie/de-hoogste-bomen-vangen-minder-wind-belastingdruk-op-inkomensenvermogens — voetnoot 1, het rapport waarop alle Kamervragen betrekking hebben.
  2. Kamerbrief ‘Het pensioenvermogen van ondernemers in de statistieken’, 29 september 2023. Kamerstukken II 2022/2023, 36200 IX / 32043, nr. 44 — voetnoot 2, gebruikt bij vraag/antwoord 3 over pensioenvermogen van DGA’s.
  3. CBS, ‘Vermogensverschil tussen huishoudens kleiner bij meetellen pensioenopbouw’. cbs.nl — voetnoot 3, basis voor de Gini-coëfficiëntcijfers in antwoord 4.
  4. Uitleg Gini-coëfficiënt (begripsomschrijving). Voetnoot 4: een coëfficiënt van 0 betekent gelijk verdeeld vermogen, een coëfficiënt van 1 betekent dat één huishouden alles heeft.
  5. CBS Statline. statline.cbs.nl — voetnoot 5, bron van de tabel ‘ontwikkeling aanmerkelijk belang’ in antwoord 5.
  6. CPB, CPB Policy Brief ‘Inkomens en herverdeling’, 2022 (‘Ongelijkheid en herverdeling’, CPB-website). Voetnoot 6, basis voor de herverdelingsfiguren en de infographic in antwoord 8–9.
  7. CPB, ‘Effect van erfenissen en schenkingen op vermogensongelijkheid en de rol van belastingen’, 2019. Voetnoot 7, bron van de effectieve belastingtarieven (12% erfenis, 6% schenking) in antwoord 15.
  8. Bepaling partnerbegrip schenk- en erfbelasting voor ongehuwden. Voetnoot 8: notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting, of minimaal 5 jaar samenwonend.
  9. Kamerstukken II 2025/2026, 31066, nr. 1530. Voetnoot 9, evaluatie van de jaarlijkse ouder-kindschenkvrijstelling, verzonden 2 maart 2026.
  10. Kamerbrief over evaluatie eenmalig verhoogde schenkingsvrijstellingen. Rijksoverheid.nl — voetnoot 10.
  11. CPB, ‘Evaluatie fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht’, 2022. Voetnoot 11, evaluatie van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), gebruikt in antwoord 15.
  12. Bijlage 7 van de Voorjaarsnota 2026. Voetnoot 12, beleidsopties tegen papieren schenkingen.
  13. Kamerstukken II 2025/26, 36812, nr. 115, p. 41. Voetnoot 13, toezegging voormalig staatssecretaris Heijnen over papieren schenkingen.
  14. Kamerstukken II 2025/26, 32140, nr. 288. Voetnoot 14, ambtelijke uitwerking actualisatie forfaits schenk- en erfbelasting, januari 2026.

Alle citaten in de tabbladen hierboven zijn letterlijke, korte fragmenten (telkens onder de 15 woorden) uit de antwoorden van de staatssecretaris, met paginaverwijzing naar de bijlage. Voor de volledige context van elk citaat: raadpleeg het brondocument zelf, te vinden via de Tweede Kamer (kenmerk 2026Z09771).