2071094

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de aftrekbaarheid van een schadevergoeding die een belastingplichtige ontvangt na aansprakelijkstelling. De conclusie is dat de betaling niet aftrekbaar is, omdat deze niet onder de relevante belastingartikelen valt en een nauwer verband heeft met onrechtmatige daad dan met deelneming.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

De casus betreft een belastingplichtige die een winstvennootschap met een vpb-schuld verkoopt, waarna de vpb-schuld oninbaar is. De belastingplichtige wordt door de ontvanger aansprakelijk gesteld. De belastingplichtige ontvangt hiervoor een schadevergoeding van de adviseur. De vraag is of de betaling uit hoofde van de aansprakelijkstelling aftrekbaar is.

2e schrijft dat de betaling niet onder artikel 10 Wet Vpb valt en haalt hierbij de conclusie van Wattel aan van december 2004. Daarnaast is 2e van mening dat de betaling een nauwer verband heeft met een onrechtmatige daad (wettelijke aansprakelijkheid) dan met de deelneming, zodat geen sprake is van een negatief deelnemingsvoordeel. Ook is naar de mening van 2e geen sprake van een prijsaanpassing, daar prijsaanpassingen zich in het algemeen tussen de verkopende en de kopende partij afspelen, terwijl daarvan hier geen sprake is. Ook het vormen van een voorziening ten laste van de verkoopopbrengst lijkt 2e geen haalbare stelling.

Mogelijk zou de stelling betrokken kunnen worden dat de betaling ex art. 40 IW niet aftrekbaar is omdat er sprake is van verkoopkosten. Tegen deze stelling kan worden ingebracht dat de betaling wordt opgeroepen door een wettelijke aansprakelijkheid en het causale verband daarmee dus sterker is dan met de verkoop van de deelneming an sich. Ook het stellen van een uitdeling lijkt geen reële optie; de betaling is evenwel niet ingegeven door het motief de aandeelhouder te bevoordelen, maar door de wettelijke verplichting van artikel 40 IW.

Ook de kennisgroep ziet geen ruimte om de betaling ex artikel 40 IW niet in aftrek toe te staan. Belastingplichtigen kunnen slechts in uitzonderlijke situaties gedwongen worden om een voorziening te vormen. Daar lijkt hier geen sprake van te zijn. Ook het feit dat navordering niet meer mogelijk is, helpt niet in deze casus.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *