AI-samenvatting
In deze uitspraak behandelt de Hoge Raad de toepassing van de deelnemingsvrijstelling op schadevergoedingen bij afgebroken aan- en verkooptransacties. De Hoge Raad concludeert dat deze vrijstelling niet van toepassing is in de precontractuele fase, zowel voor de koper als de verkoper.
Kennisgroepstandpunt
Inl ding
□eHoge Raad heeft onlangs dejurisprudentie inzaka schadevergoedingen bifafgebroken aan
enverkooptr^ enter inrelatie totdedeelnemingsvrijstelling verrij ktmet hetzogenoemde F^oolse
verael aeraars arrest BTJB 2020 160JDit arrest kan vrorden gezien als eenvervolg ophet
zogenoemde Voorkeursrecht arrest fBNB 2GL7 1L Tevens vrordt door deHoge Raad naar het
zogenoemde Rouvj koopsomarrest l[BN B1985^ 200 vervrezen DeKennisgroep
Deelnerringsvrijstellinglidit dezejurisprudentie hier kort toe
Rouvftroopsom arrBst BNB 19G5 2DD
InhetRouwkoopsom arrest v^as sprake van eenverifopende belastingplichtige De
belastingplichtige had zijn deelneming verkochtr maar nogniet geleverd Nadat dekoper de
belastingplichtigetekennen had gegeven dedeelnemingniet aftenemenr besloot de
belastingplichtige dedeelnemingaan een ander teverkopenInhetdaaropvolgende boetgaar
krramen debelastingplichtigeendevranpresterende kopereenschadevergoedingovereen De
wanpresterende koper betaalde debelastingplichtigeeenschadevergoeding Naar het oordeel
van deHoge Raad kon debelastingplichtige fverkoperj dedeelnemingsvrijstelling niet toepassen
opdeschadevergoeding DeHoge Raad vjas namelijkvan mening dat nid kon v^orden gezegd
dat debelastingplichtige deschadevergoeding had ontvangenuithoofde van dedeelneming
BNB 2017 11
InhetVoorkeursrecht arrest gafdeHoge Raad belangrijke rechtsregels alshet gaat om
schadevergoedingen bijaFgebrokenaan enverkooptr^ecteninreliie totde
deelnemingsvrijstelling DaHoge Raad achtte daaogenoemde precontractuale Fasa van belang
Indeprecontractuale fase kon naar het oordeel van deHoge Raad bijdekoper namelijknog
geen sprake zijn van een deelneming
Behandeling schadevergoeding bijkaoper inprecontractuele fase
Eenschadevergoeding die indeprecontractuele Fase vras verschuldigd door deverkoper oF
koperr koonvolgens deHoge Raad bijdekoper niet aan een deelneming v^orden toegerekEndr
omdat erbijdekoper nog geensprakoe vras van een deelneming Ditbracht volgens deHoge
Raad met zich mee datdekoper dedeelnemingsvrijstelling niet kon toepassen opeen tebetalen
ofteontvan gen schadevergoedi ng
Behandeling schadevergoeding biiverkoper inprecontractuele Fase
□eHoge Raad Metvervolgens deevenwichtsleer prevaleren enoordeel dedat als bijdekoper de
deelnemingsvrijstelling niet opdeschadevergoeding van toepassing wasr ook deverkoper de
deelnemingsvrijstelling niet opdeschadevergoeding kon toepassen
Behandeling schadevergoeding biikoper enverkoper naaffondino precontractuele fase
Inditarrest gaf deHoge Raad ook aan dat indien daprecontractuele fase isafgerond door het
sluitenvan een overeenkomst dedeelnerringsvrijstelling bijdekopervrel van toepassingisop
deschadevergoeding^Alsgevolg van deevenvrichtsleer oordeelde deHoge Raad de
deelnemingsvrijstelling indatgeval ook bijdeverkoper van toepassing
Fooise verzehBraar arrest BNB 2020 ISO
InBNB 20201 160 herhaalt deHoge Raad enerzijds hetvorenstaande envult ditanderzijdsop
punten nader in
Intentieovereenkomsb_3een_deejn^m^
□eHoge Raad verduidelijk± dathetsluiten van een irrtentieovereenkorrEt niet voldoende isom
een aandelenpakket alsbedrij fsiriddel bijdepotentiele koper alsdeelneming aan temerkaen De
deelnemingsvrijstellingisderhalve niet van toepassing opeen eventueel tebetalen ofte
ontvangen schadevergoedingals bijdekoper geensprakoeisvan eendeelneming Zoals hiervoor
bijhetVoorkoursTecht arrest alisuiteengeaetr neemt deHoge Raad dekoper aleuitgangspunt
bijdeevenvrichtsi eer Dm die reden isdedeelnemingsvrijstelling ook bijdeverkoperniet van
toepassing
QpschCH~b0nd0 VQQrvj’BBrds inbgoinsgl OGgn d00l n0mi □□
hlienia 2^ blijk^nd^tditpuitr^der invult inhet arrest
2071064 00032
□eHoge Raad geeft ook antvfoord opdevraag hoe moetworder omgegaan met
overeenkomsten vraarin sprakeisvan een opschortende voorvraard Indien vrel een
ouereenkomst isafgeslotenrmaar deverplichtingtotlevering afhankelijkisvan een
opschortende voorvraarder isinbeginsel geen sprakevan eendeelnening bijdekoper Het meet
daarbjj volgens deHoge Raad vrel gaan omMn ofmeerdere voorvraarde ndieafhankelijkzijn
van onaekere toekorrstige gebeurtenissen Deze toekomstige onzekere gebeurtenissen moeten
volgens deHoge Raad ook buiten demacht van dekjper liggm
□aarnaast geeft deHoge Raad ook een oordeel over desituatie waarin sprakeisvan een
onvoorvraardelijke verplichting totlevering aan dekopoTr maar vraarin deae verplichting feitelijk
ofrechtens onuitvoerbaar isgevrorden Het onuitvoerbaar aijnofworden dient hetgevoigte
zijn van buiten demacht van dekoper gelegen omstandigheden Ineen voetnoot vervrijst de
Hoge Raad naar hetRouvrkoopsom arrest [BNB 1985 200^ Inditgevalisvolgens deHoge Raad
geen sprake meer van een deelneming bijdekoperjp•prin srd ichti Hp Igcd jitvofirbssr no 33n pron L
Uitleg Kennisgroep UteelnemingBvrijstelMng
DeKennisgroep merl daanvullend hetvolgende op DeKennisgroep leest het Poolse
veraekeraars enVoorkeursrecht arrest aodatdeHoge Raad voor schadevergoedingen bij
afgebroken aan enverkooptrej ecten van een deelneming dekoper alsuitgangspunt neemt Als
bijdekoper geen sprake isvan eendeelnening vraaraan deschadevergoeding kan v^orden
toegerekendr valt deae schadevergoeding bijdekoper indebelastesfeer Dedoor deHoge Raad
voorgestane evenvrichtsleer brengt met zich mee datdan ook bijdeverkoper de
schadevergoeding indebelaste sfeer valt
Qnvoon^33r isiijk enrecfi tensa divjngi aar reeftt opiovonng
□uidelij kisdatHoge Raad voor schadevergoedingen bijafgebroken aan enverkooptr^ecten
van eendeelnerringr dedeelnemingsvrijstelling niet van toepassing acht indeprecontractuele
fase Verder isduidelijk datdeHoge Raad indefase nadeprecontractuele fase van belang acht
dat ereen onvoorwaardelijk feitelijkenrechtens afidwi ngbaar recht opleveringvan aan del an
bestaat Pas vanaf hetmoment dat ereen onvoorvraardelijkr feitelijkenrechtens afdvringloaar
recht opleveringvan aandelen bestaatr isersprakevan eendeelneming bijdekoper
TVeif mojTien t
□eHoge Raad geeft tevens aan dat alsdeverv erving van een pakket aandelen niet doorgaat en
dewederpartijeenschadevergoedingisverschuldigdr het van belangisofopdatmoment
sprakeisvan eendeelneming bijdekoper Devraagisechter ivetlr moment deHoge Raad voor
ogen heeft
Indeprocedurevan hetRouvikoopsom arrest vras deleveringsverplichting onuitvoerbaar
gevrorden doordat daverkoper [de belastingplichtige deaandelen had verkocht aan een andere
koper Ophet moment datdeschadevergoeding door deinitiele koper werd betaaldr had de
deae koper geen deelnening [meerj Deverkoper had immers dedeelnemingalaan deander
verkocht Dat deinitiele koper geen deelneming [meer] hadr vras dus eengevolgvan een
omstandigheid diebuiten demacht van deae koper lagInhet licht van dedoor deHoge Raad
voorgestaneevem dchtsleer aoals e^qoliciet uitgesprokeninBNB 2017^11 enBNB2020 1S0 is
tebegrijpen dat dadeelnerringsvrijstallinginhetRouvrkoopsomarrest niet van toepassingvras
opdadoor deverkoper [belastingplichtige ontvangen schadevergoeding
Naar demen ingvan deKennisgroep isuiterlijkhet moment dat deschadevergoeding vrordt
voldaanvan belang DeKennisgroep sluit echta niet uitdat detoets op een eerder moment
moet worden aangelegd DeKennisgroep veraoekt dan ookcasusposities vraarin dit ingeschilis
aan deKennisgroep voor teleggen
CaUS3 itertsfeer
Daarnaast ishet devraag vrelke roldecausaliteitsleer dievoIgt uitdeterm urthoofdevan in
artikel 13 lid 1Wet Vpb 1969 nog een rolspeelt Wat betreft decausaliteitsleer komt de
Kennisgroep tot hetvolgende
Ten tifde van het vrijaen van hetRouvrkoopsom arrest heeft decausaliteitsgedachteertoegeleid
dat dedeelnemingsvrijstelling niet van toepassingvras opdeontvangen schadevergoeding Met
2071064 00032
toepassing van derechtsregels uithet FSoolse verzHl oeraars arrest isdeuitkorrst hetzelfde als in
het Rouv koops om arrestr rraar dan door toepassing van deevenvri chts leer Vo or
schadevergoedingen bijafgebrokenaan enverkooptrqectenvan een deelnemingr neemt de
Hoge Raad namelij kdeze evenvrichtsleer alsuitgangspunt
□eKennisgroep benadrul^ dat het vorenstaande naar haar oordeel niet betel snt dat de
causaliteitsgedachteisachterhaald inandere situaties danschadevergoedingen bijafigebroken
aan enverkooptraj ecten van een deelnerring Indeze andere situaties vraarbrj een
schadevergoeding vrordt ontvangen ofvrordt betaald zalsteeds moeten vrorden getoetst ofde
schadevergoeding opkomt uithoof devan dedeelneming ofuitandere hoof den Daarbij gaat het
omdevraag ofersprakeisvan voldoende causalitert Indien eenschadevergoeding vrordt
ontvangen fan ereenverband zijn met dedeelneming maar aan dehand van defeiten en
omstandigheden zalmoeten vrorden beoordeeld ofereen sterker verband met lets anders isIn
datgeval komt naar derreningvan deKennisgroep deschadevergoeding niet op uithoofide van
dedeelneming
□atdecausaliteitsvraag nog een rolspeelt kan naar demeningvan deKennisgroep ook vrorden
opgemaakt uithet nahetverschijnen van het Poolse verzekaraar arrest zogenoemde
’Ongedekte optie arrest [BNB 202L L2 DeHoge Raad oordeelt daarin namelijkdat het door de
belastingplichtige behaalde curri ejcvoordeel niet fan worden aangemerfd als een door de
belanghebbende uithaar aandeelhouderschap genoten voordeel uithoofde van eendeelneming
indezin van artifsl ISWetVpb L9S9 HetcurrVe cvoordeel vindt volgens deHoge Raad zijn
oorsprong uitsluitend indevrijzE vraarop deDuitse belastingwetgeving enDuitse beursregels
toepassing vinden opcum extransacties met betrekkng tot dat aandeel
2071064 00032
Geef een reactie