2015695

AI-samenvatting

Dit document behandelt de toerekening van voordelen uit een lucratief belang aan minderjarige kinderen. Het besluit is dat deze voordelen aan het minderjarige kind zelf worden toegerekend, zonder dat er een wettelijke basis is om dit aan de ouders toe te rekenen.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
Naam dienstonderdeel
KenniBgmep resultaat Dverioge
WErkzaamhedenAan
|
Van Kennisgroep ROW512e
Contactp«rsoon
512e
512e M
~k@belastinadienst nl 512e
memo20maart 2018
Lucratief belang bijminderjarig kind
Vraag 18059 008
Feiten van devraagsteller
Incasu issprake van certificaten van aandelen ineer STAK Deze certificaten van
aandelen indeSTAKzijnin2016 een nieuwe stichting ingebracht tegen uitreiking
van wederom certificaten ten behoeve van dekinderen Vervolgens worden de
certificaten van aandeien indeze nieuwe stichting geschonken aan deminderjarige
kinderen enwordt pabenoemd totbestuurder van destichting
Dekinderen van een beiastingpiichtige inhet dossier zijn ophet moment van
instappen in2016
|G7Awr |jaar oud Dus minderjarig ophetmoment van
schenking
Dearbeid wordt feiteiijk verricht door vader Vast staat dat decertificaten van
aandeien toegekend zijn met mede hetoogmerk van belonen voor werkzaamheden
statische toets Omdat decertificated van aandeien nog niet voldoen aan de
financieringstoets iseropditmoment geen sprake van een iucratief beiang maar inde
toekomst weiiicht wei dynamische toets
Devraag isnaar voren gekomen bijeen verzoek omvooroverieg van een
managementpartidpatie Inalgemene zin isdeze vraag van beiang omdat bij
managementparticipaties regelmatig potentieie iucratief beiangaandeien worden
geschonken aan kinderen
Beschouwingenpreadviesvan devraagsteller
Opgrondvan art 215wet IBiijkthet aan het kind zeif teworden toegerekend omdat
art 392b Wet IB2001 hier niet wordt genoemd maar art 391bijvoorbeeid weer
wei Dewetsgeschiedenis bijhet lucratieve beiang verwijstvoor deuitlegvan het
begrip verbonden persoon wei naar art 391Wet IB2001 via art 392 iid2Wet IB
2001 Zie bijiage
Ishet ontbreken van deverwijzingnaar art 392b Wet IB2001 een omissie
Vaak zal bijlucratieve aandeien het niet aannemeiijk zijn datsprake isvan resultaat
uitoverige werkzaamheden opgrond van art 390Wet IB2001 meer dan normaai
vermogensbeheer maar van box 3inkomsten cqinkomsten uitvermogen Daarom is
erindeWet IB2001 voor dergeiijke vermogensbestanddelen een fictie opgenomen
art 392b Wet IB2001 lucratief beiang Detbsregeling art 391en art 392Wet
IB2001 isook een fictiebepaling Inkomsten uithet terbeschikkingstellen van
vermogensbestanddelen worden onder deze wetsbepalingen bijwijze van fictie als
resultaat uitoverige werkzaamheden aangemerkt Feiteiijkzal hier sprake zijnvan
inkomsten uitvermogen bijvoorbeeid ontvangen inkomsten inverband met de
verhuur van een winkelpandArt 390 lidIcWet IB2001 onder meer uitponden
van vermogensbestanddelen wordt overigens ook niet inart 215 lid2genoemd
maar deze bepalingisvolgensdeHoge Raad geenfictie cquitbreidingvan hetbegrip
VERTROUWELIJK Pagina 1van 7
2015695 00037
ROW
Tbs ook een fictie wordt voor een minderjarig kind wel aan deouder toegerekendZie
art 215 lid2Wet IB2001 Ishet niet opnemen van art 392b wet IB2001 inart 215
lid2Wet IB2001 dus een omissie
NBl Ten aanzien van meerderjarige kinderen wordt het voordeel uiteengehouden
lucratief belang toegerekend aan het kind zelf
NB2 Alssprakeisvan een middellijk gehouden lucratief belang worden de
aanmerkelijk belang aandelen indehoudstervennootschap opgrondvan art 215 lid2
Wet IB2001 aan deouder van het mlnderjarige kind toegerekend
Ikmeen dat het niet opnemen van art 392b Wet IB2001 inart 215 lid2Wet IB
2001 een omissie isImmers TBS fictie wordt welgenoemdinart 215 lid2Wet IB
2001 en iseigenlijk feitelijk een vorm van inkomsten uitvermogen net alsde
inkomsten uitlucratieve aandelen Uitdehieronder genoemde wetsgeschiedenisten
aanzien van verbonden personen voor het lucratieve belang zou overigens ook a
contrario kunnen worden afgeieid datbijmlnderjarige kinderen het voordeel bijde
ouder zou moeten worden belast
Art 392b Wet IB2001 zou gelet opdevoorgaande alinea aan art 215 lid2Wet IB
2001 moeten worden toegevoegdDit betekent ook dat dan zowel deinkomsten uitde
ABaandelen uitdehoudstervennootschap van een middellijk gehouden lucratief belang
aan deouder worden toegerekend alsde eventuele inkomsten uithet lucratieve
belang DeInkomsten uitaanmerkelijk belang van dehoudstervennootschap van een
lucratief belang endeinkomsten uiteen middellijk gehouden lucratief belang zelf
lopen dan synchroon met elkaar bijeen minderjarig kind wat voor deeenvoud wel zo
prettig is
Graagverneem ikJulliereactie ofmijn constatering Juistisdat opgrandvan de
wettekst deinkomsten uiteengehouden lucratief belang aan hetmlnderjarige kind zelf
meet worden toegerekendenofdeze toerekeningaan hetmlnderjarigekind zelf niet
een omissie isindewettekst
Vraag
Moet het inkomen uiteen onmiddellijk gehouden lucratief belang aan hetmlnderjarige
kind zelf worden toegerekendofaan deouder van hetmlnderjarigekind art 392b
vijfde lid onderdeel bWet IB2001
Antwoord
Devoordelen uiteen lucratief belang worden bijeen mlnderjarige
lucratiefbelanghouder genotendoor demlnderjarige lucratiefbelanghouderzelf Er is
geen wettelijke bepaling diedevoordelen vervolgens toerekent aan deouders
Beschouwing
Feitencomplex issummier
Voorafgaand merkt dekennisgroep opdat hetbijdevraag behorende feitencomplex
nog niet compleet isVoor debeantwoording van devraag zal het uitmaken hoe de
certificeringsvoorwaardenvan deStak sluiden Dekennisgroepzal devraag dan ook
slechts inalgemene zinbeantwoorden uitgaande van deveronderstelling dat ersprake
isvan een direct gehoudenlucratief belang waarbij deaandelen opnaam staan van het
mlnderjarige kind
Vooroverleg
De vraagisopgekomeninvooroverlegHet valt buiten de beoordelingvan de
kennisgroep of er mogelijk sprake is van rechts handeling en die voor de
belanghebbende buiten het beoogde fiscale voordeel geen ofweinig reele praktische
betekenis heeft hebben Dekennisgroep verwijst naar het Besluit fiscaal bestuursrecht
Besluit van 9mei 2017 nr 2017 1209 onderdeel 34bDekennisgroep acht dit
voorstelbaar bijhet plaatsen van aandelen bijmlnderjarige kinderen enhet certificeren
van deze aandelen Ineen dergelijk geval geeft deinspecteur geenzekerheid vooraf
2015695 00037
Wie geniet het lucratief belang
Ten eerste dient devraag beantwoord teworden wie deinkomsten uithet lucratief
belang genietAlsdeze vraag beantwoord iskomt daarna devraagaan deorde ofde
voordelen aan een ander dan degenieter moeten worden toegerekend
Bijdevraag wie devoordelen geniet dient beoordeeld teworden wie over de
lucratiefbelangaandelen kan beschikken Zoals hiervooris opgemerktishiervoor
relevant opwiens naam delucratiefbelangaandelen staan Zijn deaandelen
civielrechtelijk eigendomvan deStak enhoudt het kind slechts certificaten van
aandelen Ofstaan deaandelen civielrechtelijk op naann van hetminderjarige kind
Hoe luiden decertificeringsvoorwaarden Wie heeft feitelijk debeschikkingsmachtover
deaandelen
Deze feiten kunnen relevant zijn bijdebeoordeling wie defeitelijke beschikkingsmacht
heeft over deaandelen endaarmee van belang voor devraag wie deinkomsten uithet
lucratief belang geniet Defeiten inonderhavige casus geven hierover geen uitsluitsel
Dekennisgroep wijst bijwijze van voorbeeld opdeuitspraak van Rechtbank Gelderland
23februari 2017 ECLI NLRBGEL 2017 884 Indeze casus was eveneens sprakevan
een dubbele] Stak structuur waarbij aandelen bij minderjarige kinderen zijn
geplaatstIn ro38bepaalt deRechtbank datgelet opdefeiten indatgeval
geconcludeerd moet worden dat eiser vader kon beschikken over hetvermogen van
[L]als ware hetzijn eigen vermogenDat een deel van hetvermogenaan dekinderen
isbetaald maakt ditniet anders Het gehele vermogen van [L] dient alsvermogen van
eiser teworden beschouwd
Mogelijk dient opgrond van een uitgebreider feitencomplex geconcludeerd teworden
dat niet hetminderjarige kind maar vader defeitelijke beschikkingsmacht heeft over
delucratiefbelangaandelen endaarmee delucratiefbelangvoordelen geniet
Inhet hierna volgende antwoord gaat dekennisgroepervan uitdat dat deaandelen
civielrechtelijk opnaam staan van hetminderjarige kind Het kind wordt daarmee als
lucratiefbelanghouder aangemerkt Ook gaat dekennisgroepervan uitdat aan de
overige vereisten voor het bestaan van een lucratief belangisvoldaan
Een lucratiefbelangvoordeelisbelastbaar bijdehouder van het lucratieve
vermogensbestanddeelzo isopgemerktindetotstandkomingsgeschiedenisvan de
Wet belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen Deze opmerking hield verband
met devraagnaar verbonden personenInhetgevaldat demanager mede inverband
met door hem verrichte arbeid een lucratief vermogensbestanddeel kan verwerven en
ditvervolgens plaatst bijzijn partner zijn delucratiefbelangvoordelen belastbaar bij
degene die hetvermogensbestanddeel houdt inhet voorbeeld bijdepartner van de
manager
Inhet vijfdelidvan hetvoorgestelde artikel 392b Wet IB2001 wordt een definitie gegeven van
een verbonden persoon voor detoepassing van dit artikel Deze aanduiding van degroep van
verbonden personenisopgenomen met het oog ophettegengaan van ontgaansmogelijkheden
Zonder een dergelijke bepalingzou demanager debelastingheffing kunnen ontgaan door de
lucratieve belangen nietzelfte houden doch onder tebrengen bijfamilieleden Daarbij kan
bijvoorbeeld worden gedacht aan een private equity manager die zijn meerderjarige kinderen de
iucratieve vermogensbestanddelen voorafgaande aan devraardeaangroei enrealisatie doet
toekomen Met deuitbreiding van artikel 392b Wet IB2001 met degroep van verbonden
personen wordt ingeval delucratieve vermogensbestanddelen bijmeerderjarige kinderen zijn
ondergebracht bijhen dewaardeaangroei belast Voor deafbakening van degroep verbonden
personenisaansluiting gezocht bijartikel 392 tweede lid onderdeel bWet IB2001 in
verbinding met het derde lid van dat artikel Kamerstukken II2007 08 31459 nr 3pag 16
MvT
Een enander impliceert dat hetminderjarige kind alshouder van het lucratief belang
delucratiefbelangvoordelen genietDat het kind zelf geenarbeid heeft verricht doet
hier niet aan afGelet opbovenstaande passageuitdetotstandkomingsgeschiedenis
dient dearbeid van vader inditverband teworden toegerekendaan het kind
Conclusie Indien deaandelen opnaam staan van het minderjarige kind ishet
minderjarige kind zelf diedelucratiefbelangvoordelen geniet
1Zie ook onderdeel 961van helrapport ‘Private equity enfisoaliteit
2015695 00037
Isereen wettelijke toerekeningsbepaling van toepassing
Vervolgens komt devraag opofdevoordelen die hetminderjarige kind geniet op
grondvan een wettelijke toerekeningsbepaling moeten worden toegerekendaan de
ouders
Devraagisofart 215tweede iidvan deWet IB2001 van toepassingisop
iucratiefbeiangvoordeiendiezijn genoten door een minderjarigkind
Het tweede lidvangenoemdart 215van dewet IB2001 noemt een aantal
categorieen van inkomsten dieopkomen bijhet minderjarige kind maar opgrond van
ditwetsartikei worden toegerekendaan deouders Het gaat om voordeien uitdeTBS
regelingen van artt 391 iid 1letter aenben lid3en392van deWet IB2001 de
belastbare inkomsten uiteigen woning het belastbare inkomen uitaanmerkelijk
belang derendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uitsparer enbeleggen
endeopgrond van art 92inaanmerking tenemen geheven dividendbelasting
Voordelen uitlucratief belanginde zin van art 392b Wet IB2001 worden niet
genoemd Reeds opgrond van deletterlijke tekst van debepaling kunnen dedoor het
minderjarigekind genoten inkomensbestanddelen dan ook niet worden toegerekend
aan deouders Ook isergeen andere wettelijke bepaling opgrond waarvan de
voordelen moeten worden toegerekendaan deouders
Gelet ophet karaktervan de inart 215tweede lidvan dewet IB2001 genoemde
inkomensbestanddelen ligt het ook niet voor dehand dat deIucratiefbeiangvoordeien
aan deouders toegerekend zouden moeten worden Het lucratief belang van art 392b
Wet IB2001 kent een sterke band met deverrichte arbeld devermogensbestanddelen
moeten zijn toegekend mede inverband met verrichte arbeid zie art 392b lid 1
van deWet IB2001 Gelet ophet mede arbeidskarakter staat het niet
gemeenschappelijke individuele karakter van devoordelen voorop Ook genoten loon
en klassiek ROW art 390juncto art 391 lid 1letter cvan deWet IB2001
worden voor een minderjarige belastingplichtigeniet toegerekendaan deouders Zie
ook detotstandkomingsgeschiedenis van art 215Wet IB2001
Artikel 215bepaalt dat belastbare inkomsten uiteigen woning het belastbaar inkomen uit
aanmerkelijk belang enderendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uitsparen en
beieggen van een minderjarig kind worden toegerekend aan deouder die het gezag over het
kind uitoefent Het gaat hierbij steeds om inkomensbestanddelen waarbij niet dearbeid van het
kind voorop staat maar waarbij het veeleer gaat om inkomsten die zijn gegenereerd met
vermogensbestanddelenvan het kind Bijnota van wijziging zijn inkomsten dieworden behaald
met het terbeschikking stellen vanvermogensbestanddelen aan eenondernemingvan een met
debelastingplichtige verbonden persoon ofaan eenvennootschap waarin debelastingplichtige
ofeen verbonden persoon een aanmerkelijk belang heeft gerekend tot het belastbare resultaat
uitoverige werkzaamheden Als uilvloeisel van diewijziging past het om deze
inkomensbestanddelen ook toe lerekenen aan deouder die het gezagover het kind uitoefent
MvT Kamerstukken II2000 01 27466 nr 3p41
Bijde inart 215tweede lidvan deWet IB2001 genoemde inkomensbestanddelen
staat meer hetvermogenskarakter voorop De nietgenoemde inkomensbestanddelen
kennen meer een relatie met deverrichte arbeid^Het ligt voor dehand dedoor de
minderjarige genoten Iucratiefbeiangvoordeien totdelaatste categorie terekenen
Dat dearbeid inditkader niet verricht wordt door deminderjarige belastingplichtige
zelf maar door een van zijn ouders dost daar niet aan af inde
lucratiefbelangregelingiserimmers inhet vijfdelidvoor gekozen dearbeid van de
manager toe terekenen aan deverbonden personen endeze verbonden personen
vervolgens zelf alslucratiefbelanghouder aan temerken
Dat indetotstandkomingsgeschiedenis verwezen wordt naar dekring van verbonden
personen indeOTBS maakt nog niet dat voor wat betreft devraag wie deinkomsten
geniet enaan wie deze moeten worden toegerekend dezelfde regels van toepassing
zouden zijn Genoemde TBS regelingen endelucratiefbelangregeling hebben beide een
eigen karakter waardoor genoemde verschillen indevraag wie deinkomsten geniet en
aan wie deinkomensbestanddelen moeten worden toegerekend worden verklaard
^Vergelijkindilverband oak art 217van deWet IB2001 Alshoofdregel worden inkomensbestanddelen in
aanmerking genomen bi|degene door wie deinkomensbestanddelen zijn genoten individueel karakter staat
voorop Opgrondvan hottwccdo lidword voor gomconschappolijkc inkomensbestanddelen bopaald dal deze
vrijtoerekenbaarzijn tussen partners
2015695 00037
Ten overvtoede
Aan een casus waarbij aandelen worden geschonken aan minderjarige kinderen
kunnen ook schenkingsrechtaspecten kleven Inhet rapport Private equity en
fiscaliteit ishieraan inonderdeei 1022aandacht besteed buiten verzoek
buiten verzoek
Conclusie
Devoordeien uiteen lucratief beiang worden bijeen minderjarige
iucratiefbeianghouder genoten door deminderjarige iucratiefbelanghouderzeif Er is
geen wetteiijke bepaling diedevoordeien vervolgens toerekent aan deouders
2015695 00037
Bijiage
Commentaar opart 215Wet IB2001
Aant 311Het belastbare resultaat uitoverige werkzaamheden wegens terbeschikkingstellirg van
vermogensbestanddelen
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 215
Aanvankelijk warden indeWei IB2001 slechts drie inkomensbestanddelen opgesomd bijde
zogenaamde Veegwet isdieopsomming uitgebreid met inkomsten dieworden behaaid met het ter
beschikking stellen vanvermogensbestanddelen aan een onderneming van een met de
beiastingpiichtige verbonden persoon ofaan eenvennootschap waarin debelastingpiichtige ofeen
verbonden persoon een aanmerkelijk belang heeft gerekend art 391 en392
Pariementaire behandeiing
Artikei Ionderdeei Iartikel 215van deWet opdeinkomstenbelasting 2001
Artikei 215bepaait dat belastbare inkomsten uiteigen woning het belastbaar inkomen uit
aanmerkelijk belang enderendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uitsparen en
beleggen van een minderjarig kind worden toegerekend aan deouder die het gezag over het
kind uitoefent Het gaat hierbij steeds om inkomensbestanddeien waarbij niet dearbeid van het
kind voorop staat maar waarbij het veeleer gaat om inkomsten die zijn gegenereerd met
vermogensbestanddelen van het kind Bijnota van wijziging zijn inkomsten dieworden behaaid
met het terbeschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een onderneming van een met
debelastingpiichtige verbonden persoon ofaan een vennootschap waarin debelastingpiichtige
ofeen verbonden persoon een aanmerkelijk belang heeft gerekend tot het belastbare resultaat
uitoverige werkzaamheden Als uitvioeisel van diewijziging past het omdeze
inkomensbestanddelen ook toe terekenen aan deouder die het gezag over het kind uitoefent
MvT Kamerstukken II2000 01 27466 nr3p41
Aant 31Deinkomensbestanddelen dieworden toegerekend aan deouder
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 215
Beschouwing
Deonder deWet IB2001 aan deouder toe terekenen inkomensbestanddelen betreffen
het belastbare resultaat uitoverige werkzaamheden alsbedoeld inartikel 391 eerste lid
onderdeei aenbenderde lid enartikel 392 wegens terbeschikkingstelling van
vermogensbestanddelen
debelastbare inkomsten uiteigen woning
het belastbare inkomen uitaanmerkelijk belang
derendementsgrondslagvoor het belastbare inkomen uitsparenenbeleggenendeopgrondvan
artikel 92terzake alsvoorheffing Inaanmerking tenemen geheven dividendbelasting
Indehiernavolgende aant 311tm314wordt opdeafzonderlijke inkomensbestanddelen
ingegaan Deze inkomensbestanddelen komen uiteraard met uitzonderingvan de inhet kader van
deWet IB2001 geintroduceerde inkomsten uitdeterbeschikkingstellingsregels overeen met de
inkomensbestanddelen dieonder deWet IB1964 aan deouder werden toegerekend deinkomsten
uiteigen woning dewinst uitaanmerkelijk belang endeinkomsten uitvermogen
Artikel 215geeft geen duidelijke regelingvoor depersoonsgebonden aftrekpostenvan een kind
LGMStevens besteedt hier aandacht aan inpar 43tekstblok 147 van Inkomstenbelasting
2001 Fiscale Hand enStudieboeken nr 2 Deventer Kluwer 2014 zieonder Literatuur
Pariementaire behandeiing
Artikel 242Bew thans artikel 215 regelt detoerekening van inkomensbestanddelen van
minderjarige kinderen Daarbijisdewettelijke regeling ter zake van debehandeiing van de
inkomsten van minderjarige kinderen die per 1januari 1999 indeWet opde
inkomstenbelasting 1964 isopgenomen alsuitgangspunt gehanteerd Dewinst uitonderneming
enarbeidsinkomsten van minderjarige kinderen worden bijhenzelf belast evenals deperiodieke
uitkeringenenverstrekkingen die niet detegenwaardevoor een preslatie vormen De
inkomsten uiteigen woning dewinst uitaanmerkelijk belangendeinkomsten uitvermogen
van minderjarige kinderen warden volledig bijdeouders belast Het wettelijk vruchtgenot blijft
daarbij buiten beschouwing Kamerstukken II1998 99 26727 nr 3p86 MvT
Aant 5Lid 1cRendabel maken van vermogen opeen wijze dienormaal actief vermogensbeheer
tebuiten gaat
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 391
Beschouwing
Door deaanvaardingvan een amendement van deTweede KameiTeden Bos enReitsma
Kamerstukken II1999 2000 26727 nr75 isinartikel 391 eerste lid aanhef enonderdeei c
2015695 00037
van deWet IB2001 bepaald dat onder werkzaamheid mede wordt verstaan het rendabel maken
van vermogen op sen wijze dienormaal actief vermogensbeheer tebuiten gaat zoals bijhet
uitponden van onroerende zaken het inbeiangrijke mate door debeiastingplichtige zelf verrichten
van groot onderhoud ofandere aanpassingenaan een zaak ofhetaanwenden door de
beiastingpiichtige van voorkennis ofdaarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis
Geiet opHR 9oktober 2009 nr43035 BNB 2010 117 VN2009 4920 heeft deze bepaling
geen zelfstandige betekenis Met andere woorden het bereik van artikei 390 wordt erniet door
uitgebreid Indat arrest zie aant 51ging het om hetuitpondenvan onroerende zaken DeHoge
Raad overwoog dat devermeiding van hetuitponden van onroerende zaken inartikei 391 eerste
iid onderdeel cvan deWet IB2001 siechts isbedoeid alsvoorbeeld endat daarmee niet is
beoogd aftewijken van dejurisprudenlie onder deWet IB1964 met betrekking totandere
inkomsten uitarbeid Met name biijkt uitdetoeiichting ophetamendement niet van debedoeiing
om het resuitaat van hetuitponden van onroerende zaken integensteiling totandere
vermogenswinsten ook dan indebelastingheffing tebetrekken indien siechts sprakeisvan
normaal actief vermogensbeheer
Rariementaire behandeiing Belastingheffing excessieve beioningsbestanddelen
Inhet vijfdeiidvan hetvoorgesteide artikei 392b Wet IB2001 wordt een definitie gegeven
van een verbonden persoon voor detoepassing van ditartikei Deze aanduiding van degroep
van verbonden personenisopgenomen met het oog ophettegengaanvan
ontgaansmogeiijkheden Zonder een dergeiijke bepaiing zou demanager debeiastingheffing
kunnen ontgaan door deiucratieve beiangen niet zelf tehouden doch onder tebrengen bij
famiiieieden Daarbij kan bijvoorbeeid worden gedacht aan een private equity manager die zijn
meerderjarige kinderen deIucratieve vermogensbestanddelen voorafgaande aan de
waardeaangroeienrealisatie doet toekomen Met deuitbreiding van artikei 392b Wet IB2001
met degroep van verbonden personen wordt ingeval deiucratieve vermogensbestanddeien
bijmeerderjarige kinderen zijn ondergebracht bijhen dewaardeaangroei beiast Voor de
afbakening van degroep verbonden personenisaansiuiting gezocht bijartikei 392 tweede iid
onderdeel bWet IB2001 inverbinding met het derde lidvan dat artikei
Kamerstukken II2007 08 31459 nr 3p16 MvT
Regeling InWet opdeInkomstenbelasting 1964
IndeWet IB1964 iseen andere regeling opgenomen waaromtrent indememorie van toeiichting
hetvolgende wordt opgemerkt Deverhouding tussen hetbelastingobject van ouders stiefouders
ofpleegouders inhetvervolg kortweg ouders genoemd endat van hun kinderen aangehuwde
kinderen ofpleegkinderen hierna kinderen genoemdisinhetontwerp enigszins anders en meer
inovereenstemming met depraktijk des levens geregeld dan inhet Besluit 1941 Bijhet
ontwerpen van devoorgesteide regeling heeft deminister zich overigens laten leiden door de
gedachte dat niet demogelijkheid mocht worden geopend dat deouders louter wegens een
fiscaal voordeel eenvoudigweg inkomen zouden kunnen overhevelen naar hun kinderen Volgens de
thans ontworpen regeling kan van het toerekenen van bestanddelen van het inkomen van een kind
aan zijn ouders alleen sprake zijn ten aanzien van inkomsten uitvermogen enpersoonlijke
verplichtingen Teneinde deze beperkte verschuiving van inkomen wettelijk vast teleggen zijn
twee bepalingen nodig Indeeerste plaats moeten andere dan detwee genoemde
inkomensbestanddelen indien zij inwerkelijkheid krachtens wettelijk vruchtgenot aan deouders
toekomen uitdrukkelijkaan het kind worden toegerekend hiertoe strekt hettweede lid Eew
met ingangvan 1990 tiende lid van art 5Anderzijds moeten detwee genoemde
inkomensbestanddelen indien zij inwerkelijkheid bijafwezigheid van wettelijk vruchtgenot aan
het kind toekomen uitdrukkelijk aan deouders worden toegerekend dit isdestrekkirg van het
derde lid Bew met ingang van 1990 elfde lid van art 5MvT biz 33 IkIngelijke zin Korte
toeiichting Wet IB1964 §7
Deregelingisdus alsvolgl
aOuders hebben wel wettelijk vruchtgenot
Alle bestanddelen van het inkomen van het kind die opgrondvan het wettelijk vruchtgenot aan de
ouders zouden toekomen—enderhalve door hen alseigen inkomen zouden moeten worden
aangegeven—worden toegerekendaan hat kind met uitzondering van deinkomsten uit
vermogen depersoonlijke verplichtingen endenegatieve persoonlijke verplichtingen oor de
laatste drie bestanddelen wordt dus deouder aangeslagen Zie echter onder Wijziging met ingang
van 1januari 1992 voor enkele uitzonderingen hierop
bOuders hebben geen wettelijk vruchtgenot
Dezuivere inkomsten uitvermogen depersoonlijke verplichtingenendenegatieve persoonlijke
verplichtingen worden ingevolge het elfde lidtoegerekend aan deouder ten aanzien van kinderen
jonger dan 18jaar Detoerekening vindt plaats aan deouder die het gezag over het kind
uitoefent Zie echter onder Wijziging met ingang van 1januari 1992 voor enkele uitzonderingen
hierop
Ten aanzien van meerderjarige kinderen vindt derhalve nimmer toerekening van
inkomensbestanddelen aan deouders plaatsvan ouderlijk vruchtgenotisdan immers geen sprake
meerterwijl het elfde lidsiechts voor minderjarige kinderen geldt
Zie voor debepaling omtrent minderjarigheid art 233 evBoek 1art 353 evoud BW
Zie voor debehandeiing van een commanditaire vennootschap met minderjarige kinderen HR21
april 1976 nr 17821 BNB 1977 13opgenomeninaant 99A opart 7enaant 44 opart 24
2015695 00037

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: