2015693

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of bijgeschreven rente of dividend op aandeelhoudersleningen of cumulatief preferente aandelen kan leiden tot een lucratief belang. De ruling concludeert dat bijgeschreven bedragen meetellen voor de financieringstoets, mits aan de beloningstoets is voldaan.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Belastingdienst**
**Memo**
**Beoordeling lucratief belang en bijgeschreven rente/dividend**
**Vraag 18 059 004**
**Datum: 28 maart 2018**

**Feiten van de vraagsteller**
Een vennootschap is gefinancierd met gewone aandelen, aandeelhoudersleningen en preferente aandelen. De bankleningen zitten in een andere vennootschap. Zie de financieringsstructuur in bijlage. Op grond van de huidige financieringsstructuur is op dit moment [GEANONIMISEERD] geen sprake van een lucratief belang. Bij private equity investeringen wordt vaak rente op aandeelhoudersleningen of dividend op cumulatief preferente aandelen bij de hoofdsom bijgeschreven, en wordt over deze bijgeschreven rente/dividend ook weer rente/dividend vergoed (rente op rente). Het rendement wordt dan dus niet uitgekeerd, waardoor de schuld van de vennootschap groter wordt. Vaak mag dit uitkeren van rendement van de bank of derde partij ook niet. Omdat gedurende een bepaalde periode geen geld aan de aandeelhouders, het PE-fonds en managers van de bank mag worden uitgekeerd, wordt dit rendement bij de hoofdsom verplicht bijgeschreven en de schuldpositie dus vergroot. Nadat er van een bank wel geld mag worden uitgekeerd, kan op de aandeelhoudersleningen en/of preferente aandelen nog steeds rente of dividend worden bijgeschreven, maar gebeurt dit dan facultatief. In dat geval mag het rendement op de aandeelhoudersleningen en preferente aandelen dus wel worden uitgekeerd.

NB: Ik heb begrepen dat een reserve voor cumulatief preferente aandelen alleen gevormd mag worden als er winst is. Als er geen winst of niet voldoende winst is, wordt dit tekort aan winst extracomptabel bijgehouden. Bij een verkoop wordt dit tekort dan alsnog ingehaald indien mogelijk.

Voor de lucratief belang regeling moet voldaan zijn aan cumulatief twee voorwaarden wil er sprake zijn van een lucratief belang:
1. De aandelen moeten verstrekt zijn aan het management met het oogmerk van belonen voor werkzaamheden (statische toets art. 92b eerste lid Wet IB 2001).
2. Er moet voldaan zijn aan de dynamische hefboomtoets van art. 92b tweede lid onderdeel Wet IB 2001.

Niet in geschil is in casu dat de aandelen zijn verstrekt met het oogmerk van belonen voor werkzaamheden (statische toets). Wij zijn van mening dat het gestorte bedrag op de gewone aandelen (totaal nominaal aandelenkapitaal en agio) in de vennootschap ten opzichte van het totale gelieerde gestorte vermogen (nominaal geplaatst AK, agio, aandeelhoudersleningen en cumulatief preferente aandelen in de vennootschap) meer is dan 10%, zodat op dit moment geen sprake is van een lucratief belang. Omdat de hefboomwerking dynamisch wordt getoetst, kan er op een later moment alsnog een lucratief belang ontstaan. Zie bijlage met de financieringsstructuur van de vennootschap.

**Beschouwing en preadvies van de vraagsteller**
Bij de beoordeling of sprake is van een beoogde beloning voor werkzaamheden (eenmalige statische toets ex art. 92b eerste lid Wet IB 2001) is van belang of van de bank het dividend/rente niet mag worden uitgekeerd. Als van de bank het dividend/rente niet mag worden uitgekeerd, telt bijgeschreven dividend/rente niet mee bij de vraag of sprake is van een beoogde beloning voor werkzaamheden. Immers, de bank is een onafhankelijke derde, dus dan zal dit stuk van de financiering niet beoogd zijn als beloning voor werkzaamheden.

Voor de dynamische toets van art. 92b tweede lid onderdeel Wet IB 2001 in verbinding met art. 92b vierde lid eerste tot en met derde volzin Wet IB 2001 is het naar mijn mening niet van belang of van de bank de rente/dividend al dan niet mag worden uitgekeerd. Gelet op de dynamische toets gaat het erom of er een wijziging in de hefboomstructuur optreedt.

Ik constateer dat door het bijschrijven van dividend en rente het gelieerde vermogen in de vennootschap toeneemt. Het maakt hierbij niet uit of er sprake is van situaties dat men van aanvang af precies op de 10% grens zit, zodat er van aanvang af geen sprake is van een lucratief belang. Ook maakt het naar mijn mening niet uit dat de bijgeschreven rente/dividend niet als cash in de vennootschap is gestort, maar dus schuldig wordt gebleven. De schuldig gebleven rente en dividend kan economisch gezien vergeleken worden met een aandeelhouderslening. Zie ook de wetsgeschiedenis in het bijgevoegde Word-bestand.

**Vraag**
Kan door het bijschrijven van rente of dividend op aandeelhoudersleningen of cumulatief preferente aandelen al dan niet extracomptabel alsnog een lucratief belang ontstaan op grond van de dynamische toets genoemd in art. 92b tweede lid onderdeel Wet IB 2001 jo art. 92b vierde lid Wet IB 2001? Maakt het bij de beantwoording van deze vraag uit of de managers bij aanvang af geen lucratief belang hebben doordat zij gewone aandelen hebben die net op de 10% grens zitten (vgl. art. 92b tweede lid onderdeel Wet IB 2001 jo art. 92b vierde lid eerste tot en met derde volzin Wet IB 2001)? Zie het desbetreffende onderdeel uit het rapport PE en fiscaliteit op pagina 273 en 274.

**Antwoord**
Bijgeschreven rente of dividend kan meetellen bij de beoordeling van de financieringstoets in het vierde lid van art. 92b Wet IB 2001. Als eenmaal aan de beloningstoets is voldaan, maakt het vervolgens niet uit op welk moment de 10% grens wordt bereikt. De financieringstoets is namelijk een dynamische toets.

**Conclusie**
Bijgeschreven rente of dividend kan meetellen bij de beoordeling van de financieringstoets in het vierde lid van de Wet IB 2001. In de onderhavige casus leidt dat niet tot de conclusie dat sprake is van een lucratief belang omdat het in onvoldoende mate bijdraagt aan de hefboom.

**Bijlage**
*Vennootschap Financiering*
| Soort | Nominaal kapitaal | Agio | Totaal | Correcties | Totaal |
|———————-|——————-|————–|—————-|—————-|—————-|
| Gewone aandelen | 421 725 | 24 128 000 | 31 549 725 | | 31 549 725 |
| Cum Pref | 24 999 999 | | 24 999 999 | | 24 999 999 |
| Cum Pref | 500 000 | | 25 000 000 | | 25 000 000 |
| Cum Pref | 30 356 500 | | 30 356 500 | | 30 356 500 |
| Cum Pref | 500 000 | | 15 000 000 | | 15 000 000 |
| Cum Pref | 14 999 999 | | 15 000 000 | | 15 000 000 |
| Dividend | 284 096 | | 284 096 | | |
| Garantie MFA | 10 414 000 | | 10 414 000 | | |
| Shareholder loan | 143 000 | | 143 000 | | 143 000 |
| **Totaal** | **63 778 225** | **78 127** | **99 153 049** | **224 14 841 096** | **156 747 320** |

De voorgestelde correctie cum pref wordt al meegenomen in de toets. De voorgestelde cumulatieve rente op de cum prefs. Deze telt naar [vraagsteller] mening niet mee.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *