1971018

AI-samenvatting

Dit memo behandelt de toepassing van de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting voor een Sondervermögen uit Duitsland. Het concludeert dat dit lichaam recht heeft op de vrijstelling, aangezien het voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, tweede lid, Wet DB, en niet vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling.

Kennisgroepstandpunt

Memo
512e Ra
Onderwerp Dividendbelasting EUrecht inhoudingsvrijstelling Sondervermdgen
Datum 1november2016
1Inleiditig
BijdeBelastingdienstiseen verzoek inbehandeling waarin omdetoepassingvan de
inhoudingsvrijstelling dividendbelasting isverzocht bijeen dividenduitkering van een BV
[Nederlandaan eenSondervermdgen Duitsland Debehandelingvan ditverzoek heeft een
aantal vragen opgeroepen^ Ditmemo richt zich met name opdevoorwaarde inartikel 4derde lid
ondendeel bWet DB waar staat dat deinhoudingsvrijstelling geen toepassing vindt ingevalbde
opbrengstgerechtigde een vergelijkbare functie vervult als een beleggingsinstelling alsbedoeld in
artikel 6aofartikel 28 van deWet opdevennootscbapsbelasting 1969
Ikzalhieronder eerst decasus schetsen ennader toelichten Vervolgens gaikinopdetoepassing
van artikel 4tweede enderde lidWet DB enhet arrest van deHoge Raad van 15november 2013
inzake het Finse beleggingsfonds Aan het slot neem ikeen aantal conclusies op
2Casus
DeBVheeft ten doel tebeleggeninNederlands vastgoed DeBVzelf kviralificeert niet als fiscale
beleggingsinstelling FBI Hetbelang bijdeBV isvolledig inhanden van eenSondervermbgen in
Duitsland InhetSondervermbgen participeren^TAwDuitse AG sverzekeringsmaatschappijen Een
Sondervermbgen heeft alsdoel hetverkrijgen van voordelen voor departicipanten door het voor
gemene rekening beleggen EenSondervermbgen bezit geen rechtspersoonlijkheidenkan
derhalve geen eigenaar zijn van deaandelen indeBV Deze aandelen worden juridisch gehouden
door GmbH tevens debestuurder van betSondervermbgen
HetSondervermbgen kan verder voor zover hier van belang nog alsvoIgt worden gekwalificeerd
EenSondervermbgeniseen naar Duits recht opgerichten inDuitsland gevestigd beleggingsfonds
EenSondervermbgen wordt inDuitsland behandeld als niet transparante entiteit en issubjectief
vrijgesteld van deheffing van Duitse winstbelasting Kbrperschaftsteuer Hiermee wordt fiscale
neutraliteit bereikt EenSondervermbgenisgezien haar rechtsvorm een lichaam datvergelijkbaar
ismet een [Nederlands fonds voor gemene rekening
Door Financien cassatie procedureendeBelastingdienst worden deze kwalificaties als
uitgangspunt genomen
Erliggen bijdeBelastingdienst duizenden verzoeken vanSondervermbgens omteruggaaf van
dividendbelasting Deze verzoeken zijn ingediend opbasis van vermeende strijdigheid met het EU
recht enbetreffen portfoliosituaties Indeze verzoeken vergelijken deSondervermbgens zich met
een FBI endefiscale behandeling die hierbij hoort Hetgaat hier met name omdetoepassingvan
deafdrachtvermindering inartikel 11a Wet DB Het belangrijkste geschilpunt naast anderen dat
hier aan deorde isziet opdeverplichting van een FBI om dewinst volledig uittedelen ende
dividendbelasting dieopdeze uitdeling moet worden ingehouden Inzake een van deverzoeken van
eenSondervermbgen heeft rechtbank Zeeland West Brabant op 1augustus 2016 prejudiciele
vragen gesteld aan deHoge Raad^
Inaldeze zaken wordt dus niet verzocht omtoepassing van deinhoudingsvrijstelling van artikel 4
Wet DB
Vanuit Duits perspectief bezien isophetSondervermbgen met belangeninportfolio en in
deelnemingssituaties hetzelfde recht van toepassing^ Het isvan belang datook defiscale
behandelingindedividendbelastingvan hetSondervermbgenvoor zowel deEUclaims op
■Een van devragenziet opdetoepass ngvan hetbelastingverdragNederland Duitsland Hetverdragvindt in
drtgeval geen toepassing omdat hetSondervermogen geeninwoner Isinde zin van ditbelastingverdrag
^ECLI NLRBZWB 2016 4829
^Investmentsteuergeseitz InvG
1971018 00018
afdrachtvermindering inartikel 11a Wet DB alsdeinhoudingsvrijstelling inartikel 4Wet DB zo
consistent mogelijk plaatsvindt
3Toepassing inhoudingsvrijstelling artikel 4tweede lidWet DB
Inartikel 4tweede lidWet DB isdeinhoudingsvrijstelling opgenomen voor EUEER
deelnemingssituaties
Inartikel 4tweede lidonder 1°staat alsvoorwaarde datdeopbrengstgerechtigde een lichaam is
datvolgens defiscale wetgeving van een andere Lidstaat aldaar isgevestigd Hiervoor heb ik
aangegeven dat wij van mening zijn dat eenSondervermogen een lichaam isdat inDuitsland is
gevestigd Aan deze voorwaarde wordt door hetSondervermogen dan ook voldaan
Artikel 4tweede lidonder 2°geeft dekern van deze vrijstelling weer Deze bepaling heeft aan de
ene kant deimplementatievan deMoeder dochterrichtlijn artikel 5]ten doel enaan deandere
kant wordt hiermee bereikt datdeinhoudingsvrijstelling voldoet aan deeisen van hetprimaire EU
recht vrijheidvan kapitaalverkeer] Devoorwaarde luidt dat voor detoepassingvan devrijstelling
deopbrengstgerechtigde ophet tijdstip waarop deopbrengst terbeschikking wordt gesteld een
belang indeinhoudingsplichtige heeft waarop dedeelnemingsvrijstelling bedoeld inartikel 13van
deWet opdevennootschapsbelasting 1969 ofdedeelnemingsverrekening bedoeld inartikel 13aa
van diewet van toepassing zou zijn indien hij inNederland zou zijn gevestigd
Hier wordt dus deEUvergelijking gemaakt dat deinhoudingsvrijstelling toepassing vindt indien bij
deopbrengstgerechtigde indien deze inNederland gevestigd zou zijn dedeelnemingsvrijstelling
van toepassing zou zijn
Indeze casus zou hetSondervermogen indien deze inNederland gevestigd zou zijn alsfonds voor
gemene rekening worden aangemerkt Een fonds voor gemene rekening heeft recht optoepassing
van dedeelnemingsvrijstelling
Nugeldt dedeelnemingsvrijstelling niet voor een belastingplichtige die alsbeleggingsinstelling is
aangemerkt artikel 13 lidacht WetVpbdit iseen voortzettingvan artikel 13 vierde lidWetVpb
oud endeze bepaling ziet met name opdeFBI 30572 nr3p57] ^^
Zoals ikhiervoor heb aangegevenishetwenselijk datdebehandeling vanSondervermdgens voor
deheffing van dedividendbelasting consistent plaatsvindt Bijdeverzoeken omteruggaaf van
dividendbelasting indeportfoliosituaties wordt hetstandpunt ingenomen en indeprocedure bijde
Hoge Raad verdedigd dat eenSondervenndgen niet vergelijkbaarismet een FBI Deze lijn
doortrekkend betekent ditdat deuitzondering voor beleggingsinstellingen inartikel 13WetVpb
niet kan worden ingeroepen EenSondervermogenisniet vergelijkbaar met een FBI Dit leidt ertoe
dat eenSondervermogen alszijnde vergelijkbaar met een fonds voor gemene rekening indien
deze inNederland zou zijn gevestigd recht zou hebben opdetoepassing van artikel 13WetVpb
Deconclusie isdan ook dat hetSondervermogen opbasis van artikel 4tweede lidWet DBrecht
heeft opdetoepassing van deinhoudingsvrijstelling
4Deuitzondering opdeinhoudingsvrijsteiiing artikel 4derde lidonderdeel bWet DB
Inartikel 4derde lidonderdeel bWet DB iseen uitzondering opartikel 4tweede lidWet DB
opgenomen enhier staat datdeinhoudingsvrijstelling geen toepassing vindt indien de
opbrengstgerechtigde een vergelijkbare functie vervult als een beleggingsinstelling alsbedoeld in
artikel 6aofartikel 28 van deWet opdevennootschapsbelasting 1969
■Zie Inditverband ook deconclusie van 26oktober 2016 vanAGCampos Sanchez Bordona indezaak
Wereldhave C448 15 Hijschrijft datdemoeder dochterrichtlijn niet van toepassing Isopdefiscale
beleggingsinstelling omdet fbl sniet voldoen aan devoorwaarde inartikel 2onder cvan deRichtlijn 90435
onderworpenaan belastingenniet vrijgesteld
^Voor devblgeldtdat deze niet belastingpllchtigIsvoor deWetVpbenreeds omdeze reden niet In
aanmerking komt voor dedeelnemingsvrijstelling Een met een vblvergelijkbaar beleggingsfonds zoals een
Luxemburgse Sicav zou omdeze reden algeen beroep kunnen doen opartikel 4tweede lidWet DB
1971018 00018
DeBelastingdienstisvan mening dat hetSondervermogen een vergelijkbare functie heeft als een
FBI Dit isvolgens mij een juiste uitleg van deze bepaling zieook onder 5hierna Defunctie van
hetSondervermogenendeFBI zijn vergelijkbaar Zezijn namelijk beide een vehikel om opfiscaal
neutrale wijze collectief tebeleggen namens achterliggende participanten Een andere uitleg zou
artikel 4derde lidonderdeel bWet DB tot een dode letter maken Ditbetekent dan dat indeze
casus deinhoudingsvrijstelling alsnog niet kan worden toegepast bijhetSondervermogen
Echter deze uitkomst wringt enleidt niet totdegewenste consistentie Aan deene kant nemen
wehetstandpunt indat eenSondervermogen niet vergelijkbaarismet een FBI met name geen
uitdelingsverplichting enaan deandere kant hebben deFBI enhetSondervermogen wel een
vergelijkbare functie Voor delopende procedures bijdeteruggaaf van dividendbelastingishet
innemen van hetstandpunt dat ersprakeisvan een vergelijkbare functie dan ook een risicovolle
stellingname
Erspelen hier twee venschillende vormen van vergelijkbaarheid Indeeerste plaats de
vergelijkbaarheid opbasis van hetprimaire EU recht artikel 4tweede lidonder 2° en inde
tweede plaats devergelijking van defunctie van hetSondervermogen inDuitsland met defunctie
van deFBI inNederland Bijdevet^elijkingvan defuncties sluiten wijaan bijdebehandelingvan
hetSondervermogen onder het Duitse recht
5Nadeie analyse aitikel 4deide lid onderdeel bWet DB
Devragen dieopkomen zijn wat dedoelstellingisvan artikel 4derde lidonderdeel bWet DB en
vervolgens ofditonderdeel bwel inovereenstemmingismet hetEU recht
51Dedoelstelling van artikel 4derde lidonderdeel b
Ineen memo dat isopgesteld alsvoorbereiding opdewetswijziging van hethuidige artikel 4
tweede enderde lidWet DB staat hetvolgende
Met vbi offbi vergelijkbare buitenlandse rechtspersonen
ITegenover het vervallen van deonderworpenheidseis^ staat dat Nederland inbinnenlandse
verhoudingen geen inhoudingsvrijstelling ofteruggave dividendbelasting verleent bijuitdelingen
aan een vrijgestelde beleggingsinstelling offiscale beleggingsinstelling Op basis hiervan wordt
voorgesteld evenmin een inhoudingsvrijstelling teverlenen bijeen uitkering aan een buitenlandse
lichaam datvergelijkbaarismet een vbi ofeen fbi^Een soortgelijke uitzondering komt thans reeds
voor inartikel 10Wet DB
iiDevraagisvervolgens wanneer een buitenlands lichaam vergelijkbaarismet een vbi ofeen fbi
Dit lijkt inelkgeval hetgeval indien het buitenlandse lichaam bijvestiging inNederland voor de
status van fbiofvbi inaanmerkingzou komen®Een dergelijke uitlegzou evenwei als risico kunnen
hebben dat een buitenlands lichaam door net niet aan despecifieke Nederlandse voorwaarden voor
een vbi ofeen fbi tevoldoen aan deuitzonderingzou kunnen ontsnappen Deuitzonderingzou
daarom kunnen zien opalle buitenlandse lichamen die zich bezighouden met beleggen endieop
basis van een buitenlandse bijzondere regaling voor beleggingsinstellingen opsoortgelijke wijze
van belasting zijn vrijgesteld als een Nederlandse fbiofeen vbi
^Near aanleidingvan het arrest van het HvJ EU van 18juni 2009 C303 07[Aberdeen Property wordt
voorgesteld om Inartikel 4tweede lidWet DBhetonderworpenheidsvereiste telaten vervallen
^Tegengeworpenzou kunnen worden dat het HvJ indezaak Aberdeen alopbasis van een vergelijkingvan de
Luxemburgse SICAV eenbeleggingslichaam met een Finse naamloze vennootschaptozstrijdigheld met het EU
recht komt Een vergelijking met deFinse beleggingsrechtsvormisdan niet meer nodig NuNederland evenwei
specifieke ultzonderingen kent voor binnenlandse situaties [vbisenfbi s ligt het nmmniet voor dehand dat
Nederland invergelijkbarebuitenlandse situaties totverdergaande tegemoetkomingenzouzijn verpllcht
Tevens zou kunnen worden gewezen opdesamenhangtussen devenschillende regelsdiegeldenvoor vbi sen
fbl s
®Anderzijds lljkteen Inhet bultenland regulier belast lichaam [meteen kwallficerende rechtsvorm opbasis van
derlchtlljnvoor deInhoudingsvrijstellinginaanmerking temoeten komen ookal zou het inNederland wellicht
voor destatus van vbikunnen opteren
1971018 00018
IndeMvT bijhet wetsvoonstel Overige fiscale maatregelen 2010® waarin hethuidige artikel 4
tweede enderde lidzijn ingevoerdisdevolgende toelichting opgenomen
Daarnaast kan opbasis van het arrest^° devraag worden gesteld ofdeonderworpenheidvan
andere inkomsten nog van beiangisvoor devergelijking van binneniandse en
grensoverschrijdende dividenden Inverband hiermee wordt voorgesteld omdehuidige
rechtsvormeis enonderworpenheidseis telaten vervallen huidige artikel 4tweede lidonder en
onder 3“
Daar staat evenwel tegenover dat inbinneniandse verhoudingen geen inhoudingsvrijstelling of
teruggaafvan dividendbelasting wordt verleend bijuitkeringen aan een vrijgesteide
beleggingsinstelling artikel 6avan deWetVpb 1969 ofeen fiscale beleggingsinstelling met
uitdelingsverplichting artikel 28van deWetVpb 1969 Indevoorgestelde wettekst derde lid
onderdeel bisdaarom tevens voorzien ineen uitzondering opdeinhoudingsvrijstelling voor
dividenduitkeringen aan een buitenlands lichaam dat een vergelijkbare functie vervult als een
vrijgesteide beleggingsinstelling ofeen fiscale beleggingsinstelling
Inhethiervoorgenoemde memo wordt verwezen naar een soortgelijke uitzondering inartikel 10
Wet DB Indenota van wijziging^^ bijhet wetsvoonstel invoering vbi enaanpassing FBI isde
voorganger van hethuidige artikel 10 vierde lidindeWet DBopgenomen^^ Deze bepalingisals
voIgt toegelicht
IndeWet werken aan winst wordt aan artikel 10van deWet opdedividendbelasting een vierde
lidtoegevoegd opgrond waarvan debestaande regeling totteruggaaf van dividendbelasting
eveneens wordt opengesteld voor rechtspersonen dieweliswaar inhet buitenland zijn gevestigd
maar overigensineen zelfde positie verkeren alsde inartikel 10 eerste lidbedoelde Nederlandse
rechtspersonen De indeze nota van wijziging opgenomen aanvulling van het vierde lid
bewerkstelligt dat buitenlandse beleggingsinstellingen evenals Nederlandse vrijgesteide
beleggingsinstellingen geen recht hebben opteruggaafvan dividendbelasting
Uitdewettekst endetoelichting hierop blijkt niet duidelijk wat met vergelijkbare functie wordt
bedoeld Het gaat erblijkbaar^^ om buitenlandse beleggingsinstellingen die inhun woonstaat op
basis van debuitenlandse regeling defunctie hebben opfiscaal neutrale wijze collectief tebeleggen
voor hun achterliggende participanten uittesluiten van deteruggaafregeling inartikel 10Wet DB
endeinhoudingsvrijstellinginartikel 4Wet DB
52Overeenstemming met EU recht
Bijdeinvoeringvan artikel 4derde lidonderdeel bWet DB blijft dewetgevernaar mijn mening
toch hinken optwee gedachten UithetEU recht Aberdeen Property vioeit voort dat de
onderworpenheidniet meer alsvoorwaarde kan worden gesteldDit leidt ertoe dat uiteindelijkin
artikel 4tweede lidonder 2°Wet DBdehuidige EUvergelijking wordt opgenomen Voor de
buitenlandse beleggingsfondsen wordt hier echter niet gestopt maar isnog een aanvullende
voorwaarde opgenomen inartikel 4derde lidonderdeel bWet DBinzake defunctie van deze
fondsen Hiermee warden aan buitenlandse opbrengstgerechtigen zwaardere eisen gesteld dan in
een vergelijkbare binneniandse situatie zoals deze casus ook laatzien Een vergelijkbare
binnenlands fonds voor gemene rekening zonder destatus van FBI zou namelijk wel recht hebben
®32129 nr 3biz 71
arrest HvJ 18juni 2009 0303 07 Aberdeen Property
KamerstukSO 533 nr 8
Artikel 10 vierde lidluldt Hettweede enderde lidzijnniet van toepassing met betrekklngtotllchamen die
een vergelijkbarefunctie vervullen alsbeleggingsinstellingenalsbedoeld inartikel 6aofartikel 23 van deWet
opdevennootschapsbelasting 1969
ZIeook het memo in51onder ii
1971018 00018
opdeinhoudingsvrijstellingi
Het risico dat het buitenlandse fonds Cnet niet aan deNederlandse voorwaarden voor het fbien
vbiregime voldoet endaannee toch deinhoudingsvrijstelling kan toepassenisinherent aan de
vereisten van het EUrecht Ermoet sprake zijn van vergelijkbaarheid Indien ergeen sprakeisvan
vergelijkbare gevallen dan moeten we zeook niet vergelijkbaar met een FBI ofvbi villen
behandelen Naar mijn meningisartikel 4derde lidonderdeel bWet DBdan ook niet in
overeenstemming met het EUrecht
6Jurisprudentie Hoge Raad inzake detoepassing van het buitenlands recht
Nadat dehiervoor genoemde v^etgeving totstand wasgekomen heeft deHoge Raad op15
november 2013^“ een arrest gewezen inzake dedividendbelasting waarbij ook^^ defiscale
behandeling indewoonstaat van deaandeelhouder aan deorde kwam Het betreft een Fins
belegggingsfonds datom teruggaafvan Nederlandse dividendbelasting verzoekt Het Finse
beleggingsfondsisinFinland nietonderworpen aan belasting enkan daar dedividendbelasting niet
verrekenen Het Gerechtshof oordeelde dat hetbeleggingsfonds inaanmerking komt voor
teruggaaf opbasis van artikel 10 eerste lidWet DB omdataan dedoelstelling van deze bepaling
wordt voldaan enhet hierbij niet van belang isdat het fonds indien het inNederland gevestigd zou
zijn niet zou zijn vrijgesteldvanVpb Vaststond dat het fonds inNederland als normaal belast
vpb belastingplichtige zou worden aangemerkt
61Conclusie AGWattel^®
Ikheb indebijiage deonderdelen 6768en69integraal opgenomen DeAGmerkt inonderdeel
69ondermeer op
Ook over devervullingvan voorw aarde iniet aan winstbelasting onderworpenindethuisstaat
bestaat geen geschil debelanghebbendeisthuis nietonderworpen aan enige winstbelasting Ik
merk wel buiten deorde opdatdeze voorwaarde vragen oproept omdat uitdedogmatiekvan het
VwEU vrijeverkeersrechtelijke discriminatieverbod voIgt evenals uitderechtspraak van het HvJ
EU met name uitdezaken Denkavit International Amurta Kerckhaert Morres Damseaux Truck
Center enAberdeen Property datdeeindheffingspositievan deaandeelhouder inzijn thuisstaat in
beginsel niet terzake doet behalve voor zover inzijn thuisstaat indealdaar vigerende eindheffing
een discriminerende bronstaatheffing verrekend wordt opgrondvan een belasting verdrag tussen
detwee betrokken lidstaten Het gaat immers bijeen VwEU vrijeverkeersrechtelijk
discriminatieonderzoek om een eenjurisdictioneel onderzoek
Ikmeen daarom dat deniet thuis onderworpen eis inart 103Wet DB niet relevant isvoor de
vraag oflichamen zoals debelanghebbendevoor deheffingvan deNederlandse belastingover
Nederlandse dividenden vergelijkbaar zijn met ingezeten niet onderworpen lichamen 46 en
daarmee ongeschiktendus disproportioneelis
62DeHoge Raad overweegt
Voorde beantwoording van devraag ofartikel 56EG thans artikel 63VWEU ertoe noopt
belanghebbende teruggaafvan dividendbelastingteverlenen moet eerst worden beoordeeld of
belanghebbende objectief vergelijkbaar ismet een inNederland gevestigde vennootschap dieonder
het bereik van artikel 10 lid 1van deWet DB1965 valt Uitdeinonderdeel 69van deconclusie
van deAdvocaat Generaal vermelde jurisprudentie van hetHof van Justitie voIgt dat voor de
vaststelling ofeen lidstaat bijdewetgeving betreffende inhoudingvan belastingover bepaalde
baten vennootschappen uiteen andere lidstaat discrimineert inhet agemeen niet vanbelang is
hoe diebaten door dieandere lidstaat fiscaal worden behandeld Een lidstaat behoeft bijde
ECLI lLHR2013 1128
Bijdevergelijkbare functie gaat het om situaties waarbij het buitenlandse fonds indewoonstaat fiscaal
neutraal belegt
ECU NLPHR 2012 DY6887
1971018 00018
belastingheffing niet automatisch een door een andere lidstaat aan een indieandere lidstaat
gevestigde vennootschap verleende fiscale faciliteit over tenemen vgl HvJ ELI 14September
2006 Centro diMusicologia Walter Stauffer C386 04VN2006 4711punt 39 enHv] EU27
januari 2009 Persche C318 07VM2009 813punt 48 Uit dit een enander voIgt dat niet
reeds deomstandigheid datbelanghebbendeinFinland isvrijgesteldvan winstbelasting maaktdat
hijvergelijkbaarismet een Nederlandse rechtspersoon die nietonderworpenisaan
vennootschapsbelasting Dievergelijkbaarheid voIgt ook niet uitdedoelstelling van artikel 10 lid
1van deWet DB1965
63Opmerkingen
DeAG endeHoge Raad achten bet dus niet relevant hoe deheffing van het buitenlandse lichaam
inzijn woonstaat verloopt Het bijzondereisdat deHoge Raad zonder verder voorbehoud naar de
jurisprudentie inonderdeel 69van deconclusie van deAGverwijst DeAGgaat met name inop
het arrest Aberdeen Property C303 07 Dit isnunet het arrest dataanleiding heeftgegeven tot
deaanpassingvan artikel 4tweede lidWet DB endeopnamevan artikel 4derde lidonderdeel b
indeWet DB DeHoge Raad isechter van mening dat uithet arrest Aberdeen voortvioeit datde
fiscale behandelingindewoonstaat inhetalgemeen^^ niet van belangisIkbeschouw ditarrest als
een bevestiging van mijn standpunt dat artikel 4derde lidonderdeel bWet DB niet in
overeenstemmingismet het EUrecht
Overigens heeft ditarrest naar mijn mening ookgevolgen voor dehuidige tekst van artikel 10Wet
DB ziehieronder bijmijn conclusies
7Conclusies
Artikel 4derde lidonderdeel bWet DB isniet inovereenstemming met hetEU recht en
zou daarom moeten vervallen
Het verzoek omtoepassing van deinhoudingsvrijstelling kan reeds hierop vooruitlopend
worden ingewilligd
Debewoordingen inartikel 10Wet DB aldaar niet aan debelastingheffing van dewinst is
onderworpen zijn naar mening ook niet inovereenstemming met hetEU recht zie
conclusie AG enarrest HR van 15november 2013
Overblijft nog debepaling inartikel 10 enhet nieuwe artikel 4aWet DB waar ook staat
dat erbijhet buitenlandse lichaam geen sprake mag zijnvan een vergelijkbare functie
Ook hier isnaar mijn mening sprake van strijdigheid met hetEU recht De
vergelijkingstoets ofersprakeisvan strijdigheid metde vrijheidvan kapitaalverkeer gaat
niet verder dan dat moet worden beoordeeld ofeen buitenlands lichaam indien het in
Nederland zou zijn gevestigdinaanmerking komt voor deteruggaafvan artikel 10ofde
inhoudingsvrijstelling van artikel 4aWet DB
Met dewoonden inhetalgemeen schept deHoge Raad ruimte voor situaties waarbijindewoonstaat
neutralisatie opbasis van een belastingverdrag plaatsvindt Zieook conclusie AGWattel
1971018 00018
Bijiage
67Teruggaafvan Nederlandse dividendbelastingexart 10 1Wet Divb wordt opgrandvan lid3
ook aan niet ingezeten lichamen verleend indienzijiinhun woonstaat niet aan belastingheffing
naar dewinst zijn onderw orpeniiwaren zijinNederland gevestigd geweest ook hier niet aan
heffing van devennootschapsbelasting zouden zijnonderworpen en Migeen vergelijkbare functie
vervullen alsbeleggingsinstellingen exart 6aofart 28WetVpb
68Over devervulling van voorwaarde iiibestaat kennelijk geen geschil zodat erincassatie
vanuit gegaan moet warden datdebelanghebbende geen functie vervult vergelijkbaar met die van
een vbi ofeen fbi
69Ook over devervulling van voorwaarde iniet aan winstbeiasting onderworpeninde
thuisstaat bestaat geen geschil debelanghebbendeisthuis nietonderworpen aan enige
winstbeiasting Ikmerk wel buiten deorde opdatdeze voorwaarde vragen oproept omdat uitde
dogmatiek van hetVwEU vrijeverkeersrechtelijke discriminatieverbod voIgt evenals uitde
rechtspraak van het HvJ EU met name uitdezaken Denkavit International Amurta Kerckhaert
Morres Damseaux Truck Center enAberdeen Property dat deeindheffingspositie van de
aandeelhouder inzijn thuisstaat inbeginsei niet terzake doet behalve voor zover inzijn thuisstaat
indealdaar vigerende eindheffing een discriminerende bronstaatheffing verrekend wordt opgrond
van een belasting verdrag tussen detwee betrokken lidstaten Het gaat immers bijeen VwEU
vrijeverkeersrechtelijk discriminatieonderzoek om een eenjurisdictioneel onderzoek nl naar de
belastingheffing door uitsluitend deStaat die van discriminatie verdacht wordt incasu de
belastingheffing door uitsluitend debronstaat van het dividend Nederland Het gaat om de
vergeiijkbaarheid van een ingezeten eneen niet ingezeten aandeelhouder voor deNederlandse
belastingheffing ophetuitgaande dividend Indezaak Truck Center betreffende een Belgische
bronheffing alseindheffing opuitgaande rente terwiji opaan ingezetenen betaalde rente geen
bronheffing maar een eindheffingrustte bijdeontvangerwas het HvJ EUdan ook niet zichtbaar
geVn teres see rdindevraag ofen zojahoe deuitgaande rentestroom indelidstaatvan ontvangst
werd belast Dezaak Aberdeen Property betrof devraag ofeenLuxemburgse niet onderworpen
SICAV Societe dinvestissement acapital variable voorde Finse bronheffing opdividend
vergelijkbaarwas met een Fins ingezeten ontvangende kapitaalvennootschap Het HvJ EUstelde
vast dat een Fins ingezeten kapitaalvennootschap objectiefnietonderworpenwas voor ontvangen
Fins dividend zodat ook een niet ingezeten ontvangende kapitaalvennootschap gevrijwaard moest
worden van Finse inkomstenbelastingheffingindevorm van dividendbelastingover het dividend
zelfs alszijinhaar thuisland niet onderworpenzou zijn maar dat was niet van belangziede
tussenzin ’zo dit alzou vast staan inonderstaand citaat Het Hof overwoog
51 Indetweede plaats vormt dedoor deFinse regering aangevoerde omstandigheid dat een
SICAV inLuxemburgniet over haar inkomsten wordt belast zodit alvast zou staan geen verschil
tussen deze vennootschap en een ingezeten naamloze vennootschap waardoor een verschillende
behandeling van dedoor deze twee soorten vennootschappen ontvangen dividenden ophetgebied
van debronbelastingzou worden gerechtvaardigd’
Ikmeen daarom datde niet thuis onderworpen eis inart 103Wet DB niet relevant isvoor de
vraag oflichamen zoals debelanghebbendevoor deheffingvan deNederlandse belastingover
Nederlandse dividenden vergelijkbaar zijn met ingezeten niet onderworpen lichamen 46 en
daarmee ongeschikten dus disproportioneelisRelevant isslechts ofdebelanghebbende ware zij
inNederland gevestigd nietonderworpen zou zijngeweest aan devennootschapsbelasting
1971018 00018

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: