1951356

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de inhoudingsplicht voor dividendbelasting met betrekking tot uitkeringen door een geëmigreerde SE. De Kennisgroep bevestigt dat de vestigingsplaatsfictie van toepassing is en dat er geen strijdigheid is met Europees recht.

Kennisgroepstandpunt

Belastingdienst
Kennisgroep IBR winstKennisgroep dividendbelasting
512e
b12e 1
Datum
23mei 2018memo Inhoudingsplictit voor dividendbelasting mbt
uitkeringen gedaan door een geemigreerde SE
1Aanleiding
Een vraagsteller heeft deKennisgroep dividendbelasting benaderd inverband met
de onderstaande casus De vraagsteller heeft daarbij de volgende felten
weergegeven
67Awr
NV isdetophoudster van hetconcert]67Awr 67Awr
67Awr
67Awr rvinden
geen operationele activiteiten plaats InNederland
Een groot dee van deactiviteiten van het concern warden in 67Awr verricht
naar 67Awr vorden verpiaatst Hiervoor warden devolgende stappen genomen
67Awr
~5] c7Tfv~~wurur~umgezerjrreen~5E~EEurupese~pennuutscnapj
6CSEverpiaatst haar hoafdbestuur enstatutaire zetel naar 67Awr
Nadeze stappenisCSEvolledig belastingplichtig In 67Awr roar de 67Awr
vennootschapsbelasting alsmede 67Awrpividendbelastingtrblljven geeh
activiteiten bezittingen enofwerKnemei^ inNederland achter
Vervolgens heeft de vraagsteller verschillende deel vragen gesteld aan de
kennisgroep die ergezamenlijk inde kern erop neerkomen wat van de
bovenstaande feiten degevolgen zijn voor deinhoudingsplicht voor CSE
DeKennisgroep heeft devolgende vragen onderscheiden
1 Isnastap 6devestigingsplaatsfictievan artikel 1derde lidvan deWet op
dedividendbelasting 1965 van toepassing opCSE
2 Isdieinhoudingsplicht beperkt totdeNederlandse aandeelhouders
VERTROUWELIJK Pagina1van 4
1951356 00084
3Wat gebeurteralsCSEniet weet wie haar aandeelhouders zijn
4 Isdit instrijd met hetEuropeserecht enerzijds met deverdragsvrijheden
enanderzijds met Verordening EG nr2157 2001 van deRaad van 8
oktober 2001 betreffende het statuut van deEuropese vennootschap SE
Deeerste vraag heeft deKennisgroep dividendbelasting bevestigend beantwoord
Ten aanzien van de tweede en de derde vraag heeft de Kennisgroep
dividendbeiasting zich reeds eerder uitgelaten Destijds heeft dekennisgroep
geoordeeid dat ditinderdaad hetgevaiisopbasis van artikel 10 zevende lidvan
hetbeiastingverdragmet 67Awr llndien deinhoudingspiichtigeniet weet wiezijn
aandeelhouders zijn dan gemtinoeginsei een onbeperkte inhoudingspiicht Het is
immers aan inhoudingspiichtige om tebewijzen datzijinhouding achterwege mag
laten Inhet verleden zijn hier echter praktische afsprakenover gemaakt Mogelijk
dat die hier ook uitkomst bieden
Ten aanzien van devierde vraag meent deKennisgroep dividendbelasting geen
strijdigheid met Europees recht tezien Niet ten aanzien van hetprimaire EUrecht
vrijheidvan vestiging vrij verkeer van kapitaal omdat degrensoverschrijdende
situatie niet slechter wordt behandeld dan debinnenlandse situatie En niet met
Verordening EG nr2157 2001 omdat dieverordening geen betrekking heeft op
defiscaliteit
2Vraag
De Kennisgroep dividendbelasting vraagt de Kennisgroep internationaal
belastingrecht Winst vpb hierna dekennisgroep nuofhet deantwoorden op
devragen 2tot enmet 4onderschrijft
3Antwoord
Ja de kennisgroep onderschrijft het antwoord van de Kennisgroep
dividendbelasting opdevragen 2tot enmet 4
4Beschouwing
Het antwoord opvraag 2voIgtuitdetekst van artikel 10 eerste juncto artikel 10
zevende lidvan hetverdragenhet arrest Hoge Raad 2September 1992 Nr 27
252 BNB 1992 379 De kennisgroep onderschrijft het antwoord van de
Kennisgroep dividendbelasting
Vraag 3 betreft feitelijkeen bewijskwestie Het is inderdaad aan de
inhoudingsplichtig om tebewijzeninhoeverre hetverdrag beschermingbiedt De
kennisgroep onderschrijft dan ook antwoord 3Bijeen praktische afspraakisdeze
vraag overigens academisch van aard Over eventuele praktische afspraken die in
het verleden zijngemaakt neemtde kennisgroep overigens geen standpunt in
Vraag 4istweeledig Enerzijdsiserdevraag ofhet heffen van dividendbelastingin
deze casus instrijdismet deverdragsvrijheden enanderzijds devraag ofdat in
strijd ismet Verordening EG nr2157 2001
Wat betreft eventuele strijdigheid met deverdragsvrijheden kan dekennisgroep
kortzijn Degrensoverschrijdendesituatie wordt niet slechter behandeld dan de
binnenlandse situatie Binnenlands isdeSEimmers ook integraal
inhoudingsplichtig voor dedividendbelasting Van een belemmering isdan ook
geen sprake Indat kader kan gewezen worden ophet arrest Hilten Van der
I5i2e|C513 Q3 endeuitspraak van Hof Den Bosch^ inzake de
^Zieuitspraak van Hof sHertogenbosch 28februari 2014 nr1200343
ECLI NLGHSHE 2014 565
1951356 00084
vestigingsplaatsfictieindevennootschapsbelasting Dat 67Awr ventueel ook
dividendbelastingheft isirrelevant Een eventuele dubbele heffingisnamelijkniet
alieen aan Nederiand tewijtenen isdan ook een niet verboden dispariteit
Ten slotte resteert devraagofdeinhoudingsplichtinstrijd komt met Verordening
EG nr2157 2001 Deze vraag isook aan bodgekomen tijdens hetwetgevend
proces
1Het voorstel om deEuropese naamloze vennootschap SE onder de
vestigingsplaatsfictiesinde Wet opdevennootschapsbelasting 1969 de Met
inkomstenbelasting 2001 endeWet opdedividendbelasting 1965 tebrengen vioeit
voort uitdegedachte dat een SEvergelijkbaarIsmet een NV Voor een naar
Nederlands recht opgerichte NVgelden deverschillende vestigingsplaatsficties Uit
hetoogpuntvan een gelijke behandeling ligthet dan voor dehand omSEswaarvan
deoprichtingisbeheerst door Nederlands recht ook onder devestigingsplaatsficties
telaten vallen DeRaad stelt dat ditvoorstel instrijd komt met artikel 7van de
verordening omdat nahetverplaatsen van defeitelijke leiding enstatutaire zetel
van deSEaan deNederlandse heffingsbevoegdheid een einde komt enhet fiscale
regimevan denieuwe vestigingsstaat van toepassingis
Hlerover wil ikopmerken dat artikel 7van deverordening regelt dat destatutaire
zetel van een SEbinnen deEUmoetzijn gelegen Indezelfde lidstaat als waar het
hoofdbestuur isgevestigd Deze verordening geldt—zieookoverweging 20bijde
verordening—niet voor deEscaliteit Belastingheffing ophetgebied van dedirects
belastingen behoort—afgezien van een aantal richtlijnen—tothet terrain van de
individuele lidstaten uiteraard inovereenstemming met hetbepaalde InhetEG
verdrag Devestigingsplaatsficties maken onderdeel uitvan deregelgeving ophet
terrain van de directs belastingenen hebben thans made tot doe om het
Nederlandse heffingsbeiangtewaarborgen Nudeverordeninghieraan niet inde
weg staat isergeen aanleiding omdeze ficties niet van toepassing telaten zijn op
derechtsfiguur van deSE
Nader rapport Kamerstukken II2002 03 29035 Bpunt1
Zowel deleden van defractie van hetCDA alsdeieden van defractie van dePvdA
vragen zich afofhet onder deverschillende vestigingsplaatsficties brengenvan een
inNederland opgerichte Europese vennootschapzich goedverhoudt tot de
verordening van 8oktober 2001 betreffende het statuut van deEuropese
vennootschap SE PbEG L294 1 hierna deverordening Zijrefereren hierbij
aan het advies van deRaad van State endebrief van deNederlandse Orde van
Belastingadviseurs hierna deOrde van 8oktober 2003 Deze leden vragen ofer
geen sprakeisvan een overdreven beperking bijzetelverplaatsing ofstrijd met doe
enstrekkingvan deverordening
DeRaad van State stelt Inzijn advies dat artikel 7van deverordening waarin is
bepaald dat destatutaire zetel van een SEbinnen deEUmoet zijn gelegenin
dezelfde lidstaat als waar het hoofdbestuur isgevestigdniet toelaat dat in
Nederland opgerichte SE sonder de vestigingsplaatsfictiesinde Wet op de
vennootschapsbelasting 1969 deWet inkomstenbelasting 2001 endeWet opde
dividendbelasting 1965 warden gebracht De reden hiervoor isdat na het
verplaatsen van dewerkelijke leiding en statutaire zetel van deSE aan de
Nederlandse heffingsbevoegdheideen einde komt enhet fiscale regimevan de
nieuwe vestigingsstaatvan toepassing wordt Inhetverlengde daarvan schrijft de
Orde dat het onder de vestigingsplaatsficties brengen van SEswaarvan de
oprichting isbeheerst door Nederlands recht totgevoig heeft dat ingevai een
dergelijke SEvervolgens emigreertartikel 10van deverordening voorschrijft dat
deregelsvan denieuwe vestigingsstaat opdieSE van toepassing zijn Het van
toepassing zijn van deNederlandse vestigingsplaatsficties voor deze SEpast hier
niet bij
1951356 00084
Zoals inhet nader rapportisaangegeven vioeit het voorstel om deSEonder de
vestigingsplaatsfictiestebrengenvoort uitdegedachtedat een SEvergelijkbaaris
met eenNV Voor een naar Nederlands recht opgerichte NVgelden deverschillende
vestigingsplaatsficties Uithetoogpuntvan een gelijke behandeling ligttietdanvoor
dehand om SE swaarvan deoprichtingisbeheerst door Nederlands recht oak
onder devestigingsplaatsficties tetaten vallen
Deverordening geidt inbeginsel—zieoverweging 20bijdeverordening—niet
voor de fiscaliteit Ditgeidt dus ook voor aitiket 7van deverordening Deenige
uitzondering zijn deartikeien 9en10 van deverordening waar isbepaald wetke
regelsnaast deregels gegevenindeverordeningvoor een SEvan toepassing zijn
Deze artikeien geven dus wei richtsnoeren voor de fiscaliteit Belastinghefirng op
hetgebiedvan dedirecte heiastingen behoort—afgezienvan een aantal richtlijnen
—tothet terrein van deindividueie lidstaten uiteraard inovereenstemming met
hetbepaaldeinhet EGverdrag Devestigingsplaatsficties maken onderdeel uit
van deregeigeving ophet terrein van dedirecte belastingen enhebben mede tot
doe om het Nederlandse heffingsbelang tewaarborgen Vanuit deze optiek
geredeneerd past het omSE swaarvan deoprichting isbeheerst door Nederlands
recht onder deverschillende vestigingsplaatsficties tebrengen Voorzover eral
spanning zou zijn met artikel 10 van deverordeningisdefeitelijke betekenis
daarvan gering Innormale situaties van zetelverplaatsing door een SE wordt
namelijk deworking van vestigingspiaatshcties alsgevolg van deworking van
verdragen tervoorkoming van dubbele beiastingheffing beperkt Almet alwarden
SEsonder hetvoorgestelde regime—zowel inrelatie totNederlandse NV sals in
relatie totN7vormen uitandere lidstaten—evenwichtig behandeld Defractieleden
van het CDA constateren terecht dat deregering aangeeft dat alle regelingen
waarop eenWeenberoep kan doen toegankelijk zijn voor SE’s Deze leden vragen
zich indat kader afofkan worden bevestigd dat ditbetekent dat een SEzander
bezwaar dee kan uitmaken van een fiscale eenheid als dochter of als
moedermaatschappijendat een SEzander bezwaar kan kwalificeren als fiscale
beleggingsinstelling Ikkan dit inderdaad bevestigen Onder devoorwaarden
waarvoor deze regelingen toegankelijk zijn voor NV’s zijn deze regelingen namelijk
eveneens toegankelijk voor SEsmet hun statutaire zetel InNederland Dit vioeit
voort uitartikel 9eeiste lidonderdeel csub iivan deverordening Voor eenSE
met haar statutaire zetel ineen andere EU lidstaat geidt dat zijhetzelfde wordt
behandeld als eenNV uitdieUdstaat Ditvoigtuitartikel 10van deverordening
NV Kamerstukken II2003 04 29035 nr 6p2en3
DeStaatssecretaris van financien isvan oordeel dat opbasis vanoverweging 20bij
deverordening devestigingsplaatsfictie gewoon kan worden toegepast Die
overweging luidt alsvoigt
20 Deze verordening handelt niet over rechtsgebieden zoals hetfiscaal recht
het mededingingsrecht het recht inzake intellectuele eigendom het
insolventierecht Dewettelijke voorschriften van delidstaten endebepalingen
van hetGemeenschapsrecht zijn bijgevolg van toepassing opdeze enandere
niet door deze verordening bestreken terreinen
Opgrond hiervan ziet dekennisgroep voldoende reden om hetstandpunt Inte
nemen dat ergeen sprakeisvan strijdigheid met deverordening endekennisgroep
onderschrijft dan ook hetantwoord opvraag 4
512e
^ZieVerordening van 8oktober 2001 betreffende het statuut van deEuropese
vennootschap [SEj PbEG L294 1
1951356 00084

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: