AI-samenvatting
Dit document behandelt de vraag of de tijdelijke regeling van artikel 30 BRNC ook geldt voor artikel 10 lid 8 BRNC. Het antwoord bevestigt dat deze regeling van toepassing is in combinatie met andere relevante artikelen, met een maximale heffing van Nederlandse vennootschapsbelasting tot 31 december 2019.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**GEACCEPTEERD ANTWOORD**
**Betreft:** IBR 18 08 Geldt de tijdelijke regeling van artikel 30 BRNC ook bij toepassing van artikel 10 lid BRNC
**Van:** [GEANONIMISEERD]
**Aan:** [GEANONIMISEERD]
**Cc:** [GEANONIMISEERD]
**Datum:** 07-02-2018 17:24
**Onderwerp:** Vraag en antwoord voor de KG IBR
Beste [GEANONIMISEERD],
Ik heb een vraag van de KG IBR beantwoord maar vrees dat deze nog niet in de administratie van de KG is verwerkt. Zou jij de vraag en het antwoord in de administratie van de KG kunnen opnemen? Gaarne bereid een nadere toelichting te verstrekken.
Met vriendelijke groet,
[GEANONIMISEERD]
—
**Vraag:** BRNC artikel 10 lid en de samenloop met artikel 30 BRNC
Art 30 BRNC (Belastingregeling Nederland Curaçao) bevat een tijdelijke regeling voor deelnemingsdividenden in reeds bestaande situaties. De regeling is van toepassing tot en met 31 december 2019. Deze tijdelijke regeling voorziet in een overgang van situaties die onder de BRNC 15 dividendbelasting verschuldigd zijn als gevolg van de nieuwe regels, terwijl onder het oude BRK recht bestond op het verlaagde tarief. De regeling is van toepassing op een lichaam dat niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 10 derde lid, eventueel in samenhang met artikel 10 vijfde lid van de BRNC.
Ingevolge art 10 achtste lid BRNC wordt dividendbelasting verlaagd als de aandelen van de uiteindelijke gerechtigde voor ten minste 50% in handen zijn van natuurlijke personen die inwoner zijn van Curaçao of Nederland. Toepassing van artikel 17 derde lid onderdeel van de Wet Vpb blijft echter mogelijk als gevolg van art 22 van de BRNC. In artikel 30 eerste lid van de BRNC wordt niet specifiek verwezen naar artikel 10 achtste lid van de BRNC; er wordt slechts verwezen naar artikel 10 derde en vijfde lid. Aan het afetemmingsoverleg is de vraag voorgelegd of deze tijdelijke regeling ook heeft te gelden voor de toepassing van artikel 10 achtste lid BRNC.
Mijn antwoord luidt dat deze tijdelijke regeling ook van toepassing is bij situaties die vallen onder artikel 10 achtste lid BRNC in combinatie met artikel 17 derde lid onderdeel van de Wet Vpb. Derhalve wordt de heffing van Nederlandse vennootschapsbelasting gemaximeerd tot en met 31 december 2019. Uitkeringen of vervreemdingen die na die datum plaatsvinden zijn belast tegen een tarief van 15%.
Geef een reactie