1951163

AI-samenvatting

De Belastingdienst heeft vastgesteld dat, ondanks een reeds geautomatiseerd opgelegde aanslag op basis van een onjuiste aangifte, het mogelijk is om een doorschuifbeschikking ex artikel 11 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 vast te stellen naar het juiste bedrag aan over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning. De formele vereisten voor deze beschikking, waaronder de gelijktijdige vaststelling met de aanslag, zijn niet belemmerend voor het later vaststellen van de juiste doorschuifbeschikking.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

De Belastingdienst heeft vastgesteld dat, ondanks een reeds geautomatiseerd opgelegde aanslag op basis van een onjuiste aangifte, het mogelijk is om een doorschuifbeschikking ex artikel 11 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 vast te stellen naar het juiste bedrag aan over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning. De formele vereisten voor deze beschikking, waaronder de gelijktijdige vaststelling met de aanslag, zijn niet belemmerend voor het later vaststellen van de juiste doorschuifbeschikking.

**Documenttitel: 1951163**

**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel: Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon (secretaris): [_5.1.2e Pbelastingdienst.nl]
Datum: 20 juli 2018
Versienummer: 18-206-0011
Vastgesteld door: Kennisgroep Formeel Recht
Kopie aan: Onderwerp 54126

**Vaststelling doorschuifbeschikking ex artikel 11 Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 na geautomatiseerd en overeenkomstig de ingediende aangifte vastgestelde aanslag, waarin een te hoog bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning maar geen doorschuifbeschikking is opgenomen**

**Inleiding**
Belastingplichtige heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting in aanmerking genomen. Voor de berekening van deze aftrek is uitgegaan van een te hoog bedrag aan buitenlands inkomen uit werk en woning. Op basis van het (foutief) aangegeven buitenlandse inkomen zou voor een deel van het buitenlandse inkomen de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting niet geëffectueerd kunnen worden in het betreffende jaar. De aanslag is vervolgens geautomatiseerd opgelegd overeenkomstig de ingediende aangifte. Op of gelijktijdig met het aanslagbiljet is niet bij (doorschuif)beschikking een bedrag vastgesteld aan naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning als bedoeld in artikel 11 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb). Nadat de aanslag is vastgesteld, is de inspecteur van plan om alsnog een doorschuifbeschikking vast te stellen. Hierbij wil de inspecteur afwijken van de aangifte en het over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning naar het juiste bedrag vaststellen.

**Vraag**
Is het in deze situatie mogelijk om de doorschuifbeschikking, als bedoeld in artikel 11 Bvdb 2001, vast te stellen naar het juiste bedrag aan over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning?

**Antwoord**
Ja, dat is mogelijk. Het feit dat de aanslag reeds is vastgesteld overeenkomstig de ingediende onjuiste aangifte vormt geen belemmering om de doorschuifbeschikking naar juistheid vast te stellen.

**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Artikel 11 Bvdb 2001 bevat de doorschuifregeling, ook wel stallingsregeling genoemd, voor buitenlands inkomen uit werk en woning dat in een jaar niet tot een vermindering van de verschuldigde belasting heeft geleid. Als het buitenlands inkomen uit werk en woning (teller) groter is dan het belastbaar inkomen uit werk en woning (noemerinkomen) wordt het overschot, waarover in het betreffende jaar geen aftrek kan worden verleend, overgebracht naar een volgend jaar. Uit artikel 11 lid 1 Bvdb 2001 volgt dat het over te brengen buitenlands inkomen jaarlijks dient te worden vastgesteld bij een voor bezwaar vatbare beschikking.

“1. Een bedrag aan in een jaar vrij te stellen buitenlands inkomen uit werk en woning – per Mogendheid berekend met inachtneming van de verrekening volgens artikel 12 – dat door de toepassing van artikel 10, derde lid, niet leidt tot een vermindering van belasting over dat jaar, wordt overgebracht naar het volgend jaar. Deze overbrenging vindt alleen plaats indien het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.”

Uit bovengenoemde bepaling volgt ook dat een beschikking een constitutief vereiste is voor toepassing van de doorschuifregeling. De formele aspecten van de doorschuifregeling, met inbegrip van de wijze van vaststelling bij beschikking, zijn nader geregeld in artikel 26 Bvdb 2001.

Over de vaststelling van het naar een volgend jaar over te brengen buitenlandse inkomen bij voor bezwaar vatbare beschikking wordt in artikel 26 lid 1 Bvdb 2001 het volgende bepaald:

“1. De inspecteur stelt het bedrag van het volgens artikel 11 naar een volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning per Mogendheid en het bedrag van het volgens artikel 24a naar een volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze vaststelling gebeurt gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over dat jaar. Het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands inkomen uit werk en woning en het bedrag van het naar het volgend jaar over te brengen buitenlands voordeel uit sparen en beleggen worden op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld.”

Uit bovengenoemde bepaling volgt dat het vaststellen van de doorschuifbeschikking in beginsel gelijktijdig dient te geschieden met de vaststelling van de aanslag over het betreffende jaar. Daarnaast dient het naar het volgende jaar over te brengen bedrag afzonderlijk te worden vermeld op het aanslagbiljet.

In de praktijk wordt de doorschuifbeschikking nog steeds handmatig vastgesteld, waardoor het naar een volgend jaar over te brengen bedrag niet afzonderlijk op het aanslagbiljet wordt vermeld. Dit vormt echter geen belemmering voor de geldigheid van de vast te stellen doorschuifbeschikking. De beschikking kan in beginsel ook op een later tijdstip dan het vaststellen van de aanslag worden afgegeven.

**Conclusie**
Indien de aanslag reeds (geautomatiseerd) is opgelegd overeenkomstig de ingediende aangifte, waarin ten aanzien van een onjuist bedrag wordt verzocht om voorkoming van dubbele belasting, vormt dit voor de inspecteur geen belemmering om de doorschuifbeschikking op een later tijdstip naar een juist bedrag vast te stellen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *