1951161

AI-samenvatting

De Belastingdienst is op grond van artikel 64 van de Participatiewet en artikel 54 van de Wet SUWI verplicht om actief gegevens te verstrekken aan gemeenten, het UWV en de SVB over de samenloop van uitkeringen met inkomen of vermogen. Het opnemen van inkomensgegevens in de Basisregistratie Inkomen (BRI) voldoet niet aan deze informatieplicht, omdat deze gegevens alleen op verzoek worden verstrekt en niet spontaan. Dit betekent dat de Belastingdienst ook separaat informatie moet verstrekken, ongeacht of de instanties aangesloten zijn bij de BRI of beperkte toegang hebben. De verplichting tot informatieverstrekking gaat verder dan alleen de inkomensgegevens in de BRI.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

De Belastingdienst is op grond van artikel 64 van de Participatiewet en artikel 54 van de Wet SUWI verplicht om actief gegevens te verstrekken aan gemeenten, het UWV en de SVB over de samenloop van uitkeringen met inkomen of vermogen. Het opnemen van inkomensgegevens in de Basisregistratie Inkomen (BRI) voldoet niet aan deze informatieplicht, omdat deze gegevens alleen op verzoek worden verstrekt en niet spontaan. Dit betekent dat de Belastingdienst ook separaat informatie moet verstrekken, ongeacht of de instanties aangesloten zijn bij de BRI of beperkte toegang hebben. De verplichting tot informatieverstrekking gaat verder dan alleen de inkomensgegevens in de BRI.

**Documenttitel: 1951161**

**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel
Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon [GEANONIMISEERD]
MEMO vat
15 november 2018
Versienummer Onderwerp 18-206-0017
Actieve informatieplicht Belastingdienst op grond van artikel 64 Participatiewet en artikel 54 Wet SUWI
Kennisgroep Formeel Recht

**Inleiding**
In het kader van fraudebestrijding is per 1 januari 2014 artikel 64, veertiende lid, Participatiewet (destijds nog Wet werk en bijstand) in werking getreden. Dit artikel legt de Belastingdienst de verplichting op om spontaan gegevens te verstrekken aan het college van burgemeester en wethouders (hierna ook: de gemeente) en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het moet gaan om gegevens over samenloop van een uitkering met inkomen uit of in verband met arbeid of bedrijf of over vermogen, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden. Een vergelijkbare verplichting is sindsdien opgenomen in artikel 54, zesde lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI). Dit artikel legt de Belastingdienst de verplichting op om spontaan informatie te verstrekken aan het UWV en de Sociale verzekeringsbank (SVB). Het moet gaan om gegevens over samenloop van een uitkering met inkomen uit of in verband met arbeid of bedrijf of over vermogen, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden.

In het kader van projecten Vermogen in het buitenland (Vib) worden bij de behandeling van posten vaak correcties aangebracht op het verzamelinkomen. Met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) worden correcties aangebracht over 12 jaar. Veelal wordt er, in samenspraak met de belastingplichtige, voor gekozen om een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) te sluiten waarin de correctie, de verdeling tussen de partners, de boete en de rente is opgenomen. In verband met de Basisregistratie Inkomen (hierna: BRI) is in de VSO uitdrukkelijk bepaald dat de belastingaanslagen over de jaren tot en met het belastingjaar 2009 doelmatig worden geformaliseerd in één op te leggen belastingaanslag 2009 en dat vanaf 2010 separate belastingaanslagen per jaar worden opgelegd. Hiermee wordt bereikt dat de BRI vanaf 2010 op een juiste wijze wordt gevuld.

**Vragen**
1. Wordt met het opnemen van inkomensgegevens in de BRI voldaan aan de informatieplicht van artikel 64 Participatiewet en artikel 54 Wet SUWI?
2. Wordt het antwoord anders als de gemeente, UWV of SVB ervoor kiezen om niet aangesloten te zijn bij de BRI, dan wel beperkt terugkijken in de BRI, bijvoorbeeld 3 of 5 jaar?

**Antwoorden:**
1. Nee. De gegevens die op grond van artikel 64 Participatiewet en artikel 54 Wet SUWI dienen te worden verstrekt beperken zich niet tot de inkomensgegevens die in de BRI zijn opgenomen. Daar komt bij dat laatstgenoemde inkomensgegevens uit de BRI op verzoek van de afnemer worden verstrekt. Met het opnemen van de inkomensgegevens in de BRI wordt dan ook niet voldaan aan de verplichting om uit eigen beweging informatie te verstrekken aan gemeente, UWV en SVB. De Belastingdienst is verplicht om deze instanties separaat te informeren.
2. Nee.

**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
**Wettelijk kader**
Artikel 64, eerste en veertiende lid, Participatiewet:
“1. De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan het college of, indien het college aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door het college:
(…)
c. de Belastingdienst;
(…)
14. De Belastingdienst verstrekt aan het college, of indien het college aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt gegevens als bedoeld in het eerste lid over samenloop van een uitkering met inkomen uit of in verband met arbeid of bedrijf of over vermogen, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.”

Artikel 54, zesde lid, Wet SUWI:
“De Belastingdienst verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt, gegevens over samenloop van een uitkering met inkomen uit of in verband met arbeid of bedrijf of over vermogen, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken met betrekking tot het verstrekken van uitkeringen en taken, bedoeld in artikel 30, vijfde lid, en artikel 34, tweede lid. Voorts verstrekt de Belastingdienst aan de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt, gegevens over verzekerde en niet verzekerde tijdvakken, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35.”

Artikel 21a, eerste lid, AWR:
“Er is een basisregistratie inkomen waarin inkomensgegevens met bijbehorende temporele en meta-kenmerken zijn opgenomen. Het inkomensgegeven, bedoeld in de vorige volzin, is een authentiek gegeven.”

Artikel 21b AWR:
“1. De basisregistratie inkomen heeft tot doel de afnemers te voorzien van inkomensgegevens.
2. De inspecteur is belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen.
3. De inspecteur draagt zorg voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de inkomensgegevens.
4. De inspecteur draagt er zorg voor dat de weergave van een meegeleverd authentiek gegeven uit een andere basisregistratie overeenstemt met dat gegeven, als opgenomen in die andere basisregistratie.”

Artikel 21e AWR:
“1. De inspecteur verstrekt aan een afnemer op zijn verzoek een inkomensgegeven met bijbehorende temporele en meta-kenmerken.
2. Een inkomensgegeven waarbij de aantekening «in onderzoek» is geplaatst, wordt uitsluitend verstrekt onder mededeling van die aantekening.
3. Met een inkomensgegeven kunnen authentieke gegevens uit andere basisregistraties worden meegeleverd.
4. De inspecteur deelt, na verwijdering van de aantekening «in onderzoek», op verzoek aan een afnemer die het desbetreffende inkomensgegeven voorafgaand aan de verwijdering van de aantekening verstrekt heeft gekregen mee dat de aantekening is verwijderd en of het gegeven is gewijzigd.”

**Beoordeling**
De inspecteur is de basisregistratiehouder (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 2006/07, 31 085, nr. 3, p. 4). In artikel 21b, derde en vierde lid, AWR staan de taken beschreven die de inspecteur heeft in zijn hoedanigheid van basisregistratiehouder. De inspecteur heeft de taak zorg te dragen voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de authentieke inkomensgegevens. In artikel 21e AWR staat vermeld dat de inspecteur aan de afnemer op verzoek de gegevens verstrekt, terwijl in artikel 64 Participatiewet en artikel 54 Wet SUWI is voorzien in een spontane informatieplicht.

Dat de gegevens uit de BRI alleen op verzoek worden verstrekt heeft als achtergrond het voorkomen dat de gegevens breder worden verstrekt dan nodig of toegestaan is. Door middel van de aanvraagprocedure kan — binnen de grenzen van de basisregistratie – bovendien ingespeeld worden op de informatiebehoefte van de afnemer. Gedacht kan worden aan de behoefte aan temporele en meta-kenmerken en de behoefte aan de levering van gewijzigde gegevens (zie ook artikel 21e, vierde lid, AWR). In deze behoefte kan bijvoorbeeld worden voorzien door middel van abonnementen op bepaalde gegevens. Dit wordt vastgelegd in afspraken met afnemers.

Uit de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2006-2007, 31 085, nr. 3, p. 9):
“Het uitgangspunt is dat de authentieke gegevens in basisregistraties verplicht worden gebruikt door de hele overheid. Voor de BRI is op dit uitgangspunt uit privacyoverwegingen een verfijning aangebracht. De BRI is gezien de privacygevoeligheid van het inkomensgegeven en de geheimhoudingsplicht die erop grond van artikel 67 van de Awr op rust een gesloten registratie. Daarom is de BRI alleen toegankelijk voor daartoe bevoegde bestuursorganen. Concreet betekent dit dat er een wettelijk voorschrift moet zijn waaruit de bevoegdheid tot gebruik door dat bestuursorgaan blijkt. Dit heeft tot gevolg dat alleen op verzoek het authentieke inkomensgegeven wordt verstrekt en dat er autorisatieprocedures gelden. Ook is expliciet geregeld dat het authentieke inkomensgegeven niet verder mag worden bekendgemaakt dan strikt nodig is, zo is doorlevering van het gegeven niet toegestaan. (…)”

Het is de vraag of in de BRI alle gegevens zijn opgenomen die op grond van de Participatiewet en de Wet SUWI moeten worden verstrekt. In de wetsgeschiedenis met betrekking tot de invoering van de informatieverplichtingen wordt het volgende vermeld (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 2012-2013, 33579, nr. 3, p. 8):
“Het komt echter voor, dat de Belastingdienst bij het uitvoeren van controles voor de heffing en de invordering van belastingen gegevens tegenkomt die duiden op een samenloop van een uitkering met inkomen uit arbeid en bedrijf of vermogen (ook vermogen dat zich in het buitenland bevindt). (…) Voor het uit eigen beweging verstrekken van dergelijke gegevens door de Belastingdienst bestaat geen wettelijke basis. Dit wetsvoorstel voorziet daarin.”

En verder (Kamerstukken II 2012-2013, 33579, nr. 3, p. 35):
“Het gaat om deze gegevens waarvan de Belastingdienst bij de heffing en inning van belastingen kennisneemt en vaststelt dat deze van belang kunnen zijn voor de taken van het UWV en de SVB omdat mogelijk sprake is van een samenloop tussen vermogen en uitkering. Het kan hierbij ook gaan om informatie die de Belastingdienst via onderzoeken op basis van belastingverdragen heeft verkregen.”

De omvang van de informatieplicht lijkt dus verder te gaan dan het verstrekken van het inkomensgegeven uit de BRI.

In het commentaar bij artikel 64 Participatiewet van de Module Bijstand van Kluwer staat voorts nog het volgende:
“De Belastingdienst dient gegevens te verstrekken ten aanzien van bankrekeningnummers van bijstandsgerechtigden, en informatie over toegepaste heffingskortingen. (…)”

Een en ander leidt de kennisgroep tot de conclusie dat de Belastingdienst met enkel het verlenen van toegang tot de BRI niet aan zijn informatieverplichting voldoet. Dat geldt zowel voor de wijze van informatieverstrekking als de omvang van de informatieverstrekking.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *