1950733

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of de ingehouden bronheffing op huurpenningen uit Uruguay kan worden verrekend. De ruling concludeert dat Nederland Uruguay niet als ontwikkelingsland heeft aangewezen, waardoor deze bronheffing alleen als kosten kan worden afgetrokken.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**GEACCEPTEERD ANTWOORD**
**Betreft:** IBR 17 13 Verrekening van bronheffing uit Uruguay
**Aan:** @Belastingdienst
**Datum:** 15-03-2017 08:32
**Onderwerp:** Fw
**67 Awr**
**Bezwaar tegen aanslag vennootschapsbelasting**
**67 Awr**

Mijn klant, Zwitserland van Zuid-Amerika, heeft aangewezen als ontwikkelingsland. Zij beroept zich in deze op een artikel in WFR van Erwin Nijkeuter. Doordat Nederland Uruguay niet heeft aangewezen, kan [GEANONIMISEERD] de ingehouden bronheffing op ontvangen huurpenningen niet verrekenen, maar slechts aftrekken als kosten. [GEANONIMISEERD] BV maakt bezwaar tegen het feit dat Nederland Uruguay naar verluidt niet heeft aangewezen. Ben jij bekend met dit leerstuk? Heeft de KG IBR een opinie?

**Met hartelijke groet,**
**2e**

**10 apr 2017**
**Van:** 2^ 2e
**Aan:** @belastingdienst
**Datum:** 16-03-2017 16:59
**67 Awr**
**Onderwerp:** Re 67 Awr Bezwaar tegen aanslag vennootschapsbelasting

Beste,

Hierbij een korte eerste reactie. Nijkeuter toetst aan de hand van twee vergelijkingsmaatstaven of er sprake is van een belemmering. De eerste vergelijkingsmaatstaf is die met een NL BV die huur ontvangt van een NL BV. Terecht constateert Nijkeuter dat, uitgaande van deze vergelijkingsmaatstaf, geen sprake is van een belemmering (onderverwijzing naar de zaken Damseaux en Kerckhaert Morres). Voorkoming van juridische dubbele belastingheffing kan niet met een beroep op het EU-recht worden afgedwongen. Zie in vergelijkbare zin het oordeel in de zaak Haribo BNB 2011 165.

Vervolgens leidt hij uit de zaak OESF af dat een unilaterale maatregel die een willekeurig onderscheid maakt tussen Staten eveneens is verboden. Hiervan uitgaande constateert hij een belemmering omdat voor het niet verlenen van verrekening van 11 landen die op de DAC-lijst staan geen plausibele verklaring bestaat, althans dat is mijn vrije vertaling.

Toen Nijkeuter zijn artikel schreef, was evenwel het hiervoor al gememoreerde arrest Haribo nog niet gewezen. In dit arrest heeft het HvJ EU beslist dat een unilaterale maatregel die onderscheid maakt tussen derde staten geen probleem is (zie punt 48). Of anders gezegd, in relatie met derde landen is er slechts een relevante vergelijkingsmaatstaf die met de zuiver interne situatie. Zie in vergelijkbare zin de conclusie van Kokott bij de zaak Riskin Timmermans 176 15.

En dan is er geen probleem, zie hiervoor. Unilaterale meestbegunstiging is daarentegen wel verboden tussen lidstaten. Dit kan worden afgeleid uit de arresten OESF en Sopora. Ook lijkt het verboden om derde staten unilateraal beter te behandelen dan lidstaten. Zie in deze zin de conclusie van Kokott in de al aangehaalde zaak Riskin Timmermans.

**Groet**

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *