1950691

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de toepassing van artikel 101j van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 op zogenaamde kasrondjes. Het besluit concludeert dat de regeling onverkort van toepassing is, omdat er materieel sprake is van een toekenning van aandelen, ondanks dat werknemers contanten ontvangen om aandelen te kopen.

Kennisgroepstandpunt

K08 011 0033
101jenkasrondjes
Eenvennootschap keert een bonus incontanten uitaan zijnwerknemers onder de
uitdrukkelijke voorwaarde dat diewerknemers daarmee aandelen kopen ineen verbonden
lichaam Sommige adviseurs beweren dat art 101jniet opdeze bonus vantoepassingisZo
dit ainiet voigt uitdeietteriijke tekst van 101jwijzen deadviseurs opeenopmerking van
toenmalig Staatssecretaris Grapperhaus over deuitleg van het arrest BNB 1956 244
Isditjuist
Nee kasrondjes zijn materieel gelijkte stellen aan rechtstreekse uitreiking oftoekenning van
aandelen Deregelingvan artikel 101jWetVpb 1969 ishierop onverkort vantoepassing
Deopmerking vanGrapperhaus ligthiermee geheel inlijn
Uitdewetsgeschiedenis van het in2007 ingevoerde artikel 101jblijkt datdewetgever
hiermee heeft beoogd omterugtekeren naar desituatie diegold onder het arrest van de
Hoge Raad van 20juni 1956 nr12790 BNB 1956 244 Kort weergegeven besliste deHoge
Raad datdeuitgiftevan aandelen door een NVdewinstsfeer niet raakt Het betreft een
transactie indekapitaaisfeer
Opgrond van deIetteriijke tekst van 101jzijn kosten van deuitreiking oftoekenning van
aandelen endergelijke niet aftrekbaar Vanuit deadvieswereld isgeopperd datdeze
aftrekbeperking niet vantoepassingisopzogenoemde kasrondjes
Wat zijnkasrondjes enwaarom zou deaftrekbeperking hier niet opvan toepassing zijn
Met een kasrondje wordt inhetalgemeen gedoeld opeen situatie waarin een werknemer
geen aandelen krijgt toegekendmaar een uitkeringincontanten Dewerknemer isverplicht
omdeze uitkering tegebruiken voor deaankoop van aandelen inzijnwerkgever ofineen
daarmee verbonden lichaam
Strikt formeel bezien isartikel 101jniet vantoepassing omdat devennootschap immers
geen aandelen uitreikt maar contanten verstrekt Materieel isechter sprakevan een
toekenning ofuitreiking van aandelen Persaldo heeft dewerknemer immers geen
contanten maar aandelen verkregen Devennootschapisper saldo niet verarmd De
aftrekbeperkingvan 101jishieropten voile vantoepassing
Indeliteratuur verwijst men soms naar devolgende opmerkingen vantoenmalig
staatssecretaris Grapperhaus over detoelaatbaarheid van kasrondjes
Bijdeparlementaire voorbereiding van deWet opdevennootschapsbelasting 1969 stelde
deheer Peynenburg Handelingen 1968 1969 biz 3092 Iklaatste al rkleal
„wanneer men een verplichting heeft tegenover een werknemer van bijvoorbeeld f2000 en
men hem een aandeel geeftvan f1000 met een beurswaarde van f2000 dan loopt hettoch
rond Het isnatuurlijk eenvoudiger alsmen het viadekas laatlopen omdat hetdan inieder
1950691 00050
geval wel rond loopt Echter waarom zou ditniet hetgeval zijn alshet rechtstreeks
gebeurt B@
Staatssecretaris Grapperhaus 2ealantwoordde kennelijk komt opditpunt de
Staatssecretaris weer aan hetwoord indeHandelingen isdecesuur met de
naamsvermelding weggevallen
„Laat men hetdan maar viadekas laten lopenIkhoud mijvoorlopigaan deuitspraakvan
deHoge Raad enben niet bereid opditpunt veranderingen aan tebrengen B
Grapperhaus doelde inhetbovenstaande citaat opBNB 1956 244
Op basis van debovenstaande opmerking concluderen sommige literatoren dat
Grapperhaus met zijnopmerking tekennen heeftgegeven datkasrondjes ook naBNB
1956 244 zijntoegestaan Aangezien 101Jbeoogtaan tesluiten bijditarrest zou dittot
gevolg hebben datkasrondjes onder dehuidige wetgeving niet tot een aftrekbeperking
leiden
Dekennisgroep bestrijdt deze visie Grapperhaus bedoelde niets anders dan dat hij
kasrondjesinvoldoende mate meende tekunnen bestrijden opgrondvan hetdoor hem
genoemde BNB 1956 244 Erisdus geen enkele reden om aan tenemen datdewerking van
101jkanworden omzeild met behulp van een kasrondje
0ns standpunt wordt onder andere ondersteund door Prof JBouwman inNTFR 2007 819
Hijschrijft
Met deinvoeringvan art 10 lid1onderdeeijWet VPB 1969 beoogt deregering terugte
keren naar hetregime van HR20juni 1956 BNB 1956 244
Inditarrest oordeelde deHoge Raad over devraag ofhet verschil tussen dehogere waarde
inheteconomische verkeer endenominale waarde van aanwerknemers uitgereikte
aandelen ten laste van dewinst van deuitreikende vennootschap konworden gebracht
Naar hetoordeel van deHoge Raad was dit niet hetgeval
Tijdens deparlementaire behandeling van deWet VPB 1969 ishetoordeel van deHoge Raad
inBNB 1956 244 aan deorde geweest en isdoor hetKamerlid Peijnenburg inoverweging
gegeven terug tekomen opditarrest
Detoenmalige staatssecretaris Grapperhauswas daartoe niet bereid Daarop opperde de
heer Peijnenburg demogelijkheid van een kasrondje Eenvoudig gezegd kwam ditkasrondje
erop neer datdewerknemers van eenvennootschap eerst geld ontvangen dat zijvervolgens
aanwenden voor deaankoop van aandelen ofopties opaandelen indevennootschap
Volgens deheer Peijnenburg zou aftrek indeze situatie verzekerd zijnondanks BNB
1956 244 Inzijnantwoord opdeze suggestie verklaarde staatssecretaris Grapperhaus dat
men hetdan maar viadekasmoest laten lopenmaar dat hijvoorlopig vasthield aan het
arrest vandeHoge Raad
Devraag die naar aanleidingvan hetvoorgaande rijstisuiteraard ofaan hetaftrekverbod
van art 10 lid1onderdeei jWet VPB 1969 kanworden ontkomen door het hiervoor
bedoelde kasrondje intebouwen Hoewel ikindereactie van staatssecretaris Grapperhaus
geen ondubbelzinnige toezegging lees dat hijhetkasrondje aanvaardbaar acht voor het
1950691 00050
veiligstellenvan deaftrak laat hijtoch opznminst flink wat ruimte voor degedachte dat
dat welhetgevalis
Ofditruim vijftig jaar later anders ligt kanworden betwijfeld alsdemede wetgever anno
2006 zonder voorbehoud verklaart dat hijweer wenst terug tekeren naar desituatie van
BNB 1956 244
ikneem overigens aan datdeBeiastingdienst zich bijdeuitvoering van art 10 lid1
onderdeel jWet VPB 1969 ophetstandpunt stelt dat een kasrondje niet leidt totaftrek
omdat deze moet worden teruggebracht tot een uitreiking vaneigen aandelen
respectievelijk opties opeigen aandeien Daarvoor iswat mij betreft inderechtspraak ook
wel eenargument tevinden Gewezen kanworden opHR17maart 1999 BNB 1999 231c
met noot van RJdeVries Ditarrest betrof eencooperatie die aan haar leden een
uitdeling ingeld deed dievervolgens voor dieleden door decooperatie werd aangewend
voorde storting opdoorde cooperatie uitgegeven certificaten DeHoge Raad zag indeze
gangvan zaken niet meer dan een uitreikingvan certificaten waaropniet meer behoefde te
worden gestort Ditarrest doet integenstelling totdehiervoor aangehaalde discussie tussen
deheren Peijnenburg enGrapperhaus vermoeden dat een kasrondje om art 10 lid1
onderdeeljWet VPB 1969 teomzeilen geen soelaas zalbieden Duidelijkheid hierover isdus
gewenst enhet valt tebetreuren datdewetgever deze niet heeft gecreeerd bijhet totstand
brengen van deWet werken aan winst
GEACCEPTEERD ANTWOORD
Betreft 10 1jen kasrondjes
2jan 2017
buiten verzoek
1950691 00050

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: