1950566

AI-samenvatting

Deze belastinguitspraak behandelt de kwalificatie van een geldverstrekking door de gemeente aan een dochteronderneming. De conclusie is dat deze verstrekking zowel civielrechtelijk als fiscaal als een geldlening moet worden gekwalificeerd.

Kennisgroepstandpunt

20161209 Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb inzake 10 1d
Aan Belastingdienst GOMidden kantoor Arnhem
Van kennisgroep Bijzondere Winstbepalingen Vpb
Betreft kwalificatie geldverstrekking inzake
Datum 08122016512
67Awr
Degemeente Hdraagt eenverlieslatend[
netwerkbeheerder XNV Degemeente verstrekt aan diedeelneming YBVgelden Die zijn naastte
ontvangen subsidies bedoeld om hetnetwerk teverbeteren enrendabel temaken
YBVwordt alsdochter opgenomenineen fiscale eenheid metXNV]overaan eendeelneming van 67Awr
Vraag
Isdegeldverstrekking aan temerken alseen geldlening
Antwoord
JaZowel civielrechtelijk alsfiscaal issprakevan een geldlening
Toelichtinq
Feiten
Dekenmerkende elementen van degeldverstrekking zijn deonderstaande
jbeschikbaar Degemeentestelt
Deeinddatum van degeldverstrekkingisdertig jaarnaondertekening
Jaarlijks meet YBV een bedrag aflossen tergrootte[67Awr
67Awr
67Awr
67Awr
Na15respectievelijk 30jaar zalYBVhetopenstaande aflossen alsdegemiddelde jaarwinst over
Pitmag achterwege blijven als het deatgelopenfeTAwr |Jaar hoger isdan
eigen vermogen vanYBVopdietijdstippen lager isdan67Awr
67Awr
67Awr
Een eventueel opdeeinddatum openstaandeschuld beschouwt men alsoninbaar Degemeente
zaldat deel kwijtschelden
Jaarlijks iseen vaste rente verschuldigd diewordt bijgeschreven bijdehoofdsom
Degeldverstrekkingisachtergesteld bijalle concurrente krediteuren
Beschouwing
Hetbeoordelingskader voor een leninginfiscale zin isonder andere aan deorde geweestinHR
25112011 ECLI NLHR2011 BN344 BNB 2012 37Debeoordeling begint met hetbepalen of
sprakeisvan een geldleninginciviele zin Hierbijiseen terugbetalingsverplichting van
essentieel belang ZieHR 8September 2006 ECLI NLHR2006 AV2327 BNB 2007 104 Indien
civielrechtelijk sprake isvan een geldlening ishetmogelijk dat fiscaal sprake isvan een
zogenoemde deelnemerschapslening zie oaHR 11maart 1998 ECLI NLHR 1998 AA2453
BNB 1998 208 Indatgeval behandelen wijdelening fiscaal alsware hetkapitaal Dit is
geregeld inartikel 10 eerste lid letter dWet Vpb
Civielrechteliike kwalificatie van depeldverstrekkinci
Start van dekwalificatie van een geldverstrekkingishet civiele recht Zo luidt vaste
jurisprudentie van deHoge Raad onder meer tevinden inHR 7februari 2014
ECLI NLHR2014 181 BNB 2014 80 InBNB 2007 104 besliste deHoge Raad datde
terugbetalingsverplichting hetkenmerk isvan een geldlening Verplichting betekent indit
verband datdegeldverstrekker hetafdwingbare recht heeft opterugbetaling van deverstrekte
gelden Recht betekent datdebeslissing om aldan niet terugtebetalen buiten dewil van de
geldnemer ligt
Het schoolvoorbeeld van een civiele geldleningiseen geldverstrekking die naeen vaste en
tevoren overeengekomen periode wordt afgelost
Als ereen verplichtingtotterugbetaling aanwezigisspreken wijvan een geldlening Het feit dat
terugbetaling onzeker isofaan voorwaarden isgebonden doet daaraan niet afBNB 2007 104
1
1950566 00045
20161209 Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb inzake 10 1d
Devoorgelegde geldverstrekking kent een vaste looptijd van dertig kalenderjaren Maar anders dan in
hetschoolvoorbeeld ishetmogelijkdat een deel van dehoofdsom nietterughoeft tevorden betaaid
Het isdevraagoferhiermee nog welsprakeisvan een terugbetaiingsverplichtingendus van een
geidleningincivieirechteiijke zin
Uitdejurisprudentieieidtde kennisgroepafdatook een geidverstrekkingwaarvan dekans op
terugbetaling uiterst onzeker isnog altijd kwalificeert alseen civieirechteiijke geidlening
DeHoge Raad komt namelijk ineen drietal situaties totfiscale herkwalificatie Een van diegevallen
betreft debodemloze putlening Daarvan issprake alsophetmoment van verstrekking duidelijk isdat
degelden niet zullen worden terugbetaald Hieruit isafteleiden dat ditcivielrechtelijk wel een
geidlening vormt Anders isfiscale herkwalificatie immers niet aan deorde
Dit isook afte leiden uitBNB 1998 208waarachtergestelde winstdelende obligaties een looptijd van
vijftig jaar kenden Dehouders vandeobligaties stonden bijfaillissement vandeschuldenaar inrang
gelijk met aandeelhouders endeelden gelijkelijk met deze aandeelhouders ineen eventuele uitkeiing
DeHoge Raad besliste datgezien devaste looptijd van vijftig jaargeen sprake was van een
deelnemerschapslening Hiermee beslistzij implicietdat ereen civieirechteiijke geidlening aanwezig
isondanks degelijke rang met kapitaalverschaffers bijfaillissement
Degeldverstrekkingisachtergesteld bijconcurrente schuldeisers Aangezien hierover inhet contract
niets isgeregeld bestaat voorrang opdeaandeelhouders vanYBVDegemeente inhaar rolals
verstrekker van degeldenisbijdeze rangorde aan temerken alsschuldeiser
Opgrond van hetbovenstaande issprake van een geidleningincivieirechteiijke zin
Fiscale herkwalificatie
Een civieirechteiijke geidlening kan fiscaal een afwijkend etiket krijgen opgrond van artikel 10
eerste lid letter dWet Vpb Incasu draait hetdaarbij omdevraag ofsprake isvan een
zogenoemde deelnemerschapslening
Daarnaast leidt ook een schijnlening ofeen bodemloze putlening totfiscale herkwalificatie Ons
zijn geen feiten voorgelegd waaruit een schijnlening blijkt
Voor eendeelnemerschapslening geldendrie cumulatieve eisen teweten
a Een lening zonder vaste looptijd maar uiterlijk opeisbaar bijfaillissement
bDegeldverstrekkers zijn achtergesteld bijoverige schuldeisers
c Devergoeding isafhankelijk van dewinst van dedebiteur
Incasu bestaat ereen looptijd van dertig jaar Debovengenoemde voorwaarde aisniet vervuld
Fiscale herkwalificatie alsdeelnemerschapsleningisgezien devaste looptijdvan dertig jaarniet aan
deorde ondanks datderente winstafhankelijkisbijgeschreven bijhoofdsom enook voorwerpvan
verliesabsorptie
Inhet arrest van 27januari 1988 ECLI NLHR1988 203744 BNB 1988 217 besliste deHogedat
voorde aanwezigheid van een bodemloze putlening isvereist “dat een belastingplichtige opgrond
vanzijn positiealsaandeelhouder ineenvennootschapinwelkehijeendeelnemingindezin van
artikel 13houdt aan deze vennootschapeen geidleningverstrekt onder zodanige omstandigheden
dat aan de uitdielening voortvioeiende vorderingnaar hem reeds aanstonds duidelijk meet zijn
geweestvoor hetgeheel ofvoor eengedeelte geen waarde toekomt omdat hetdoor hem terleen
verstrekte bedragniet ofniet ten voile zalkunnen worden terugbetaaldzodat hetgeheelof
gedeeltelijk zijnvermogen voor zover dat niet bestaat uitdeaandelen indedochtervennootschap
blijvend heeft verlaten”
Uitdevoorgelegde feiten kan dekennisgroep niet afleiden ofhetbelang van degemeenteinYBV
eendeelneming vormt Evenmin blijkt ofhet voor gemeente bijhetverstrekken duidelijk moet zijn
geweest datdeverstrekte 1miljoen euro niet meer terug zouden komen
2
1950566 00045
20161209 Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb inzake 10 1d
Alsdeinspecteur meent datsprakeisvan een bodemloze putleningishet aan hem omdaarvoor
benodigdefeiten optafelte leggen Dekennisgroepziet inhetgeennu isaangedragen onvoldoende
aanleiding om een dergelijke stellingteonderbouwen
3
1950566 00045

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Belang: