1950551

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of er een groepsrelatie bestaat tussen een STAK en haar dochtervennootschappen. De ruling concludeert dat een STAK als groepshoofd kan optreden en een economische relatie heeft met de werkmaatschappijen, ondanks dat er geen economisch belang in de aandelen is.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Agendapunt elf**

**De feiten**
De aandelen in [GEANONIMISEERD] haarzustervennootschap [GEANONIMISEERD] zijn in handen van de [GEANONIMISEERD], hierna de STAK.
De certificaten van de aandelen van beide vennootschappen worden in gelijke delen gehouden door de heren [GEANONIMISEERD].
[GEANONIMISEERD] betaalt rente aan [GEANONIMISEERD].
Het bestuur van [GEANONIMISEERD] en [GEANONIMISEERD] werd tot [GEANONIMISEERD].
[GEANONIMISEERD] was tot datum oprichting STAK enig aandeelhouder van deze vennootschappen.
Het bestuur wordt gevormd door [GEANONIMISEERD].
Indirect en enig aandeelhouder van [GEANONIMISEERD] is de heer [GEANONIMISEERD].

**10d en STAK (ter informatie)**
Vanaf [GEANONIMISEERD].
De stemmen in de STAK zijn als volgt verdeeld:
[GEANONIMISEERD] voor [GEANONIMISEERD] stemmen.
Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter [GEANONIMISEERD] de doorslag.

**Bezwaar**
[GEANONIMISEERD] heeft bezwaar gemaakt tegen de door de inspecteur aangebrachte correctie. Daarbij heeft men een uiteenzetting overgelegd waarin wordt beargumenteerd dat er geen sprake is van een groepsrelatie tussen de STAK en beide dochtervennootschappen omdat de STAK geen economisch belang heeft bij de aandelen. Er kan derhalve geen economische eenheid ontstaan. Kortom, een STAK zou volgens [GEANONIMISEERD] nooit tot de groep kunnen behoren.

**Beschouwing**
Wij hebben als KG in het verleden altijd het standpunt ingenomen dat een STAK wel degelijk als groepshoofd kan optreden en wij zien geen reden en wel een risico om daar nu op terug te komen. De KG is primair van mening dat een STAK wel degelijk een economische relatie heeft met de onderliggende werkmaatschappij. Dat de STAK zich contractueel heeft verplicht haar opbrengsten uit de aandelen af te staan aan de certificaathouders, brengt geen enkele wijziging in de verhouding tussen de STAK en de werkmaatschappij. Tegenover de werkmaatschappij is en blijft het de STAK die recht heeft op alle dividend en zeggenschap als 100% aandeelhouder. Dat de STAK de dividenden vervolgens op grond van haar persoonlijke verhouding met de certificaathouders afstaat aan derde partijen, is voor de werkmaatschappij irrelevant en doet aan de relatie STAK-werkmaatschappij dus niets af. Die relatie blijft en een zeggenschaps- en een economisch element behouden.

Subsidiair kan worden betoogd dat er heel goed sprake kan zijn van een economische eenheid van vennootschappen, de zustervennootschappen via de STAK, zonder dat er op aandeelhoudersniveau sprake is van enig economisch eigendom van de aandelen. Je kunt immers ook heel goed het financiële en operationele beleid van de gehouden entiteiten bepalen zonder dat de uit die entiteiten opkomende voordelen bij jou achterblijven.

In deze casus is het denk ik in ieder geval duidelijk dat de STAK feitelijk de doorslaggevende zeggenschap in de zustervennootschappen heeft. Meer subsidiair kan nog de stelling worden ingenomen dat ook zonder een economische relatie een groepsrelatie kan bestaan. Essentieel is immers welke partij feitelijk de doorslaggevende zeggenschap in de onderliggende vennootschappen heeft. Dat is de hoofdregel die volgt uit paragraaf 217, 202 en verder van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving.

Zie RJ 217, 202.
In alle gevallen dient op basis van de feitelijke situatie te worden vastgesteld of sprake is van een groep of groepsmaatschappij, hierna aangeduid met groepsrelatie. Of sprake is van een groepsrelatie hangt ervan af of een bepaalde maatschappij in wezen de andere maatschappij beheerst, anders gezegd feitelijk beleidsbepalend is in die andere beleidsafhankelijke maatschappij. Een dergelijke invloed wordt bijvoorbeeld veelal uitgeoefend op basis van de mogelijkheid een meerderheid van de stemrechten te kunnen uitoefenen in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) of de mogelijkheid de meerderheid van bestuurders te kunnen benoemen of ontslaan.

Kortom, in het jaarrekeningenrecht ligt het accent op de zeggenschap. Aan de andere kant staat in art. 24b BW natuurlijk wel:

**Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden.**

De wetgever heeft bij de invoering van art. 10d Wet VPB 1969 de volgende toelichting gegeven:
Een groep in de zin van artikel 24b BW is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Deze wettelijke beschrijving bevat twee criteria waaraan voldaan moet zijn: er is sprake van een groep, economische eenheid en organisatorische verbondenheid. Uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat ook het element centrale leiding essentieel is. Voorbeelden van de toepassing van deze criteria zijn te vinden in de Richtlijnen 214, 103 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. In het algemeen is daarbij van belang dat voor de vaststelling of in een concreet geval sprake is van een groepsrelatie het geheel van feitelijke omstandigheden en contractuele relaties in aanmerking dient te worden genomen (Nota het Nader Verslag TK29 210 Belastingplan 2004).

Maar uit RJ 217, 211 blijkt expliciet dat ook bij afwezigheid van een economisch belang een groepsrelatie bestaat. Consolidatieplicht bestaat ook ten aanzien van groepsmaatschappijen waarin de verslaggevende rechtspersoon geen kapitaalbelang heeft. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen indien twee zustermaatschappijen dezelfde privé-aandeelhouder hebben, waarbij de ene zustermaatschappij feitelijk beleidsbepalende invloed uitoefent in de andere beleidsafhankelijke zustermaatschappij. Aangezien de consoliderende zustermaatschappij geen kapitaalbelang heeft in de beleidsafhankelijke zustermaatschappij, bestaat deze consolidatie uit het samenvoegen van de activa, passiva, baten en lasten van beide zustermaatschappijen onder eliminatie van onderlinge vorderingen en schulden en onderlinge transacties en doorberekeningen.

Kortom, wij zien geen reden om op ons eerdere standpunt terug te komen.

**GEACCEPTEERD ANTWOORD**
Betreft 10d en STAK
11 Jan 2016
buiten verzoek

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *