1950205

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt geconcludeerd dat de deelnemingsvrijstelling niet kan worden geweigerd voor het belang in de deelneming, ondanks de toepassing van het Non Resident Irish regime. De beoordeling van de deelneming als beleggingsdeelneming is niet van toepassing.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1950205**

**memo**
Toepassing artikel 13 lid en 10 onderdeel Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Datum: 27 april 2016

**Feiten**
De groep is een onderdeel van de groep [GEANONIMISEERD]. De deelnemingsvrijstelling kan in casu niet worden geweigerd voor het belang gehouden in de lerse Ltd die gebruik maakt van het Non resident Irish regime.

**Aan**
Kennisgroep deelnemingsvrijstelling

**Vraag**
Graag vernemen wij van de Kennisgroep het antwoord op de volgende vraag:
Wordt het belang in [GEANONIMISEERD] als belegging gehouden in de zin van artikel 13 lid en 10 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna “Wet Vpb”)?
Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op het belang van [GEANONIMISEERD]. Er is dan sprake van een niet-kwalificerende beleggingsdeelneming. Immers, aan de reële heffingstoets is niet voldaan. Voorts kan aan de bezittingentoets in casu ook niet worden voldaan.

**Theoretisch kader**
Bepalend voor de vraag of een deelneming een beleggingsdeelneming is, is het oogmerk waarmee de moeder een deelneming aanhoudt. Indien een deelneming wordt aangehouden met het oog op het verkrijgen van het rendement dat bij normaal vermogensbeheer kan worden verwacht, betreft het een beleggingsdeelneming. Een deelneming wordt niet als belegging gehouden in met name de volgende situaties:
– Indien de materiële onderneming van de deelneming in het verlengde ligt van de onderneming van de moeder.
– Indien de moeder een tophoudster is die op grond van haar activiteiten op bestuurlijk, beleidsvormend en/of financieel terrein een wezenlijke functie vervult voor de bedrijfsuitoefening van de groep.
– Indien de moeder een tussenhoudster is en de moeder door een schakelfunctie een relatie legt tussen de bedrijfsmatige activiteiten van haar in directe moeder en die van haar in directe dochter.

Een deelneming kan worden aangehouden met een gemengd oogmerk. Bij de beoordeling of sprake is van een beleggingsdeelneming spelen de omvang van de activiteiten, de omvang van de bezittingen, de omvang van de bruto opbrengsten en de omvang van de winsten die aan het houden van de beleggingen respectievelijk de ondernemingsactiviteiten van de deelneming kunnen worden toegerekend een rol.

In art. 13 lid 10 Wet Vpb wordt met betrekking tot een tweetal deelnemingen verklaard dat zij steeds als beleggingsdeelneming worden aangehouden. De voor deze casus relevante fictie betreft deelnemingen waarvan de functie grotendeels bestaat uit het ter beschikking stellen van het gebruik of het gebruiksrecht van bedrijfsmiddelen aan belastingplichtige of verbonden lichamen van belastingplichtige. Om te beoordelen of hiervan sprake is, zijn de aard van de omzet, de activiteiten en de activa en de passiva van de deelneming relevant.

**Uitwerking casus**
Het regime van de niet-kwalificerende beleggingsdeelneming is erop gericht de deelnemingsvrijstelling niet toe te passen op laagbelaste inkomsten uit mobiel kapitaal. De deelnemingsvrijstelling mag met andere woorden niet leiden tot constructies via laagbelastende jurisdicties. Op basis van de ratio van de deelnemingsvrijstelling kan betoogd worden dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing zou moeten zijn op [GEANONIMISEERD].

**Conclusie**
Het probleem van de deelnemingsvrijstelling is in casu een gevolg van de acceptatie van de structuur door Ierland. Het regime van de Non Resident Irish heft slechts winstbelasting over de routinematige beloning die aan contract manufacturing wordt toegerekend en accepteert de toerekening van [GEANONIMISEERD] en de restwinst aan [GEANONIMISEERD]. Dit is uiteraard niet in overeenstemming met het PE report, maar dat gegeven lijkt voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling niet relevant. Wij zijn dan ook van mening dat de deelnemingsvrijstelling niet kan worden geweigerd voor het belang in [GEANONIMISEERD].

Graag de mening van de Kennisgroep.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *