AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de fiscale gevolgen van een kwijtschelding van een onzakelijke lening. De ruling concludeert dat de kwijtschelding niet aftrekbaar is voor de crediteur, omdat de lening onzakelijk blijft, zelfs na de overdracht van aandelen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Documenttitel: 1950201**
Van
Aan 2e MKB BLD
Datum 30-05-2016 16:12
Onderwerp Vraag aan kg DVS
Ik heb een vraag over een onzakelijke lening. Zie bijgaande casus.
Het betreft de fiscale gevolgen van een kwijtschelding van een onzakelijke lening bij de niet-gelieerde schuldenaar.
In de casus die bij kantoor [GEANONIMISEERD] is geplaatst, heeft de schuldeiser in de periode dat de schuldeiser aandeelhouder was, een kwijtschelding ten bedrage van [GEANONIMISEERD] plaatsgevonden. Deze kwijtschelding is als informeel kapitaal verwerkt bij de schuldenaar. Bij de schuldeiser heeft geen afwaardering plaatsgevonden.
Er ligt ook geen jurisprudentie over de afwaardering van de vordering bij de schuldeiser in het geval er ten tijde van de kwijtschelding geen gelieerdheid meer aanwezig is. De schuldeiser heeft een actief post financieel activum met een boekwaarde van [GEANONIMISEERD] van de balans na kwijtschelding en de opbrengst is nihil. Ik ga ervan uit dat de HR een afwaardering van [GEANONIMISEERD] toestaat. Gelet op het evenwicht in behandeling zou je moeten concluderen dat bij de schuldenaar een bate wordt geconstateerd. Het activum moet [GEANONIMISEERD]. Volgens mij is er over dit thema nog geen jurisprudentie. Wellicht ben jij op de hoogte of er in het land een procedure loopt.
Met vriendelijke groet,
—
**Antwoord aan vragensteller (mail 13-6-2016)**
Beste 2e,
Naar aanleiding van ons telefoongesprek van zojuist bericht ik je als volgt inzake de casus.
Of sprake is van een onzakelijke lening moet worden beoordeeld naar het tijdstip van aangaan van de lening (BIMB 2013/148). Voor de kwalificatie van een lening als onzakelijke lening moet in ieder geval op dat tijdstip aan een tweetal voorwaarden zijn voldaan (BNB 2012/37):
1. Een onzakelijk debiteurenrisico.
2. Gelieerdheid tussen debiteur en crediteur (zie echter hierna).
In casu is gedurende de looptijd van de lening niet meer voldaan aan de voorwaarde van gelieerdheid middels de vennootschappelijke betrekkingen omdat de aandelen in de gelieerde debiteur worden overgedragen aan derden. Het debiteurenrisico verandert niet. De vraag die dan opkomt is of een onzakelijke lening als gevolg van de beëindiging van de gelieerdheid als het ware van kleur verschiet en een zakelijke lening wordt, dus een soort sfeerovergang.
Omdat het onzakelijk debiteurenrisico is ontstaan in de gelieerde periode en niet wijzigt, is de KG van mening dat ook na de overdracht van de aandelen nog steeds sprake is van een onzakelijke lening. Het kwijtscheldingsverlies is dan niet aftrekbaar bij de crediteur; de aftrek is dus in casu ten onrechte verleend. Omdat de crediteur de aandelen in de debiteur niet meer houdt, kan van een verlies bij liquidatie ook geen sprake meer zijn (BNB 2014/98).
Naar de mening van de KG moet de vermogensvermeerdering bij de debiteur niet als kwijtscheldingswinst worden aangemerkt omdat sprake is van een onzakelijke lening. Van een kwijtscheldingswinst zou eventueel toch sprake kunnen zijn indien de commerciële belangen van [GEANONIMISEERD] een belangrijke rol hebben gespeeld bij de leningverstrekking en de kwijtschelding aandeelhoudersmotief. Dit vergt echter nader onderzoek. Het belang hiervan lijkt voor de Vpb overigens beperkt omdat bij de debiteur waarschijnlijk niks meer te halen is (dreigend faillissement).
Als je nog vragen hebt, bel of mail gerust.
Geef een reactie