1950091

AI-samenvatting

De beschikking bevestigt dat alleen de bedragen die in het jaar van aangifte zijn opgeofferd, kunnen worden opgenomen. Dit is in lijn met de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie, die de rechtszekerheid voor belastingplichtigen versterkt.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Gelastingdienst**

**Zoekresultaten Beschikking artikel 13d lid 11 Wet Vpb mutatie per jaar dvs 17002**

**Beschikking artikel 13d lid 11 Wet Vpb mutatie per jaar dvs 17002**

**Vraag**
Staat op de beschikking waarom belastingplichtige op grond van artikel 13d lid 11 Wet Vpb kan verzoeken het totale opgeofferde bedrag of de mutatie in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft?

**Antwoord**
De beschikking vermeldt alleen het in een jaar opgeofferde bedrag. Het gaat om de mutatie van het opgeofferde bedrag in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft.

**Beschouwing**
Artikel 13d lid 11 Wet Vpb tekst 2017:
“Het in een jaar ter zake van een deelneming opgeofferde bedrag wordt op een bij de aangifte gedaan verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld. Indien het opgeofferde bedrag tot een onjuist bedrag is vastgesteld kan de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien. De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van vijf jaren na de vaststelling van de beschikking.”
De tekst is duidelijk: er kan alleen voor het in een jaar opgeofferde bedrag een beschikking worden afgegeven.

**Parlementaire geschiedenis**
Ook uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de mutatie per jaar is bedoeld. Aanvankelijk leek men in de parlementaire behandeling nog van het totaal opgeofferd bedrag uit te gaan (MvT Kamerstukken II 1986-87, 19968 nr. 14), maar naar aanleiding van een amendement van Van Amelsfoort (parlementaire stukken 19968 nr. 16) werd de tekst gewijzigd.

**Toelichting op het amendement**
Dit amendement beoogt een versterking van de rechtszekerheid van het bedrijfsleven doordat het bedrijven de mogelijkheid verschaft bij liquidatie aan de hand van de verkregen beschikkingen het opgeofferde bedrag te doen blijken.

**Behandeling amendement**
“Een ander probleem vloeit voort uit het tijdsverloop tussen deelneming en liquidatie. De dag waarop een deelneming wordt geliquideerd ligt in het algemeen ver van de dag waarop zij verkregen is. Dit kan moeilijkheden opleveren bij de vaststelling van het opgeofferde bedrag. Het komt onze fractie daarom gewenst voor dat de mogelijkheid wordt geschapen om het opgeofferde bedrag op verzoek van de belastingplichtige bij beschikking te doen vaststellen bij de aanslagregeling over het jaar waarin de onderneming een deelneming verkrijgt of uitbreidt. Dat vergemakkelijkt de bewijslast en versterkt derhalve de rechtszekerheid.”

**De vraag** is in de jurisprudentie aan de orde geweest bij Hof Amsterdam. Hof Amsterdam 21 April 1999, VN 1999 36 14, besliste aanvankelijk dat een beschikking het totale opgeofferde bedrag kan bevatten. Op november 1999, VN 2000 20, komt hetzelfde Hof echter op zijn eerdere uitspraak terug en beslist dat alleen de in het jaar van aangifte opgeofferde bedragen van belang zijn.

Met de regeling van het negende lid van artikel 13d van de Wet werd beoogd een versterking van de rechtszekerheid van het bedrijfsleven doordat zij de mogelijkheid verschaft bij liquidatie aan de hand van de verkregen beschikkingen het opgeofferde bedrag te doen blijken (Tweede Kamer vergaderjaar 1989-1990, 19 968 nr. 16). Hoezeer het ook mogelijk was geweest dit doel op andere wijze te bereiken, de wetgever heeft in artikel 13, negende lid van de Wet naar de letterlijke tekst genomen voorzien in een stelsel waarin de belastingplichtige het uiteindelijk opgeofferde bedrag in de zin van artikel 13, tweede lid van de Wet kan laten blijken, mede aan de hand van beschikkingen waarbij de inspecteur heeft vastgesteld welk bedrag de belastingplichtige in enig jaar voor de deelneming heeft opgeofferd. De in onderdeel hiervoor onder vermelde vraag dient derhalve in beginsel ontkennend te worden beantwoord. Anders dan in zijn uitspraak van 21 april 1999, nr. 98 786, Vakstudie Nieuws 1999 36 14, biz 3273, ziet het Hof gelet op de standpunten dienaangaande van partijen in de onderhavige procedure thans geen aanleiding om af te wijken van de letterlijke tekst van de wettelijke regeling.

**Samenvatting**
Naar de letter van de wet is het alleen mogelijk om in de beschikking op verzoek die bedragen op te nemen die zijn opgeofferd in het jaar waarvoor bij de aangifte wordt verzocht om een beschikking. Dit wordt bevestigd in de parlementaire behandeling en in de jurisprudentie. Vanuit het oogpunt van het vergemakkelijken van de bewijslast heeft het per jaar vaststellen bovendien de voorkeur omdat je dan zo dicht mogelijk op het tijdstip van de transacties zit.

**Negatief opgeofferd bedrag**
Het opgeofferde bedrag kan ook negatief zijn (zie helpdeskvraag inzake artikel 13d lid Wet Vpb). Indien bijvoorbeeld in een jaar sprake is van een terugbetaling van kapitaal en dat is de enige mutatie, vermeldt de beschikking een negatief bedrag.

**Publicatiedatum**
23 juni 2017

**Geldigheidsperiode**
Kennisgroep: Deelnemingsvrijstelling
Categorie: 13d Liquidatieverlies

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *