AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of een liquidatieverlies kan worden genomen in verband met de liquidatie van de deelneming ILtd. De conclusie is dat een liquidatieverlies niet kan worden genomen, omdat de onderneming van de deelneming niet geheel is gestaakt.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Documenttitel: 1950026**
**15001**
**Pre advies voor de casus 67 Awr**
**behandelteam**
### 1. De feiten
Hierna UA en voor de Vpb. De FE doet aangifte in functionele valuta. De FE houdt een 100% belang in het eerder al verstrekte organogram.
NB De vraagsteller merkt ten onrechte op dat het belang in Ltd een middellijk belang vormt; dan is dat echter geen deelneming van belanghebbende en is er zelfs geen casus.
Hierna Ltd en middellijk. Zie voor een goed begrip verder.
In de aangifte VPB van UA is een liquidatieverlies verantwoord van verlies als gevolg van de liquidatie van Ltd. Dat verlies kan als volgt worden berekend. Het betreft een kapitaalstorting in Ltd. Omgerekend tegen de destijds geldende koers was dit. De gelden uit deze kapitaalstorting zijn vervolgens doorgeleend aan Ltd.
Van Ltd heeft sinds haar oprichting een winst behaald. Deze winst bestaat uit de aangegroeide rente op de uitstaande vordering op Ltd. Dit komt met name voort uit de daling van de koers van. Het liquidatieverlies volgt.
Het opofferd bedrag bedroeg. In de jaren dat Ltd heeft bestaan is een winstreserve opgebouwd van. De vordering van Ltd op Ltd ad. Na liquidatie had BV derhalve een vordering op Ltd. BV heeft deze vordering daarna als kapitaalstorting ingebracht in haar middellijke dochter.
Het behandelteam merkt aan dat daar nog een stapje aan vooraf is gegaan, namelijk een kapitaalstorting in. Zie het organogram.
### 2. De vraag welke voorligt
De vraag welke voorligt is of een liquidatieverlies genomen kan worden in verband met de liquidatie van de deelneming Ltd. Partijen hebben naar ik begrijp overeenstemming over het feit dat de vereffening van de deelneming niet is voltooid. De aangifte behoeft dus correctie.
De vraag die rijst is of er een liquidatieverlies genomen kan worden. De adviseur meent van wel, de inspecteur meent van niet. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om de vraag of met succes gesteld kan worden dat de onderneming van de geliquideerde deelneming geheel is gestaakt ofwel is voortgezet door een derde. In dat geval zou immers een liquidatieverlies genomen kunnen worden.
Van de motivering van het standpunt van de adviseur is mij nog niet erg veel bekend. Blijkens het controlerapport is de ‘motivering’ niet meer dan een rekenkundig overzicht. Ik zou er voor willen pleiten ook een juridische motivering te vragen en daarover zo nodig in gesprek te gaan.
### De wettekst Artikel 13d lid VPB
De deelnemingsvrijstelling vindt geen toepassing ten aanzien van een verlies op een deelneming dat tot uitdrukking komt nadat het lichaam waarin de belastingplichtige deelneemt is ontbonden. Het liquidatieverlies wordt eerst op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid in aanmerking genomen, mits geen recht geldt op enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven.
### Ratio van de deelnemingsvrijstelling en de liquidatieverliesregeling
De deelnemingsvrijstelling beoogt onder voorwaarden en omstandigheden economisch dubbele heffing te voorkomen en beoogt de verlengstukgedachte toe te passen. De regeling voor liquidatieverliezen beoogt alsnog een tegemoetkoming te geven aan de aandeelhouder omdat het geïnvesteerde bedrag al dan niet ten dele verloren is gegaan.
### Opmerking
De regeling bevat echter in mijn optiek diverse complicaties of imperfecties bij de uitwerking van dat gedachtegoed. Het geïnvesteerde bedrag dat voor de aandeelhouder verloren gaat behoeft qua grootheid niet overeen te komen met de omvang van de teloorgang van verliezen.
### Een stukje wetsgeschiedenis ter zake van de liquidatieverliesregeling
Het strookt met de intentie van de deelnemingsvrijstelling, namelijk rekening te houden met een economische verwevenheid van lichamen. De regeling voor liquidatieverliezen wordt eerst toegepast op het moment dat de band tussen de onderneming van het ontbonden lichaam en het concern echt is verbroken.
### Conclusie
Het liquidatieverlies kan niet in aftrek worden gebracht.
**13 januari 2015**
Geef een reactie