AI-samenvatting
Dit document behandelt de fiscale gevolgen van een earn out regeling bij de vervreemding van aandelen. De ruling concludeert dat de rentevergoeding over de earn out vergoeding niet onder de deelnemingsvrijstelling valt en dus belast is bij de verkoper.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Felten en omstandigheden (verkorte weergave)**
Belanghebbende vervreemdt haar aandelenbelang in de overeenkomst tot koop en verkoop. In artikel 67 Awr is opgenomen de uiterste betalingstermijn. Met betrekking tot boekjaar [GEANONIMISEERD] van de variabele koopprijs, artikel 7, bij een hogere winst en daarmee een bijstelling van de variabele koopprijs, zal dit deel binnen een [GEANONIMISEERD] na vaststelling worden betaald, vermeerderd met een rentevergoeding over de periode vanaf de uiterste betalingstermijn tot het moment van betaling, artikel 7.
In geschil is of de ontvangen rente over de earn-out vergoeding en anti-speculatievergoeding onder de earn-out regeling ex artikel 13 lid Wet Vpb kan worden geschaard en daarmee als voordeel uit hoofde van een deelneming ex artikel 13 lid kan worden aangemerkt.
**Earn-out regeling**
Er is sprake van de earn-out regeling van artikel 13 lid Wet Vpb als is voldaan aan twee voorwaarden. Allereerst dient het te gaan om een vervreemding of een verkrijging van een deelneming. Aangezien het een vervreemding van aandelenbelang betreft waarbij het aandelenkapitaal tevens is gestort, wordt voldaan aan het minimum vereiste van het nominaal gestorte aandelenkapitaal, artikel 13 lid sub Wet Vpb. Derhalve is er sprake van een deelneming en daarmee voldaan aan deze voorwaarde.
Ten tweede dient de verkrijging of de vervreemding plaats te hebben tegen een prijs welke geheel of ten dele bestaat uit een recht op een of meer termijnen waarvan het aantal of de omvang in het jaar van de vervreemding of de verkrijging nog niet vaststaat. Bij de tweede voorwaarde speelt de aanwezigheid van een onzekere prijs een doorslaggevende rol. De wettelijke earn-out regeling is van toepassing indien onzekerheid bestaat ten aanzien van het totale bedrag dat voor de deelneming wordt ontvangen of betaald. Dit is in artikel 13 lid Wet Vpb tot uitdrukking gebracht door de bewoordingen aantal termijnen of de omvang op te nemen, hetgeen in het jaar van de vervreemding of de verkrijging nog niet vaststaat.
Het waarderen van een winstrecht en winstrechtverplichting bij de verkoper respectievelijk koper tegen de contante waarde zal normaliter gehanteerd worden indien de betaling van een vaste variabele koopsom in de toekomst zal plaatsvinden. Oftewel, het berekenen van de huidige waarde van een bedrag dat in de toekomst wordt ontvangen. Het verschil met de nominale waarde van de nabetalingsverplichting is dan de oprentingslast. Alle wijzigingen in de omvang van de nabetalingsverplichting, ook die welke voortvloeien uit een eventuele oprenting daarvan, behoren tot voordelen uit hoofde van de deelneming en blijven bij het bepalen van de winst buiten aanmerking (HR 8 februari 2013, ECLI NL HR 2013 BZ0731).
Echter, in casu is de omvang van de earn-out vergoeding en anti-speculatievergoeding door [GEANONIMISEERD] wegens de bepaling in artikel 7 Awr een te late betaling van voormelde vergoedingen. De rentevergoeding over de alsdan verschuldigde koopsom vormt geen onderdeel van de earn-out verplichting. Deze rente valt naar mijn mening niet onder de deelnemingsvrijstelling, aangezien deze rente kwalificeert als vergoeding op de hoofdsom en niet als voordeel uit hoofde van een deelneming.
Daarentegen is de rente juist ontvangen. Het is te vergelijken met de situatie dat een deelneming wordt vervreemd en geleverd en de koopsom geheel of gedeeltelijk schuldig wordt gebleven. De vordering op koper bij de verkoper is een zelfstandig vermogensbestanddeel. De rente bij de verkoper is derhalve normaal belast en valt niet onder de deelnemingsvrijstelling en is bij de koper aftrekbaar, heeft niet te gelden als kostprijs deelneming. Dit staat volledig los van de oprenting ter compensatie van het verschil tussen de contante waarde en nominale waarde met betrekking tot een overdrachtsprijs van een deelneming, hetgeen wel aangemerkt kan worden als voordeel uit hoofde van een deelneming. Hierdoor kan naar mijn mening de oprenting niet gelijkgetrokken worden met de overeengekomen rentevergoeding bij te late betaling.
Wij hebben contact.
Met vriendelijke groet.
Geef een reactie