1949932

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt de vraag behandeld of de schadeloosstelling door de belastingplichtige het liquidatieverlies verhoogt. De kennisgroep concludeert dat, mits de lening zakelijk is, de betaling aan de zustermaatschappij geen verhoging van het liquidatieverlies met zich meebrengt.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Casus 18002 OZL liquidatieverlies zustermaatschappij**

In deze casus houdt de belastingplichtige een belang in een dochtermaatschappij. Een zustervennootschap van de belastingplichtige heeft een lening verstrekt aan de dochtermaatschappij. De betreffende dochtermaatschappij is uiteindelijk geliquideerd. Van enige afwaardering van de groepsvordering lijkt geen sprake, althans de jaarrekening van de zustervennootschap geeft hier geen blijk van. Onmiddellijk voorafgaand aan de liquidatie heeft de belastingplichtige een betaling gedaan aan de zustervennootschap om de zustervennootschap schadeloos te stellen.

Vraag aan de kennisgroep is of de schadeloosstelling door de belastingplichtige het opgeofferd bedrag en daarmee het liquidatieverlies verhoogt.

[GEANONIMISEERD]

In het memo wordt terecht onderscheid gemaakt tussen de situatie waar de lening zakelijk zou zijn en de situatie waarin de lening onzakelijk zou zijn. Het geschetste feitenpatroon laat wat de kennisgroep betreft onvoldoende zien in hoeverre de lening onzakelijk zou zijn. Bedacht dient te worden dat het in casu op de weg van belanghebbende ligt om te onderbouwen of sprake is van een onzakelijke lening. Hetgeen hiertoe wordt aangevoerd is wat de kennisgroep betreft onvoldoende.

Uitgaande van de situatie dat sprake is van een zakelijke lening, onderschrijft de kennisgroep de gedachte dat de betaling aan de zustervennootschap geen informele kapitaalstorting in de dochter behelst en dat derhalve het opgeofferde bedrag in de dochter niet wordt verhoogd. Feit is dat de vordering die de zustermaatschappij houdt gedurende de looptijd waardeloos is geworden. De betaling van de schadeloosstelling door de belastingplichtige leidt dan ook tot een bevoordeling van de zustervennootschap. Deze bevoordeling vormt veeleer een uitdeling door de belastingplichtige aan haar moeder, gevolgd door een informele kapitaalstorting in de zustervennootschap.

Indien sprake zou zijn van een onzakelijke lening, is relevant dat op basis van de jurisprudentie van de Hoge Raad de afwikkeling in de kapitaalsfeer zich eerst voordoet op het moment dat de vordering wordt kwijtgescholden dan wel dat de oninbaarheid op een andere manier wordt geformaliseerd. Beargumenteerd kan worden dat die situatie zich hier niet heeft voorgedaan, nu de belastingplichtige uiteindelijk de betaling heeft gedaan aan de zustervennootschap. Aangezien de vordering niet is kwijtgescholden, heeft de afwikkeling in de kapitaalsfeer zich niet voorgedaan. De lening is immers op dat moment nog altijd een lening.

De kennisgroep is wel van mening dat de casus sterker is ingeval de lening zakelijk is. Als hierboven aangegeven ligt het op de weg van de belastingplichtige om aan te tonen dat sprake is van een onzakelijke lening.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *