AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een vennootschap die haar aandelen in een deelneming heeft verkocht, maar deze juridisch nog niet heeft geleverd, nog een deelneming kan hebben. De conclusie is dat zonder juridische levering, de vennootschap geen deelneming meer heeft en dus ook geen recht heeft op de deelnemingsvrijstelling.
Kennisgroepstandpunt
Kern van decasus iseigenlijk hebben zowel dejuridischealsdeeconomische eigenaareen
deelneming ofalleen deeconomisch eigenaar Binnen dekennisgroep bestaat twijfel ofnogsprakeis
van eendeelneming voorde juridische eigenaar Ook inoude literatuur bestaat twijfel Indien de
juridische eigenaar toch nogeendeelneming heeft dan zalgeen resultaat meer kunnen voortkomen
uitdedeelneming noch kun jeereenopgeofferd bedragaan toerekenen Uiteindelijk wordt de
conclusie van|5i2e|en|5i2e[gedeeld
Casus
X7Awheeft een aandelenbelang van|67Awr[pdeelneming W^^tliidens dealgemene vergadering
van aandeelhouders op
V^^ber]
nominale waarde van 67Awr [afgesproken voor deaandelen Erisafgesproken dat hetbedragvan
ififA^rmiinen zalworden betaald Hiervan wordt uiteindelijkeenbedrag vani 67Awr|67Awrwordt een overeenkomst gesloten waarbij deaandelen in
worden verkocht aan wordt een koopprijs van^ Aw^an de67Awr
67Awr
betaald
Dekoper z^7Awjgaatfailliet in^7Awi Het resterende bedragvandekoopprijs j|67Awr^zalniet meer
worden betaald
Juridische leveringvan deaandelen van f7Awaan^7Aw^ijdenotaris heeft echter nimmer
plaatsgevonden
DevennootschapY57Awwordt ontbonden in57Aw
Rechtsvragen
Kan eenvennootschap diehaar aandelen ineendeelneming heeft verkocht maar deze aandelen
juridisch nog niet heeft geleverd nog eendeelneming hebben inhetgeval deeconomische
voordelen met ingang van deverkoop toekomen aan dekoper endekoper feitelijk
aandeelhoudersbesluiten heeft genomen
Kan deverkoper alsgevolg hiervan bijontbinding van dedeelneming een liquidatieverlies in
aanmerkingnemen
Antwoord
Nadeverkoop van deaandelen isXf7Aw^enkel Juridische eigenaar van deaandelen inY^7Aw^de
juridische levering bijdenotaris zou moeten volgen echter deze levering heeft nooit
plaatsgevonden Het isechter niet zodatdeverkoop uiteindelijk nooit heeft plaatsgevonden
Nahet totstand komen van deobligatoire overeenkomst komt hetgehele economische belangtoe
aan z|S7Awi| anaf ditmoment zalX’^^^eenenkel voordeel uithoofde van Y57Awmeer verkrijgen
Hetmoment vanverkoop ishetmoment datX^7Awj^en verkoopwinst verlies onder de
deelnemingsvrijstelling inaanmerking neemt Het resterende bedrag van denog teontvangen
koopprijs kwalificeert alsreguliere vordering bijX^7 Awt|
1949931 00016
Inbeginselisdejuridische eigenaar tevens defiscale eigenaar Dit isniet hetgeval indien een ander
hetgehele economische belang heeft verworven Anders gezegd deniet juridische eigenaar kan
slechts aisfiscaal eigenaar worden aangemerktj indien hem hetgehele economische belang aangaat
^7Aw|ri anincasu niet alsfiscaal eigenaarvan deaandelen worden aangemerkt ^7Aw[is onbedoeld
nog dejuridische eigenaarvan deaandelen maar hetgehele economische belangvan de
desbetreffende aandelen komtper|67Awr^oeaanZp7Awi
Nadeobligatoire overeenkomst heeft ^7Aw|dus geen deelneming meer inY^^j^en heeft dus geen
recht meer optoepassingvan dedeelnemingsvrijstelling X^7Aw[kan dus geen iiquidatieveriiesin
aanmerking nemen
Beschouwing
Devraagdiecentraal staat isofeenbelangwaarvan deaandeelhouder slechts deJuridische
eigendom bezit deeconomische eigendom berust volledig bijeen ander kan kwalificeren alseen
deelneming
Opgrondvan art 13lid2onderdeel aWetVpbisersprakevan eendeelnemingindien de
belastingplichtige voor ten minste 5 van hetnominaal gestorte kapitaal aandeelhouder isvan een
vennootschap waarvan hetkapitaal geheel often dele inaandelen isverdeeld InHR16oktober
1985 BNB 1986 118 oordeelde deHoge Raad dat
Gelet opdestrekking van dedeelnemingsvrijstelling indedeelnemingsverhouding tevoorkomen
dateenzelfde bedrijfsresultaat tweemaal indevennootschapsbelasting wordt betrokken dient de
term „aandeelhouder inartikel 13 lid6van deWet opdevennootschapsbelasting 1969 aldus te
worden verstaan datdaaronder niet slechts wordt begrepen deeigenaarvan deaandelen doch
tevens degene die totdeeigenaarvan deaandelen ineenzodanige rechtsverhouding staat dat het
gehele belang biJdeaandelen hem enniet deeigenaar toekomt
Uitditarrest lijktte kunnen worden afgeleid dat eenaandelenbelang waarvan deaandeelhouder
slechts Juridisch eigenaar ook kan kwalificeren alseendeelneming DitvoIgt uitdetoevoeging van
tevens Dedeelnemingsvrijstelling zou hierdoor vantoepassing kunnen zijn bijdeJuridische
eigenaarenbijdeeconomische eigenaar
Indesituatie dat hetgehele economische belang niet aan deJuridische eigenaar maar aan een
ander toekomt isdeJuridische eigenaar verplicht devoordelen uithoofde van dedeelneming door
tegevenaan deeconomische eigenaar DeJuridische eigenaar genlet dusgeen voordelen uithoofde
van dedeelneming meer waardoor toepassing van dedeelnemingsvrijstelling ten aanzien van de
Juridische eigenaar achterwege dient teblijvenIngevallen waar hetvolledige economische belangis
overgegaan kandeJuridische eigenaar niet alsfiscaal eigenaar van deaandelen worden aangemerkt
Indebedrijfsmiddeljurisprudentieissteun tevinden voor onsstandpunt^Indeze rechtspraak stond
devraag centraal ofeen bedrijfsmiddel was verworven ofvervreemd Uitde
bedrijfsmiddeljurisprudentie kanvolgens onsgeconcludeerd worden datdeJuridische eigenaar
tevens defiscale eigenaar istenzij een ander hetgehele economische belang bijdedesbetreffende
^Hof sGravenhage 3februari 1960 BNB 1961 47HR17oktober 1973 BNB 1974 170 Hof sGravenhage 22
december 1982 VN1984 521 HR8mei 1985 BNB 1986 75HR17april 1991 BNB 1991 181 HR25januari
1995 BNB 1995 146 HR15juni 1994 BNB 1994 264 enHR7mei 1997 BNB 1997 194
1949931 00016
activa heeft verworven Anders gezegd deniet juridische eigenaar kan slechts alsfiscaal eigenaar
worden aangemerkt indien hem hetgehele economische belang aangaat
Daarnaast zijn eraanknopingspunten om teconcluderen datdetoevoeging van tevens door de
Hoge Raad inHR16oktober 1985 BNB 1986 118waarschijnlijkeen onbedoelde toevoegingis
geweest Detoets dieAGVan Soest inzijn conclusie hanteerde voor het zijnvan aandeelhouder
voor detoepassing van dedeelnemingsvrijstelling was
aandeelhouder isdegene dieweliswaar niet eigenaarvan deaandelen ismaar totdeeigenaarvan
deaandelen Ineenzodanige rechtsverhoudingstaat dathetgehele belang bijdeaandelen hem en
niet deeigenaar toekomt
DeHoge Raad voegde daar inzijnarrest tevens aan toe Detoevoegingvan tevens door deHoge
Raad zou hetgevolg kunnenzijnvan degevoerde procedureenhetdoor belanghebbende
ingenomen standpuntIncassatie had debelanghebbende met eenberoep opHR29decernber
1954 BNB 1955 50gesteld dat voor deaanwezigheid van eendeelneming decivielrechtelijke
eigendom doorslaggevend was Ontbrak deze dan kon ook geen sprake zijn van eendeelneming In
BNB 1955 50werd eenvruchtgebruiker van aandelen detoenmalige deelnemingsvrijstelling
ontzegd omdat hijniet dejuridische eigendomvan deaandelen had verworven
Hetgebruik van tevens door deHoge Raad kanmogelijktoegerekend worden aan hetberoep van
debelanghebbende opBNB 1955 50DeHoge Raad heeft waarschijnlijk bedoeld datde
deelnemingsvrijstellinginbeginsel toekwam aan degewone eigenaar die naast dejuridische
eigendom heteconomische eigendomvan deaandelen heeft entevens aan deniet juridische
eigenaardiehetgehele economische eigendom bijdeaandelen had verworven
Indenagevoigde overweging van Hof sGravenhage inaanloop naar BNB 1986 118 wordt het
voorgaande ook bevestigd HetHofoordeelde
dat een ander oordeel dan hethierboven vermelde omtrent debetekenis van hetwoord
deelneming teweten dat van eendeelneming slechts sprake kan zijn indien een belastingplichtige
niet slechts economisch doch ookjuridische eigenaarisvan dedesbetreffende aandelen voor het
onderhavige gevalzoumedebrengen dat doel enstrekkingvan dedeelnemingsvrijstellingniet tot
hun recht zouden komen
Uitdeze overweging blijkt duidelijk detegenstelling tussen enerzijds dejuridische eigenaar met
economisch belangendeeconomisch eigenaar zonder juridischetitel Ditwas ook precies de
tegenstelling waar debelanghebbendeincassatie gunstig uitsluitsel van deHoge Raad over hoopte
teverkrijgen endiedoor deadvocaat generaal werd onderzocht Uithetvoorgaande kan
geconcludeerd worden dat voor detoepassing van dedeelnemingsvrijstelling door een ander dan de
juridische eigenaar van eenaandelenpakket alseerste devraag beantwoord moet worden wie het
fiscale eigendom van deaandelen heeft Ditmoet worden beoordeeld aan dehand van hetgehele
belang criterium waarbijerslechts een fiscale eigenaaris
Ookzijnermogelijk aanknopingspuntenindeaanmerkelijk belang jurisprudentieover devraag
wanneer geen sprake meer isvanjuridisch eigendomvoor deaandeelhoudersvraagvan art 13lid2
Wet VpbIndeze jurisprudentie stond centraal opwelk moment zich een belaste vervreemding had
voorgedaan Volgens deze jurisprudentie had devervreemding steeds plaatsgevonden bijhet sluiten
1949931 00016
van deobligatoire koopovereenkomst Hetleveringstijdstip eneventuele betaling deden niet ter
zake^
2BNB 1958 23BNB 1963 116 BNB 1967 13BNB 1960 266 enBNB 2000 261
1949931 00016
Geef een reactie