AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of artikel 10a Wet VpB een betekenisvolle stelselafwijking vormt. De ruling concludeert dat dit niet het geval is, waardoor het effectief tarief niet lager dan 10% kan zijn.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
Indian voldaan wordt aan de bezittingentoets of de reële heffingstoets is er sprake van een kwalificerende beleggingsdeelneming. Het statutair tarief in vraag is of er betekenisvolle stelselafwijkingen zijn waardoor het effectief tarief lager dan 10 zou kunnen zijn. Naar Nederlandse maatstaven zou ook de geimputeerde rente op grond van artikel 10a Wet VpB niet aftrekbaar zijn, waardoor het effectief tarief hoger is dan 10.
De vraag is dan of artikel 10a Wet VpB geen betekenisvolle stelselafwijking meer is. In de parlementaire behandeling is aangegeven dat er geen sprake is van een stelselafwijking als een belastingstelsel in plaats van het Nederlandse complexe aan renteaftrekbeperkingen andere renteaftrekbeperkingen met een andere reikwijdte of andere effecten kent, bijvoorbeeld een earningsstrippingregeling. Dit geeft aan dat Nederland inmiddels ook een earningsstrippingregeling kent. De earningsstrippingregeling is dus geen andere renteaftrekbeperking. Nederland kent daarnaast nog andere renteaftrekbeperkingen zoals artikel 10a Wet Vpb. Deze kan wel degelijk als een betekenisvolle stelselafwijking worden aangemerkt. Het effectief tarief is lager dan 10. Er is dan niet voldaan aan de reële heffingstoets. De kennisgroep kan zich verenigen met de mening dat 67 Awr hoger is dan 10. De 67 Awr heeft echter met 67 Awr Vliet. Derhalve is van mening dat artikel 10a Wet VpB in casu 1949636 00007.
Geef een reactie