1949633

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt behandeld of er sprake is van een tegemoetkoming bij de belastingheffing voor onverrekende verliezen van een deelneming. De conclusie is dat er inderdaad sprake is van een tegemoetkoming, waardoor aftrek van het liquidatieverlies niet mogelijk is.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1949633**

**Feiten en omstandigheden**
De belastingplichtige houdt direct alle aandelen in [GEANONIMISEERD]. De aandelen van de belastingplichtige worden direct gehouden door de [GEANONIMISEERD]. Op basis van moedermaatschappij mogelijk om een wereldwijde [GEANONIMISEERD] belastingrecht is het voor de belastingconsolidatie toe te passen waardoor er rekening wordt gehouden met het resultaat van de [GEANONIMISEERD] kleindochters. Hetgeen in de jaren [GEANONIMISEERD] is gebeurd voor een bedrag [GEANONIMISEERD] zijn op basis van een [GEANONIMISEERD] de resultaten van de [GEANONIMISEERD] kleindochter uitgesloten van wereldwijde [GEANONIMISEERD]. Er wordt geen gebruik gemaakt van [GEANONIMISEERD] aan regulier veries voor de jaren [GEANONIMISEERD].

**Standpunt belastingplichtige**
Vraag: Is er in casu gelet op de tekst [GEANONIMISEERD] van artikel 13d lid wet vpb 1969 en het besluit van 20 januari 2017 van de Staatssecretaris van Financiën (hierna het Besluit) sprake van enigerlei tegemoetkoming? Zo ja, kan het gedeelte van het liquidatieverlies waar geen enigerlei tegemoetkoming voor is [GEANONIMISEERD] alsnog in aftrek genomen worden?

**Beschouwing**
Op basis van Marks & Spencer II arrest is het verrekenen van de verliezen van de dochtermaatschappijen die gevestigd zijn in andere lidstaten en in de vestigingsstaat van de dochtervennootschap niet meer kunnen worden verrekend onder omstandigheden toegestaan door de moedermaatschappij. De Staatssecretaris is van mening in het besluit dat er sprake is van enigerlei tegemoetkoming als verliezen van een deelneming in het kader van een buitenlandse groupreliefregeling zijn of hadden kunnen worden overgedragen aan een ander concern lichaam. Ook dan is bij die al voor de liquidatie overgedragen verliezen namelijk sprake van een tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij de deelneming onverrekend zijn gebleven zoals in casu het geval is.

Artikel 13 lid wet vpb 1969 bepaalt:
Het liquidatieverlies wordt eerst op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid in aanmerking genomen mits:
1° geen recht geldt op enigerlei tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven anders dan op de voet van dit artikel of artikel 13e voor de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam;
2° het lichaam dat of de persoon die de onderneming geheel of gedeeltelijk voortzet of een met dat lichaam verbonden lichaam;
3° de onderneming van het ontbonden lichaam geheel is gestaakt dan wel geheel of gedeeltelijk is voortgezet uitsluitend door een ander dan de belastingplichtige of een met hem verbonden lichaam;
4° de omvang van het liquidatieverlies is gebleken en tevens blijkt dat is voldaan aan het bepaalde in de onderdelen en.

In het Besluit wordt het volgende opgemerkt:
Artikel 13d tiende lid Wet Vpb stelt als voorwaarden dat er bij de belastingheffing geen recht geldt op enigerlei tegemoetkoming ter zake van verliezen die bij het ontbonden lichaam onverrekend zijn gebleven. Naar mijn mening is sprake van enigerlei tegemoetkoming als de buitenlandse verliezen van de te liquideren deelneming in het kader van een buitenlandse groupreliefregeling zijn of hadden kunnen worden overgedragen aan een ander concern lichaam. Ook dan is bij die voor de liquidatie overgedragen verliezen namelijk sprake van een tegemoetkoming bij de belastingheffing ter zake van verliezen die bij de deelneming onverrekend zijn gebleven. Dat betekent dus dat het van toepassing kunnen zijn van een groupreliefregeling op verliezen van de deelneming tot gevolg heeft dat bij liquidatie van de deelneming aftrek van het liquidatieverlies niet mogelijk is.

**Conclusie**
Gezien het feit dat er in het verleden rekening gehouden is met de verliezen van de [GEANONIMISEERD] dochtermaatschappijen en het standpunt van de staatssecretaris, kom ik tot de conclusie dat er sprake is van enigerlei tegemoetkoming waardoor de aftrek van het liquidatieverlies in zijn geheel niet mogelijk is.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *