1926069

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt vastgesteld dat het verlies uit de liquidatie van HBV alleen in box 2 kan worden genomen. Artikel 424 Wet IB2001 staat niet in de weg voor het in aanmerking nemen van dit verlies.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Situatie**
In een houdstervennootschap genoemd BV participeren diverse managers. BV houdt via een STAK aandelen in een werkmaatschappij. Deze certificaten van aandelen in de werkmaatschappij kwalificeren voor het management als een middellijk gehouden lucratief belang.
BV wordt geliquideerd en de managers krijgen een liquidatie-uitkering in natura, uitgekeerd in de vorm van certificaten van aandelen in de lucratieve dochtervennootschap.
De liquidatie resulteert in een verlies. Gevraagd is of dit verlies in box dan wel in box in aanmerking kan worden genomen en of art. 24 Wet IB 2001 tussentijdse verliesneming verhindert.

**Beschouwing**
Verlies in box niet in box.
Ervan uitgaande dat gebruik wordt gemaakt van de doorstootregeling, wordt in de huidige structuur belast in box. In de nieuwe structuur zal sprake zijn van een onmiddellijk lucratief belang dat wordt belast in box.
Bij liquidatie van BV is sprake van een omzetting van een middellijk naar een onmiddellijk belang. In art. 95b lid Wet IB 2001 is bepaald dat vlak vóór de overgang van middellijk naar onmiddellijk het vermogensbestanddeel te boek moet worden gesteld op de WEV.
Ervan uitgaande dat dit is, is er sprake van een verlies.
Dat verlies is art. 95b lid Wet IB 2001 echter niet aftrekbaar in box omdat beoogd is om dubbele verliesneming te voorkomen. Een verlies kan slechts in de box sfeer in aanmerking worden genomen.
Deze uitwerking geldt naar onze mening zowel voor de situatie waarbij is verzocht om toepassing van de boxvariant ex artikel 95b als voor de situatie waarbij daarom niet is verzocht en onafhankelijk of na liquidatie al dan niet een AB-positie in de werk BV ontstaat, rekening houdend met de volgende uitgangspunten:
– er is sprake van een aanmerkelijk belang in BV
– er is sprake van een middellijk lucratief belang in de vorm van een indirecte aandelenparticipatie in de werkmaatschappij gehouden via BV
– liquidatie van BV resulteert in een verlies uit aanmerkelijk belang
– na liquidatie van BV resteert een onmiddellijk lucratief belang in de vorm van een directe participatie in de werkmaatschappij

Verschillende situaties zijn te onderkennen:
1. Er is gekozen voor toepassing van artikel 95b vijfde lid; lucratief belang belast in box en na liquidatie van BV is er al dan niet sprake van een aanmerkelijk belang in de werkmaatschappij.
2. Er is niet gekozen voor toepassing van artikel 95b vijfde lid; lucratief belang belast in box en na liquidatie van BV is er al dan niet sprake van een aanmerkelijk belang in de werkmaatschappij.

**Ad**
De ROW-voordelen gaan door het poortje van box. Deze voordelen bedragen op grond van artikel 95b derde en vierde lid nihil.
Door de liquidatie van BV wordt daarnaast een verlies uit aanmerkelijk belang geleden ten bedrage van de verkrijgingsprijs van de aandelen in BV. Dit verlies kan bij ontbinding van BV worden vergolden, artikel 34 lid. Op grond van artikel 95b lid wordt het lucratief belang in WerkBV te boek gesteld op de waarde in het economisch verkeer, zijnde in casu nihil. Zie voor de toepassing van art. 24 tussentijdse verliesneming hieronder.

**Ad**
De uitwerking is hetzelfde als ad, met dien verstande dat de voordelen uit ROW direct nihil bedragen op grond van artikel 95b lid.

**Tussentijdse verliesneming**
De vraag is vervolgens of in box een verlies in aanmerking kan worden genomen gelet op art. 24 Wet IB 2001 tussentijdse verliesneming.
Na de liquidatie van BV is geen sprake meer van een belang in box omdat de certificaten van aandelen in de lucratieve werkBV worden belast in box vanwege de lucratief belangregeling. Daarom zijn art. 24 lid en Wet IB 2001 niet van toepassing en is het verlies vanwege art. 24 lid Wet IB 2001 aftrekbaar in box.
Dit geldt zowel voor de situatie dat er een aanmerkelijk belang resteert in de werkmaatschappij door de werking van de rangorderegeling; artikel 14 gaat ROW voor op aanmerkelijk belang, als voor de situatie dat er geen aanmerkelijk belang resteert.
Eventuele waardestijgingen van de certificaten van aandelen in de werk BV na liquidatie zullen in box zijn belast. Vlak voor de overgang van middellijk naar onmiddellijk wordt het belang in de lucratieve werk BV te boek gesteld op de WEV in casu.

**Conclusie**
Er is sprake van een verlies uit aanmerkelijk belang. Artikel 24 IB 2001 staat hieraan niet in de weg.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *