AI-samenvatting
In deze belastinguitspraak wordt bevestigd dat de toezegging van de staatssecretaris van toepassing is, waardoor er sprake is van een kwalificerende splitsing. De uitspraak benadrukt dat de splitsing gericht is op een reële bedrijfsopvolging en dat het afgesplitste vermogen kwalificeert als ondernemingsvermogen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Casusomschrijving**
De werkmaatschappij is opgericht aan [GEANONIMISEERD] Awr of vennootschap voor luuvo genouaen idoot den de aanaeien [GEANONIMISEERD] Awr [GEANONIMISEERD] uc ddnucicn in uszs [GEANONIMISEERD] Awr zoon Da sr vader [GEANONIMISEERD] Awr Beheer. Uit het handelsregister volgt dat zoon per [GEANONIMISEERD] werkmaatschappij. Vader is op dat moment [GEANONIMISEERD] jaar oud [GEANONIMISEERD] Awr. In de holdingvennootschap van vader houdt [GEANONIMISEERD] belang in deze holdingvennootschap zit onroerend goed dat wordt gebruikt in de onderneming van de werkmaatschappij [GEANONIMISEERD] Awr.
Op [GEANONIMISEERD] verkrijgt de holdingvennootschap van vader aan de aatidel genoemde [GEANONIMISEERD] pn. Het voornemen bestaat het vermogen van de holdingvennootschap van vader af te splitsen naar een nieuw op te richten vennootschap met uitzondering van de deelneming in de werkmaatschappij en het onroerend goed dat in de onderneming van de werkmaatschappij wordt gebruikt. Vervolgens zullen de aandelen in de holdingvennootschap worden geschonken aan zoon. Men verzoekt om toepassing van de splitsingsfaciliteit van artikel 14a Wet Vpb en van de verscheidene bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.
Vraag is of de toezegging van de staatssecretaris van toepassing is en is derhalve sprake van een kwalificerende splitsing in de zin van artikel 14a Wet Vpb.
**Antwoord**
Ja, de toezegging is van toepassing en derhalve is sprake van een kwalificerende splitsing. De toezegging kent louter de restrictie dat sprake moet zijn van een reële bedrijfsopvolging. Wat een reële bedrijfsopvolging is, dient volgens de wettelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteit doorschuifregeling artikel 17a respectievelijk 17c Wet IB 2001 te worden uitgelegd.
In de parlementaire geschiedenis is in dit verband het volgende opgemerkt: Achtergrond van deze nieuwe regeling is dat de aanmerkelijkbelangclaim, vanwege het belang van de onbelemmerde voortzetting van de economische bedrijvigheid, geen bedreiging mag vormen voor reële bedrijfsopvolgingen. Nu de regeling ertoe strekt alleen reële bedrijfsopvolgingen te faciliteren, wordt als voorwaarde gesteld dat de vennootschap waarop de aandelen of winstbewijzen betrekking hebben, een onderneming dient te drijven of een medegerechtigdheid dient te houden.
Gegeven de achtergrond van de regeling dient de doorschuifregeling bij schenking te worden toegesneden op het faciliteren van echt ondernemingsvermogen. Er bestaat geen bedrijfseconomische reden om de doorschuifregeling bij schenking ook open te stellen voor beleggingen, omdat dan geen sprake kan zijn van reële bedrijfsopvolgingssituaties. De hiervoor bedoelde voorwaarde is opgenomen in het eerste lid letter van de artikelen 17a Wet IB 2001 en 17c Wet IB 2001.
Uit de casus volgt dat het vermogen dat wordt afgesplitst en vervolgens wordt overgedragen volgens deze faciliteit kwalificeert als ondernemingsvermogen. Er is derhalve sprake van een reële bedrijfsopvolging zodat de toezegging van toepassing is.
Naar aanleiding van de vragen bevestig ik dat een splitsing die enkel is gericht om in het kader van een reële bedrijfsopvolging de houdstermaatschappij via een juridische splitsing op te splitsen, om na de splitsing de aandelen in de vennootschap die het belang in de werkmaatschappij houdt, met toepassing van de doorschuiffaciliteit te kunnen schenken aan de opvolger, niet wordt aangemerkt als een splitsing die gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing in de zin van onder andere artikel 56 vierde lid van de Wet IB 2001 en in dat geval ook een aandeelhoudersmotief een fiscaal vrijgestelde splitsing niet in de weg staat.
Nota naar aanleiding van het verslag Artikel onderdeel Wetsvoorstel overige fiscale maatregelen 2010.
Geef een reactie