AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de goedkeuring van werkzaamheden verricht door een persoonlijke houdstervennootschap in het kader van een schenking. De uitspraak bevestigt dat voldaan is aan de dienstbetrekkingseis zoals beschreven in de Wet IB 2001.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Documenttitel: 1921468**
—
**Datum:** 01-01-2019 14:00
In de Kg is je vraag behandeld. Men was het met mijn antwoord eens; er wordt voldaan aan het dienstbetrekkingsvereiste. Ik hoop je hiermee voldoende te hebben ingelicht.
**Belastingen Grote Ondernemingen**
Karel de Grotelaan 5
616 CA Eindhoven
Postbus 90057
5600 PK Eindhoven
[GEANONIMISEERD]
www.belastingdienst.nl
—
**Datum:** 25-11-2018 19:14
**Onderwerp:** Hoi [GEANONIMISEERD]
De betreffende passage uit het verzamelbesluit AB waarnaar je verwijst luidt:
Goedkeuring persoonlijke houdstervennootschap. Ik keur goed dat werkzaamheden die de verkrijger door middel van zijn persoonlijke houdstervennootschap verricht voor de vennootschap waarop de te schenken aandelen betrekking hebben of voor een dochtervennootschap van die vennootschap voldoen aan de dienstbetrekkingseis van artikel 17c eerste lid onderdeel van de Wet IB 2001. Inwilliging van het verzoek brengt met zich mee dat de verkrijger ermee instemt zich niet te zullen beroepen op een onjuiste toepassing van art. 17c van de Wet IB. Het bovenstaande houdt in dat jegens de inspecteur aannemelijk gemaakt moet worden dat de verkrijger door middel van een managementovereenkomst tussen zijn persoonlijke houdstervennootschap en de dochtervennootschap van de vennootschap waarop de te schenken aandelen betrekking hebben al gedurende de 36 maanden die onmiddellijk voorafgaan aan het tijdstip van de schenking tegen een vergoeding werkzaamheden verricht voor laatstgenoemde dochtervennootschap.
Als ik je mail goed lees, wordt aan de voorwaarden gesteld in deze passage voldaan. Het criterium van artikel 17c vierde lid Wet IB 2001, het dienstbetrekkingsvereiste, eist een dienstbetrekking bij de vennootschap waarop de te schenken aandelen betrekking hebben. In het verzamelbesluit is deze eis vertaald naar PH. Het gaat dan om werkzaamheden door de PH verricht voor de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken tegen een vergoeding, gebaseerd op een managementovereenkomst tussen de PH en deze vennootschap. Hieraan lijkt te zijn voldaan. Dat de PH geen vergoeding aan haar werkneemster verstrekt, doet daar niet aan af. Overigens ga ik ervan uit dat ook sprake is van een werkgevers-werknemersrelatie tussen de PH en haar directeur. Dit zou eventueel kortgesloten kunnen worden met een specialist LB. Deze dienstbetrekking zou op basis van 12a LB leiden tot een fictief loon, ware het niet dat men, zoals je schrijft, onder de grens van lid van artikel 12a blijft.
Ik sluit dit antwoord nog even intern kort. Wordt vervolgd.
Met vriendelijke groet,
**Belastingen Grote Ondernemingen**
Karel de Grotelaan 5
616 CA Eindhoven
Postbus 90057
5600 PK Eindhoven
—
**Datum:** 23-11-2018 16:11
**Onderwerp:** Hoi [GEANONIMISEERD]
Ik wil je de volgende vraag voorleggen:
Pa wil zijn onderneming overdragen met gebruikmaking van de BOR/BOF aan zijn zoon en dochter. Zowel de zoon als de dochter hebben 100 aandelen in een eigen persoonlijke holding. Pa herstructureert zodat alle beleggingen uit de werkmaatschappij zijn overgedragen naar boven. De werkmaatschappij drijft na de herstructurering enkel nog een materiële onderneming. Voor de zoon zijn er geen problemen; hij is in dienst bij zijn eigen PH en geniet daaruit een loon van ongeveer [GEANONIMISEERD] per jaar. Via een managementovereenkomst werkt hij indirect voor de werkmaatschappij. De dochter werkt voor de werkmaatschappij, ook via een managementovereenkomst tussen de werkmaatschappij en haar PH. Echter, ze geniet een loon uit haar PH. De beloning voor de PH voor de managementwerkzaamheden bedraagt beneden de grens van € 5.000 van art. 12a lid LB. Er is dus door de PH geen loonadministratie bijgehouden, er is geen arbeidsovereenkomst opgemaakt en er is geen beloning uitbetaald aan de dochter. In de aangifte is geen melding gemaakt van een beloning van de PH noch de werkmaatschappij.
Overigens is de managementovereenkomst met de werkmaatschappij getekend. De vraag is nu hoe een passage in het Verzamelbesluit AB onderdeel moet worden gelezen. Het gaat daarbij om het onderdeel Goedkeuring persoonlijke houdstervennootschap, de tweede alinea. Daarin staat dat in de laatste zin dat iemand tegen een vergoeding werkzaamheden verricht voor laatstgenoemde dochtervennootschap. Ik lees dit zo dat de dochter-verkrijger een vergoeding moet ontvangen voor haar werkzaamheden. Zij is tenslotte degene die de aandelen in de werkmaatschappij krijgt geschonken en die vervolgens inbrengt in haar PH.
Ik zie dat 36 maanden voorafgaande aan de schenking van de aandelen werkmaatschappij [GEANONIMISEERD]. Dit is [GEANONIMISEERD] namens de PH. De gemachtigde stelt dat de PH van de dochter degene is die de vergoeding moet ontvangen. Vaststaat dat de dochter niets heeft ontvangen voor haar werkzaamheden. De PH heeft de vergoeding van [GEANONIMISEERD] in haar opgenomen; er is geen bedrag opgenomen voor salariskosten. De werknemereis is al ver algezwakt en als we met deze redenering mee moeten gaan, dan kunnen we net zo goed die eis maar helemaal schrappen.
Groet,
[GEANONIMISEERD]
—
Geef een reactie