AI-samenvatting
Belastingplichtigen die ingekeerd zijn voor buitenlands box 3 vermogen kunnen bij navorderingsaanslagen alleen betaalde lijfrentepremies aftrekken voor zover deze binnen de jaarruimte vallen, zoals gedefinieerd in artikel 3.127, eerste lid, Wet inkomstenbelasting 2001. Premies die de jaarruimte overschrijden zijn niet aftrekbaar. Aftrek op basis van de reserveringsruimte is niet mogelijk na het onherroepelijk vaststaan van de primitieve aanslag. Het alsnog in aanmerking nemen van lijfrentepremies kan enkel leiden tot een vermindering van de navorderingsaanslag, maar niet van een al vastgestelde aanslag.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Belastingplichtigen die ingekeerd zijn voor buitenlands box 3 vermogen kunnen bij navorderingsaanslagen alleen betaalde lijfrentepremies aftrekken voor zover deze binnen de jaarruimte vallen, zoals gedefinieerd in artikel 3.127, eerste lid, Wet inkomstenbelasting 2001. Premies die de jaarruimte overschrijden zijn niet aftrekbaar. Aftrek op basis van de reserveringsruimte is niet mogelijk na het onherroepelijk vaststaan van de primitieve aanslag. Het alsnog in aanmerking nemen van lijfrentepremies kan enkel leiden tot een vermindering van de navorderingsaanslag, maar niet van een al vastgestelde aanslag.
**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel
Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon
5.1.2e
(secretaris)
M 5.1.2e
[| _5.1.2e febelastingdienst.nl MEMO
Datum
2 maart 2018
Versienummer
18-206-0004
Vastgesteld door
Kennisgroep Formeel Recht
**Onderwerp**
Navorderingsaanslagen bij inkeer en mogelijkheid tot alsnog in aanmerking nemen premies voor lijfrenten
**Bijlagen**
Geen
**Casus**
Belastingplichtige heeft ingekeerd voor buitenlands box 3 vermogen. De inspecteur gaat 12 jaar navorderen. Belastingplichtige wil de in het verleden betaalde premies voor lijfrenten die destijds niet afgetrokken zijn in box 1 nu alsnog in aftrek brengen.
**Vraag**
Kan de belastingplichtige bij het opleggen van de navorderingsaanslagen alsnog de in het verleden betaalde lijfrentepremies met toepassing van de jaarruimte dan wel de reserveringsruimte voor die jaren in mindering brengen?
**Antwoord**
Betaalde lijfrentepremies die belastingplichtige is vergeten op te geven in de betreffende aangiften komen bij de vaststelling van de navorderingsaanslagen slechts alsnog voor aftrek in aanmerking voor zover ze de jaarruimte als bedoeld in artikel 3.127, eerste lid, Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) betreffen.
Indien de betaalde premies meer bedragen dan het pensioentekort (is gelijk aan de jaarruimte) van die jaren is het merendeel niet aftrekbaar. Ook aftrek met toepassing van de reserveringsruimte als bedoeld in artikel 3.127, tweede lid, Wet IB 2001 is niet meer mogelijk. De reserveringsruimte die belastingplichtige heeft opgebouwd kan slechts benut worden middels een verzoek bij aangifte. Dit verzoek kan niet meer succesvol worden gedaan nadat de (primitieve) aanslag onherroepelijk is komen vast te staan.
**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Bij navordering heeft belastingplichtige in beginsel de mogelijkheid om (alsnog) aftrekposten in aanmerking te nemen, tenzij uit de betreffende belastingwet volgt dat aftrek niet meer mogelijk is.
Met betrekking tot de onderhavige aftrekpost, vergeten premies voor lijfrenten met gebruikmaking van de jaarruimte en reserveringsruimte, kan het volgende worden opgemerkt.
In artikel 3.127, Wet IB 2001 is het volgende bepaald:
Lid 1 (jaarruimte):
“Indien de belastingplichtige bij de aanvang van het kalenderjaar nog niet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt kan hij, vanwege een pensioentekort in het voorafgaande kalenderjaar, premies voor lijfrenten als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking nemen tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste 13,3% van de premiegrondslag, waarbij op de uitkomst van deze berekening nog in aftrek komt de volgens het vierde lid bepaalde verminderingen in verband met de opbouw van pensioenaanspraken en dotaties aan de oudedagsreserve.”
Lid 2 (reserveringsruimte):
“Indien de belastingplichtige in de aan het kalenderjaar voorafgaande periode van zeven jaar minder premies voor lijfrenten in aanmerking heeft genomen dan mogelijk was op grond van het eerste lid kan hij, op bij zijn aangifte gedaan verzoek, het niet aangewende bedrag, voorzover dit niet in een eerder jaar op grond van dit lid in aanmerking is genomen, te beginnen met het in het oudste jaar niet aangewende bedrag, in het kalenderjaar alsnog in aanmerking nemen. Het alsnog in aanmerking te nemen bedrag bedraagt ten hoogste 17% van de premiegrondslag, met een maximum van € 7.167. (…)”
In het artikel 3.127, eerste lid, Wet IB 2001 staan geen beperkingen opgenomen die aftrek van betaalde premies op een (veel) later tijdstip uitsluiten. Aldus kan belastingplichtige van de 12 voorgaande jaren alsnog de lijfrentepremies in aftrek brengen voor zover er jaarruimte aanwezig is. Het bedrag aan betaalde lijfrentepremies dat de jaarruimte overtreft komt niet voor aftrek in aanmerking.
Voor een eventueel gebruik van de reserveringsruimte geldt dat belastingplichtige bij zijn aangiften had moeten verzoeken om de betaalde premies lijfrente in aanmerking te nemen.
Bij keuzes of verzoeken die gemaakt moeten worden ‘bij de aangifte’ geldt als algemeen uitgangspunt dat tot aan het moment dat de aanslag onherroepelijk vaststaat, belastingplichtigen op hun keuze kunnen terugkomen c.q. alsnog een verzoek kunnen indienen. Verwezen wordt naar de parlementaire geschiedenis bij artikel 1.3, vierde lid, van de Wet IB 2001.
Zie Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 18, blz. 25:
“Bij keuzes die gemaakt worden bij de aangifte geldt als algemeen uitgangspunt dat tot aan het moment dat de aanslag onherroepelijk vaststaat, belastingplichtigen op hun keuze kunnen terugkomen.”
In dit verband kan ook worden verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 15 juni 1966, nr. 15.591, BNB 1966/212 waarin de Hoge Raad overwoog dat bij bestrijding van een navorderingsaanslag de belastingplichtige niet kan terugkomen van een op zich zelf toelaatbare keuze tussen het al dan niet tot bedrijfsvermogen rekenen van een vermogensbestanddeel.
Nadat de (primitieve) aanslag onherroepelijk is komen vast te staan kunnen met toepassing van de reserveringsruimte derhalve geen premies voor lijfrenten alsnog in aftrek worden gebracht. Deze premies kunnen bij het vaststellen van de navorderingsaanslagen dus niet alsnog in aanmerking worden genomen.
Overigens kan nog worden opgemerkt dat het alsnog in aanmerking nemen van premies voor lijfrenten met toepassing van de jaarruimte slechts een vermindering van de navorderingsaanslag tot gevolg kan hebben. De alsnog in aanmerking genomen premies lijfrente kunnen niet leiden tot een vermindering van de onherroepelijk vaststaande aanslag.
Geef een reactie