AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de kwestie van dwaling bij schenkingen en hoe partijen hiermee om moeten gaan. De ruling benadrukt dat de bewijslast bij de partij ligt die zich op dwaling beroept en dat fiscale gevolgen van schenkingen zorgvuldig moeten worden overwogen.
Kennisgroepstandpunt
Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Doorkiesnummer
Datum
28 juni 2018
Postbus 18500
3501 CM Utrecht
Behandelaar
5.1.2e
Uw kenmerk
Kenmerk
KGSW18.0005
Betreft
Successiewet. Dwaling en schenking
Geachte mevrouw/heer,
Recent hebt u een vraag gesteld aan de kennisgroep Successiewet. Ik bericht u daarop als volgt.
**Vraag**
Hoe om te gaan met beroepen op dwaling waarbij schenkingen in onderling overleg tussen partijen worden vernietigd, omdat het fiscale gevolg anders is dan ze dachten (lees: belast terwijl men dacht dat het onbelast zou zijn). Dit speelt concreet bij beroepen op de eenmalige verhoogde vrijstelling inzake de eigen woning, maar kan ook bij andere schenkingskwesties spelen.
**Antwoord**
Dwaling is in relatie tot schenking niet zo’n eenvoudig leerstuk. De volgende uitgangspunten gelden.
– Dwaling omtrent het recht is mogelijk (bijvoorbeeld: wel of niet belast met schenkbelasting)
– De bewijslast ligt bij degene(n) die een beroep op dwaling doen, de fiscus is bewijsrechtelijk derde (PW 12131).
– Bij wederzijdse dwaling hoeft maar 1 partij een beroep op dwaling te doen.
– De fiscus mag zich niet beroepen op art. 6:228, tweede lid, dat de dwaling voor risico van de dwalende blijft (zie HR in BNB 2002/313)
**Toelichting**
Te simpel is de afwijzing van een beroep op dwaling op grond van de gecombineerde redenering: 1) schenker kan niet dwalen omdat hij de belasting niet hoeft te dragen (tenzij vrij van recht); 2) begiftigde kan niet dwalen want je vernietigt nooit een rechtshandeling waar je financieel op vooruitgaat (zij het wat minder dan gedacht).
Het blijkt namelijk dat het feit dat de schenking onbelast kan plaatsvinden, vaak de aanjager van de transactie is. Dat is ook de verklaring van de hausse aan 100.000 schenkingen in 2013/14. Als in dat tijdvak die vrijstelling niet had bestaan, hadden heel veel van die schenkingen nooit plaatsgevonden. Niet omdat de begiftigde de gift niet had willen krijgen, maar omdat de schenker nooit tot de gift was overgegaan.
**Bezoekadres**
In uw antwoord datum en kenmerk van deze brief vermelden
Orteliuslaan 1000
Utrecht – Papendorp
—
Kenmerk 2
Het is voldoende dat de schenker wegens dwaling kan vernietigen, ook als de begiftigde niet kan vernietigen omdat beide partijen weliswaar van een onjuiste voorstelling uitgingen, maar bij een juiste voorstelling van zaken de begiftigde toch zou hebben gecontracteerd (het netto-voordeel zou alleen wat lager hebben uitgevallen).
Gronden voor dwaling. Partijen zijn aan zet. Men moet een reële grond voor de vernietiging wegens dwaling hebben (zie r.o. 3.5 in BNB 2002/313). Onvoldoende is dat ze ‘dachten’ dat het onbelast kon. Immers als de hoogte c.q. vrijstelling van schenkbelasting zo cruciaal was voor het doorgaan van de gift, dan had het voor de hand gelegen dat men zich goed had laten voorlichten. Een advies van een professional dus. Dat is geen absoluut vereiste, maar zonder professioneel advies moeten fiscale leken wel heel goed aannemelijk maken 1) waarom men dacht dat de gift vrijgesteld was / belast tegen een lager bedrag, 2) waarom dat zo essentieel was dat schenker anders niet had willen schenken en/of begiftigde anders niet had willen ontvangen, en 3) hoe het kan dat als dat zo essentieel was er toch geen fiscaal deskundige is ingeschakeld.
Hoogachtend,
Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
namens deze,
Waarde medeleden.
Geef een reactie