AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de gevolgen van de inkoop van aandelen voor de bezitstermijn van aandeelhouders. Het besluit bevestigt dat een inkoop leidt tot een nieuwe bezitstermijn voor de aandeelhouders wiens gerechtigdheid toeneemt.
Kennisgroepstandpunt
1891203
Belastingdienst
Kennisgroep Successiewet
Telefoonnummer: 512e
Postbus 10014
8000 GA Zwolle
Datum: 18 december 2020
Behandelaar
Per email: 51.2e
Uw kenmerk
Kenmerk: KGSW 17.0016
Betreft: Successiewet. BOR. Bezitstermijn bij inkoop aandelen waardoor gerechtigheid verschuift
Geachte mevrouw/heer,
In reactie op uw vraag ontvangt u hierbij het antwoord namens de kennisgroep Successiewet.
**Vraag:**
Leidt inkoop en intrekking van gewone aandelen bij één of enkele aandeelhouders tot een nieuwe bezitstermijn voor de aandeelhouders van wie de gerechtigdheid door de inkoop verhoudingsgewijs toeneemt?
**Antwoord:**
Ja. Door inkoop van aandelen bij de ene aandeelhouder stijgt relatief gezien het belang van de andere aandeelhouders (“relatieve aanwas”) tot de onderneming. Voor die stijging vangt een nieuwe bezitstermijn aan. Omdat aandelen een nummer hebben, betekent dit dat elk aandeel besmet wordt door de relatieve aanwas. Dit betekent dat strikt genomen de BOR op geen enkel aandeel kan worden toegepast. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de bezitstermijn mede een anti-misbruik karakter heeft en materieel moet worden ingevuld, zie TK 2008/09, 31930, nr 9, p. 102 — 103. Een redelijke wetsuitleg brengt daarom met zich mee dat indien kort na de inkoop er aandelen geschonken worden of vererven, toch een deel mét toepassing van de BOR kan worden verkregen. Namelijk, dat deel van de totale aandelen dat relatief gezien wel 5 jaar in bezit is geweest.
**Toelichting:**
Ter toelichting een voorbeeld.
BV X heeft 1000 aandelen. Vijf personen (A t/m E) zijn ieder voor 20% aandeelhouder van een BV. De BV koopt alle aandelen in bij persoon A. De aandeelhouders B, C, D en E houden ieder hun 200 aandelen, die nu echter een belang van 25% in BV X vertegenwoordigen. De relatieve aanwas per aandeelhouder is 5%. Kort daarna schenkt B al zijn aandelen aan zijn kind Z. De 200 aandelen die Z verkrijgt, heeft B al langer dan 5 jaar in bezit. Toch wordt niet volledig voldaan aan de bezitseis omdat B’s subjectieve gerechtigdheid in de bezitsperiode is uitgebreid. B voldoet voor 20/25 x 200 = 160 aandelen aan de bezitseis. Schenkt B meer aandelen, dan geldt daarvoor de BOR niet.
**Bezoekadres**
In uw antwoord datum en kenmerk van deze brief vermelden
Van Wevelinkhovenstraat 1
Zwolle
Niet relevant is dat de toegerekende waarde van de onderneming door deze inkoop van aandelen gelijk blijft. Het gaat om de procentuele gerechtigdheid tot de winsten van de onderneming.
**Inkoop preferente aandelen:**
Inkoop van kwalificerende preferente aandelen leidt eveneens tot een relatieve aanwas als niet bij alle aandeelhouders evenveel aandelen worden ingekocht. Als de ingekochte preferente aandelen echter niet voldoen aan de vereisten van artikel 35c, vierde lid SW (inkoop van ‘foute prefs), dan speelt een en ander niet. Over foute prefs vindt geen toerekening plaats, zodat er door de inkoop ook geen verschuiving van gerechtigdheid tot ondernemingsvermogen plaatsvindt.
Hoogachtend,
namens Belastingdienst/Kennisgroep Successiewet
Geef een reactie