1856301

AI-samenvatting

In deze belastinguitspraak wordt besproken of een splitsing die enkel gericht is op het verkrijgen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit als een zakelijke splitsing kan worden aangemerkt. Het antwoord is negatief, aangezien de splitsing niet wordt ingegeven door zakelijke overwegingen, maar enkel om belastingheffing te ontwijken.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

**Documenttitel: 1856301**

**Afsplitsing die enkel gericht is op verkrijgen faciliteit bedrijfsopvolging**

**Vraag**
Vader houdt alle aandelen in Beheer Holding die op haar beurt alle aandelen houdt in drie werkmaatschappijen BV en BY Beheer Holding en de werkmaatschappijen vormen een fiscale eenheid. Vader wil de aandelen in BV te schenken aan zijn kinderen onder de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Voorafgaand aan de schenking zal Beheer Holding de aandelen in BV via een juridische afsplitsing onderbrengen in een nieuw op te richten vennootschap newco BV. Het belang in BV blijft achter bij Beheer Holding. Vader schenkt de aandelen in newco BV aan zijn kind. Kan een splitsing die enkel gericht is op het verkrijgen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit om die reden worden gezien als een splitsing die plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen?

**Antwoord**
De splitsing is niet ingegeven door zakelijke overwegingen. De wens om te komen tot een structuur die een schenking ex art 17c Wet IB 2001 mogelijk maakt is immers de echte reden voor de splitsing. Echter, gezien het feit dat er in casu geen ander doel wordt nagestreefd, bijvoorbeeld uitkoop of iets dergelijks, dan enkel het verkrijgen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit, wordt deze aftplitsing op grond van de hierna aan te halen parlementaire geschiedenis geacht niet te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Derhalve wordt deze afsplitsing voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting gefacilieerd.

**Toelichting**
Bij afwezigheid van zakelijke overwegingen treedt het bewijsvermoeden van artikel 14a lid Wet Vpb in en verschuift de bewijslast naar de belastingplichtige. Tegenbewijs kan door belastingplichtige worden geleverd. Met de afsplitsing wordt bereikt dat direct gehouden aandelen kunnen worden geschonken. Dit houdt verband met het feit dat de doorschuiffaciliteiten slechts zien op het doorschuiven van direct gehouden aandelen. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat men niet aan dit principe heeft willen tornen.

In de parlementaire geschiedenis is vervolgens stilgestaan hoe om te gaan met het schenken van indirect gehouden aandelen. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2010 is onder meer het volgende opgemerkt: "Overigens is de doorschuifregeling bij de overdracht tijdens het leven van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen niet toepasbaar ingeval van het schenken van indirect gehouden tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen. Ingeval niet de dga zelf maar zijn houdstermaatschappij aandelen voor een lagere prijs dan de waarde in het economische verkeer overdraagt, wordt bij de dga een dividenduitdeling geconstateerd. Dit is een regulier voordeel dat niet onder de doorschuifregeling valt, nu die regeling zich richt op vervreemdingsvoordelen."

Wel kan voor de IB-heffing die samenhangt met de dividenduitdeling op grond van artikel 25 elfde lid van de Invorderingswet 1990 uitstel van betaling worden verkregen. In het kader van een reële bedrijfsopvolging kan in plaats van een beroep op de vorengenoemde betalingsfaciliteit er ook voor worden gekozen om de houdstermaatschappij via een juridische splitsing op te splitsen in twee vennootschappen: een vennootschap met de aandelen in de werkmaatschappij en een vennootschap met het overige beleggingsvermogen. Vervolgens kunnen de aandelen in de vennootschap die het belang in de werkmaatschappij houdt met toepassing van de doorschuifregeling worden geschonken aan de opvolger.

**Tweede kamer vergaderjaar 2009-2010 32 129 nr biz 47**
Artikel onderdeel artikelen 17a, 17b en 17c van de Wet inkomstenbelasting 2001. Parlementaire behandeling Overige fiscale maatregelen 2010. "De leden van de fractie van het CDA vragen of het kabinet kan bevestigen dat de splitsingsfaciliteit in de inkomsten- en vennootschapsbelasting niet zal afstuiten op het feit dat afsplitsing gevolgd door schenking van de aanmerkelijkbelang aandelen een bedrijfsvreemd motief is en daarmee een aandeelhoudersmotief dat normaal gesproken aan de splitsingsfaciliteit in de weg staat."

Ook de NOB redactie Vakstudienieuws en het RB vragen om een nadere toelichting en of kan worden bevestigd dat de juridische splitsing in deze gevallen niet gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Zoals in de toelichting bij artikel 17c van de Wet IB 2001 is opgemerkt, kan in het kader van een reële bedrijfsopvolging de houdstermaatschappij via een juridische splitsing worden opgesplitst in twee vennootschappen: een vennootschap met de aandelen in de werkmaatschappij en een vennootschap met het overige beleggingsvermogen. Juridisch zuivere splitsing. Vervolgens kunnen de aandelen in de vennootschap die het belang in de werkmaatschappij houdt met toepassing van de doorschuifregeling worden geschonken aan de opvolger.

Om de splitsing fiscaal vrijgesteld te mogen uitvoeren, is onder andere vereist dat de splitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing (zie onder andere artikel 56 vierde lid van de Wet IB 2001). Voorts dient geen sprake te zijn van een aandeelhoudersmotief zoals door de leden is opgemerkt. Naar aanleiding van de vragen bevestig ik dat een splitsing die enkel gericht is om in het kader van een reële bedrijfsopvolging de houdstermaatschappij via een juridische splitsing op te splitsen, om na de splitsing de aandelen in de vennootschap die het belang in de werkmaatschappij houdt met toepassing van de doorschuifregeling te kunnen schenken aan de opvolger, niet wordt aangemerkt als een splitsing die gericht is op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing in de zin van onder andere artikel 56 vierde lid van de Wet IB 2001 en in dat geval ook een aandeelhoudersmotief een fiscaal vrijgestelde splitsing niet in de weg staat.

**Kamerstukken II 2009-10 32 129 nr 64 65 NV**
Het woord ‘enkel’ is bewust in de parlementaire geschiedenis opgenomen. Er werd namelijk gevreesd voor een inbreuk op het beleid ten aanzien van de toepassing van de ontgaanstoets. Het zou een wel heel verkeerd precedent scheppen in uitkoopsituaties. Wat wij dus moeten blijven toetsen is of de splitsing enkel is gericht op het tot stand brengen van een figuur die toegang verschaft tot artikel 17c Wet IB 2001 of tevens andere redenen heeft. Indien er andere redenen aanwezig zijn, dan moet getoetst worden of deze als ongeoorloofd uitstel zijn te bestempelen. Is dat het geval, dan kan de faciliteit alsnog geweigerd worden.

**Registratienummer** kl 032 0028 herzien maart 2018
Het voorgaande antwoord is met de grootst mogelijke zorg samengesteld, maar het kan voorkomen dat een antwoord onjuist of niet meer actueel is. Mocht daar volgens jou sprake van zijn, neem dan contact op met de secretaris van de kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheden.

**Publicatiedatum** 02-04-2020
**Geldigheidsperiode**
**Kennisgroep** Fusies en Fiscale Eenheid
**Categorie** Ontgaanstoets
**Rubriek** Niet van toepassing
**Subrubriek** Niet van toepassing
**Gerelateerde wet en regelgeving**
https://belastingnet.belastingdienst.nl/data/cms/kgr/html/Live/Fusies_en_Fiscale_Eenheid_afsplitsing_die_enkel_gericht_is_op_verkrijgen_faciliteit/1856301/00149

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *