AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er ruimte is om de regels omtrent de uitsluiting van verlengstukwinst bij het aangaan van een fiscale eenheid soepel toe te passen. De ruling concludeert dat er geen reden is om hiervan af te wijken, wat betekent dat de uitsluiting van verlengstukwinst blijft gelden.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
Antwoord kennisgroep Fusies en Fiscale Eenheid
Nummer vraag 210320019
Datum 29 november 2021
Onderwerp Uitsluiting verlengstukwinst bij aangaan FE
**Verkorte omschrijving vraag**
Heeft een hardheidsclausule verzoek in behandeling ten aanzien van de innovatiebox. Het hardheidsclausule verzoek kent enige samenhang met het gebruik van de fiscale eenheid. Heeft daarom de vraag voorgelegd of de KG FFE ruimte ziet om de regels van de fiscale eenheid en uitsluiting van de verlengstukwinst op grond van art 15ac lid Wet Vpb soepel toe te passen. In de voorgelegde structuur is sprake van een coöperatie met enkele duizenden leden. Coop houdt op haar beurt alle aandelen in Holding BV, welke op haar beurt de aandelen houdt in een drietal actieve werkmaatschappijen. Holding BV en de drie werkmaatschappijen zijn gevoegd in een fiscale eenheid waarbij Holding BV fungeert als moedermaatschappij. Coop is niet gevoegd in de fiscale eenheid omdat zij op grond van art 15ac derde lid Wet Vpb de toepassing van de verlengstukwinstgedachte zou verliezen. De verlengstukwinst is opgenomen in art eerste lid onderdeel Wet Vpb. De werkmaatschappijen verrichten activiteiten waarvoor zij gebruik maken van de innovatiebox. Bepaalde diensten worden echter uitbesteed aan Coop, welke ook over een afdeling beschikt. De uitgaven die de afdelingen van de werkmaatschappijen doen aan de afdeling van de Coop zijn geen kwalificerende uitgaven, met als gevolg dat minder voordelen aan de innovatiebox worden toegerekend. Reden voor het niet meerekenen van de uitgaven als kwalificerende uitgaven is dat ze worden betaald aan een verbonden lichaam, zie daartoe art 12bb vijfde lid Wet Vpb. Mocht de Coop wel onderdeel uitmaken van de fiscale eenheid, dan had de hiervoor genoemde beperking niet gegolden.
**Antwoord**
Nee, de KG ziet geen reden om soepel om te gaan met de uitsluiting van de verlengstukwinst bij het aangaan van een fiscale eenheid.
**Onderbouwing**
Op grond van art 15 lid onderdeel Wet Vpb kan een coöperatie als moedermaatschappij fungeren van een fiscale eenheid. Zonder nadere regels is het mogelijk dat de winsten van de dochtermaatschappijen tot de aftrekbare verlengstukwinst van de moedermaatschappij, de coöperatie, gaan behoren. Dat zou tot gevolg hebben dat over de winst van de dochtermaatschappij geen Vpb wordt geheven. Dit vond men ongewenst en daarom is in art 15ac derde lid Wet Vpb bepaald dat de verlengstukwinst van art eerste lid onderdeel Wet Vpb niet van toepassing is indien een coöperatie als moedermaatschappij fungeert. Dit is een bestendiging van de eerder ingezette lijn door de wetgever. Het artikel geldt alleen tijdens het bestaan van de fiscale eenheid. In art 28 van het BFE is nog een regeling opgenomen als de aftrek van verlengstukwinst weer herleeft, maar dat is voor deze casus niet relevant.
De uitsluiting van de verlengstukwinst bij het aangaan van de fiscale eenheid werkt grof uit; in zijn geheel geen aftrek van verlengstukwinst en is in de literatuur bekritiseerd. De KG ziet echter geen reden om art 15ac derde lid Wet Vpb soepel toe te passen. De tekst van de wet is in dit geval duidelijk en het aangaan van een fiscale eenheid kent voor- en nadelen. De werking van art 15ac derde lid Wet Vpb kan worden gezien als een nadeel. Het is derhalve aan de groep om af te wegen of het nadeel van art 15ac derde lid Wet Vpb opweegt tegen de overige voordelen die het oplevert. In casu bijvoorbeeld de betalingen die kwalificerende uitgaven voor toepassing van de innovatiebox zijn.
Zie MvT Kamerstukken II 1999 2000 26 854 nr 38.
Zie MvT Kamerstukken II 1985 86 19 526 nr.
Zie voor kritiek op de uitsluiting van art lid onderdeel Wet VPB 1969 onder het oude fiscale eenheidsrecht van der Geld.
Uitbreiding fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting FED 1986 1147.
Schools Voorstel tot uitbreiding van het fiscale eenheidsregime art 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 7WS 1986 176, alsmede Th Prijn, Coöperatieve vereniging en fiscale eenheid, Stichting Vereniging 1988 72 74.
Zie ook Zevenhulzen, Wetsvoorstel 19 526, uitbreiding regeling fiscale eenheid vennootschapsbelasting WFR 1987 896 896 905.
**VERTROUWELIJK**
Geef een reactie