AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een verzoeksvereiste voor fiscale integratieregelingen kan worden gesteld. Het HvJ EU heeft bevestigd dat een dergelijk vereiste mogelijk is, maar het huidige beleid dat geen verzoek nodig is, maakt het stellen van een verzoek voor het verleden problematisch. Voor toekomstige gevallen kan een verzoeksvereiste worden ingevoerd.
Kennisgroepstandpunt
Vraag
Geeft het arrest C749 18van het HvJEU voor zover deze uitspraak het
verzoek tottoepassing van een fiscale integratieregeling betreft
aanleiding totaanpassing van hetgroeidocument navGroupe Steria
Hetgroeidocument
De huidige tekst van het groeidocument bepaalt over het
verzoeksvereiste
Driemaandentermijn enverzoek nee
Het isdaarbij niet van belang dat ingeval vanzogenoemde papillon
en zustersituaties geen boekjaareis enonderworpenheidseis geldt
ten aanzien van een ineen andere lidstaat gevestigd lichaam In
die gevallen worden de buitenlandse lichamen niet gevoegd
terwiji bij de perelementbenadering sprake is van een
hypothetische voeging
En
18Vraag verzoek nodig voor toepassen van deper element
benadering
Isereen verzoek van debelastingplichtige nodig ofmoet kan de
inspecteur de per element benadering op eigen initiatief
toepassen
18Standpunt
Debelastingplichtige mag per element kiezen ofereen beroep op
de per element benadering wordt gedaan De belastingplichtige
kan daarbij zelf bepalen welke vennootschappen hypothetisch
gevoegd worden en voor welke regeling dat het geval is
bijvoorbeeld artikel 10a Wet Vpb Deinspecteur beoordeelt dat
verzoek
Deinspecteur past de per element benadering dus niet opeigen
initiatief toe
Nederlandse jurisprudentie
Rechtbank Den Haag 26april 2018 ECLI NLRBDHA 2018 8987 ro35
Dat eiseres feitelijk niet tijdig heeft verzocht om haar en
[vennootschap 2]als een fiscale eenheid aan temerken gelet op
artikel 15negendelidvan deWet staat erniet aan indeweg dat
de hiervoor vermelde verkrijgingsprijs uit derekenregel wordt
gehaald Uit het arrest XBVvoIgt niet dat tijdige aanvraag een
vereiste isom een geslaagd beroep tekunnen doen opdeartikelen
49 en54VWEU enzulks kan eiseres gelet opoverweging 125 van
het arrest Hof van Justitie 13 maart 2007 C524 04 Test
Claimants ook niet worden tegengeworpen Bovendien zou dat
verzoek worden afgewezen gelet ophet arrest XHolding zaak C
337 08 van het Hof van Justitie
Analyse
Inde nationale context zijn bij kortgezegd concerns twee soorten
behandeling mogelijk
aheffing bijelk van dievennootschappen afzonderlijk
bheffing alsof ereen belastingplichtige isart 15
1856248 00214
Behandeling b endedaaraan verbonden voordelen gelden pas nadat
daarom verzocht is en niet eerder dan drie maanden v66r het tijdstip
waarop het verzoek isgedaan art 15 lid9
Unierechtelijke obstakels voor het stellen van een verzoekvereiste
Inhet arrest C749 18 heeft het HvJ EUdevraag beantwoord of het
Unierecht aldus moeten worden uitgelegd dat zijzich verzetten tegen een
wettelijke regeling van een lidstaat inzake een fiscale integratieregeling
volgens welke elk verzoek om voor een dergelijke regeling inaanmerking
tekomen voor het einde van het eerste aanslagjaar waarvoor om
toepassing van die regeling wordt verzocht bijdebevoegde autoriteit
moet worden ingediendro55
Net zoals deverwijzende rechter indeLuxemburgse zaak uiteenzette ro
56 zou van een voorafgaand verzoek om toepassing van deper element
behandeling kunnen worden gezegd dat zo nverzoek tot doel [zou
hebben] dat deerkenning door het bevoegde belastingkantoor van de
toepassing van de [per element behandeling] op de inhet verzoek
omschreven vennootschapsgroep kan worden vastgesteld op een nuttig
tijdstip^voordat alle betrokken vennootschappen hun
vennootschapsrekeningen voor het eerste jaar van toepassing van de[per
element behandeling] en hun daarop betrekking hebbende
belastingaangiften opstellen
Devraag ofoverschrijding van determijn voor indiening van het verzoek
kan worden tegengeworpen onderzoekt het HvJ zie ro 63
onderstreping toegevoegd rekening houdend naar analogie met de
beginselen van qeliikwaardiqheid endoeltreffendheid die van toepassing
zijn opverzoeken diebeogen deuitoefening teverzekeren van een recht
dat een particulier aan het Unierecht ontleent enopvorderingenin
rechte die ertoe strekken debescherming van dat recht tewaarborgen
In ro64stapt het HvJ EU indeLuxemburse casus vrijgemakkelijk been
over het beginsel van gelijkwaardigheid Ikzie geen argumenten om dat
niet ook bijdevergelijking tussen deFEendeper element behandeling te
doen
Het doeltreffendheidsbeginsel vereist met name dat de
belastingautoriteiten deuitoefening van dedoor derechtsorde van de
Unie verleende rechten indepraktijk niet onmogelijk ofuiterst moeilijk
maken ro65 waarbij met name debescherming van derechten van
verdediging het rechtszekerheidsbeginsel en het goede verloop van de
procedure inoverweging [dienen] teworden genomen
Indiening van een verzoek om per element behandeling brengt geen
grote financiele enjuridische risico s ro71 mee zodatvan zonverzoek
m iniet kan worden gezegd dat het totbuitensporige moeilijkheden zou
leiden ofredelijkerwijs niet kan worden verlangdinde zin van de in
punt 69 van hetonderhavige arrest inherinnering gebrachte rechtspraak
vanhet Hof
Het Unierecht verzet zich er slechts tegen dat een nationale autoriteit
zich erop beroept dat een redelijke verjaringstermijnisverstreken
^Dat nut zou bijvoorbeeld ook kunnen zitten inovereenkomstige toepassingvan art 39
Invorderingswet opgrond waarvan vennootschappen die een fiscale eenheld vormen
hoofdelijk aansprakelijk zijnvoor devennootschapsbelasting
1856248 00214
wanneer een persoon door hetgedrag van derationale autoriteiten in
combinatie met het bestaan van een vervaltermijn totaal demogelijkheid
wordt ontnomen om zijn rechten krachtens het Unierecht voor de
rationale rechter tedoen gelden zooverweegt het HvJ EU in ro68 Dat
gedrag van derationale autoriteiten isinons geval belangrijk omdat ons
beleid tot nu toe steeds was dat een verzoek niet nodig was Door ons
beleid gedrag zal voor belastingplichtigen het beeld zijn ontstaan dat
een verzoek niet nodig was Belastingplichtigen kunnen ernu niets meer
aan veranderen dat zij inhet verleden conform ons beleid geen
verzoek hebben gedaan Wanneer wij nu ineens 66k voor het verleden
zouden gaan eisen dat ereen verzoek isgedaan ontnemen wij totaal de
mogelijkheid om de uit het Unierecht voortvioeiende per element
behandeling tekrijgen want een tijdig verzoek isinmiddels totaal
onmogelijk Voor detoekomst kan ons gedrag gewijzigd worden We
zouden dan naar buiten toe moeten communiceren dat we een verzoek
voor toekomstige beroepen opdeper element benadering welverlangen
Uit het feit dat het HvJ EU inhet arrest XBV C398 16 niet heeft
overwogen dat aan het verzoeksvereiste moet zijn voldaan voor een
geslaagd beroep op de PEB kan niet worden afgeleid dat een
verzoeksvereiste niet gesteld kan worden InC398 16 ishetargument
van het verzoeksvereiste simpelweg niet aangevoerd Dat isde meest
voor dehand liggende reden dat het HvJ EU zich daarover niet heeft
uitgelaten
Het ontbreken van een nationaalrechtelijke basis voor een verzoek om per
element behandeling komt voort uit het feit dat de hele per element
behandeling uberhaupt geen wettelijke basis kent EUrechtelijk lijkt de
aan ofafwezigheid van een formeel wettelijke basis voor een verzoek
niet relevant voor devraag ofditde eis van zo nverzoek gesteld mag
worden Anders gezegd als wij bij formele wet een verzoekvereiste
zouden gaan stellen verandert dat niets aan de EUrechtelijke
toelaatbaarheid van zo nverzoekvereiste Vergelijk de rol van het
nationale recht indeDeense misbruikzaken C116 16 enC117 16 over
het feit dat er inDenemarken geen algemene wettelijke bepaling ter
bestrijding van misbruik ofhet arrest Fidelity Funds C480 16 over het
feit dat voor betaling van deDeense bronbelasting bijdeuitgang dat als
voorwaarde gesteld mag worden voor vrijstelling aan deingang^geen
wettelijke basis bestaat wat Unierechtelijk niet relevant isHet ontbreken
van een wettelijke basis lijkt dus hooguit een intern nationaalrechtelijk
probleem
Of er een nationaalrechtelijk probleem bestaat ismaar zeer de vraag
Beredeneerd zou kunnen worden dat toekenning van een per element
behandeling isgebaseerd op dezelfstandige doorwerking van het EU
recht Dewet moet opgrond daarvan buiten toepassing worden gelaten
maar alleen voorzover het EU recht daartoe noopt Enals ergeen verzoek
isgedaan lijkt het EU recht niet tenopen tot het toekennen van
buitenwettelijke per element voordelen
Dat deHoge Raad 19 oktober 2018 ECLI NLHR 2018 1968 heeft
overwogen dat de perelementbenadering niet meebrengt dat de
vergelijking kan ofmoet worden doorgevoerd tot elementen van de
hypothetische situatie waarin de niet ingezeten dochtervennootschap is
opgenomenin een fiscale eenheid met de ingezeten
moedervennootschap doet daar niet aan af Dat debelastingplichtige
geen volledige fiscale consolidatie voor ogen heeft neemt niet weg dat de
^Dlt arrest wordt overigens ook wel anders uftgelegd
1856248 00214
gewenste per element voordelen geenszins hypothetisch zijn endat het
nuttig kan zijn om van dewens van een per elemenC behandeling opde
hoogte tezijn op een tijdstip voordat alle betrokken vennootschappen
hun vennootschapsrekeningen voor het eerste jaar van toepassing van de
[per element behandeling] en hun daarop betrekking hebbende
belastingaangiften opstellen
Als naar nationaal recht wel een wettelijke basis zou zijn vereist dan zou
dat met wetgeving opiosbaar zijn Voor toekomstige onvoorziene
beroepen op de perelementbenadering zou met een wettelijk
verzoeksvereiste deschade beperkt kunnen worden
Conclusie
Uit het arrest C749 18 van het HvJ EUkan naar demening van deKG
FEE worden opgemaakt dat een verzoeksvereiste kan worden gesteld voor
per element behandeling Omdat tot nutoe het beleid wordt gevoerd dat
zo nverzoek niet nodig is zou met het alsnog stellen van een
verzoeksvereiste voor het verleden totaal de mogelijkheid worden
ontnomen om derechten krachtens het Unierecht tedoen gelden Een
verzoeksvereiste kan daarom waarschijnlijk uitsluitend voor toekomstige
gevallen gesteld worden Het lijkt erop dat een wettelijke basis daarvoor
niet nodig is
Praktische uitvoering
DeKG FEE heeft echter momenteel nog geen praktisch enconsequent
systeem voor ogen voor invoering van het verzoeksvereiste Indien
besloten wordt om het verzoeksvereiste kenbaar temaken ofwel via de
wet ofwel via een beleidsbesluit isdeKG FEE uiteraard meer dan bereid
om mee tedenken over depraktische invulling van het verzoeksvereiste
Het lijkt goed om eerst inkaart tebrengen wat depraktische gevolgen
zijn van het verzoeksvereiste indien besloten wordt om dit vereiste
voortaan tegaan stellen bij PEB gevallen De KG FFE stelt wel als
voorwaarde voor deinvoering dat deadministratieve last aan dezijde van
debelastingdienst tot een minimum wordt beperkt
1856248 00214
Geef een reactie